Spring naar inhoud

Financieel Beleid

Beleidskader Financiën

Voor een gezonde financiële positie werkt onze hogeschool met een jaarlijkse planning-en-controlcyclus. 

Dankzij deze cyclus sluiten de onderwijs- en onderzoeksprocessen en de ondersteunende processen goed op elkaar aan. De cyclus geeft voldoende bouwstenen voor de interne beheersing. Dit, aangevuld met goede financiële managementinformatie, zorgt ervoor dat onze financiële positie gezond blijft.

De Hanze heeft het Beleidskader Financiën formeel vastgesteld. Beleidskader Financiën dient duidelijkheid te verschaffen over de grenzen van liquiditeit en solvabiliteit waarbinnen de Hanze kan bewegen zonder dat de financiële continuïteit in het gedrang komt. Het beleid bevat door de Hanze geformuleerde financiële doelstellingen waarbij de Hanze sowieso voldoet aan de signaleringswaarden zoals die door de inspectie van het onderwijs worden toegepast in het externe financieel continuïteitstoezicht. Het Beleidskader Financiën beschrijft allereerst de grenzen van liquiditeit en solvabiliteit inclusief de wijze waarop deze grenzen periodiek worden gemonitord. Vervolgens komen in het beleid verschillende aspecten aan de orde die gezamenlijk de grenzen van liquiditeit en solvabiliteit bepalen en die gezamenlijk de kapstok voor het financiële beleid vormen. Het betreft:

  • Het financieringsbeleid;
  • Het begrotingsbeleid;
  • Het investeringsbeleid;
  • De organisatie van de treasuryfunctie.

Financiële positie

In de afgelopen jaren heeft de Hanze gewerkt met negatieve begrotingen. Als gevolg van ontvangen aanvullende middelen zijn de afgelopen jaren met een positief resultaat afgesloten. Hierdoor blijft het eigen vermogen van de Hanze voldoende om alle ratio’s boven de norm te laten blijven. In de continuïteitsparagraaf is in meer detail weergegeven hoe de resultaten invloed hebben op de financiële positie van de Hanze.

Ons resultaat over 2025 was € 1,0 miljoen euro positief. Het resultaat is daarmee € 7,4 miljoen positiever dan de begroting. Er zijn enkele belangrijke afwijkingen ten opzichte van deze begroting. Er is voor € 7,1 miljoen aan extra baten gerealiseerd, waarbij de Rijksbijdragen € 2 miljoen hoger waren dan begroot en er voor € 4,3 miljoen aan extra baten vanuit werk i.o.v. derden is ontvangen. De lasten over 2025 zijn voor een groot deel in lijn met de begroting, waarbij in 2025 een éénmalige last is opgenomen van € 3,8 miljoen voor de vorming van een reorganisatievoorziening. Tenslotte zijn de rentebaten € 0,6 miljoen hoger uitgevallen dan begroot als gevolg van hogere liquiditeiten.

Ten opzichte van het voorgaande jaar 2024 is het resultaat over 2025 met € 8,2 miljoen gedaald, van € 9,2 miljoen naar € 1,0 miljoen. Aan de batenkant is er een daling van de rijksbijdragen met € 10,5 miljoen (effect van een daling van de studentgebonden-financiering (macrokader Rijksbijdrage) en een daling van het marktaandeel van de Hanze hierin) en collegegelden met een stijging van € 5,1 miljoen. Aan de lastenkant is er een stijging van de personele lasten met € 10 miljoen die voor het grootste verschil tussen 2024 en 2025 zorgt.

Als effect van het resultaat over 2025 en de gewijzigde balansposities zijn ook de financiële kengetallen over 2025 gewijzigd. De solvabiliteit (inclusief voorzieningen) bedraagt per 31 december 2025 52% ten opzichte van 2024 49%. De solvabiliteit blijft daarmee ruim boven de signaleringsgrens van OCW van 30%.  De liquiditeit is per balansdatum ultimo 2025 gestegen van 122% naar 134% als gevolg van een positieve cashflow in combinatie met gewijzigde balansposities. In de jaarrekening wordt verder ingegaan op de cijfers ten opzichte van de begroting 2025 en het voorgaande jaar.

Financiële risico’s

De Hanze maakt gebruik van uiteenlopende financiële instrumenten die de organisatie blootstelt aan markt-, rente-, kasstroom-, krediet- en liquiditeitsrisico. Om deze risico’s te beheersen heeft de organisatie een beleid inclusief een stelsel van limieten en procedures opgesteld om de risico’s van onvoorspelbare ongunstige ontwikkelingen op de financiële markten en daarmee de financiële prestaties van de organisatie te beperken. De organisatie zet geen afgeleide financiële instrumenten in om risico’s te beheersen en maakt geen gebruik van derivaten.

De vorderingen uit hoofde van debiteuren zijn getoetst op inbaarheid en voor zover nodig geacht voorzien. Voor de kredietrisico’s inzake de overige vorderingen is geen voorziening opgenomen.

Het renterisico is beperkt tot eventuele veranderingen in de marktwaarde van opgenomen en uitgegeven leningen. Bij deze leningen is sprake van een vast rentepercentage over de gehele looptijd. De leningen worden aangehouden tot het einde van de looptijd. De organisatie heeft derhalve als beleid om geen afgeleide financiële instrumenten te gebruiken om (tussentijdse) rentefluctuaties te beheersen.

De organisatie loopt geen significante liquiditeits- en kasstroomrisico’s.

Treasury

Ons treasurybeleid is vastgelegd in de Regeling Treasurystatuut. Dit statuut is laatstelijk in 2024 geactualiseerd. Het beleid voor beleggen en belenen is vastgelegd in het Treasurystatuut en dit beleid is conform de Regeling beleggen, lenen en derivaten (OCW 2016).

De doelstelling van het treasurybeleid is het borgen van de financiële continuïteit van de Hanze en het minimaliseren van de financieringskosten, met behoud van onze financiële autonomie. Ons treasurybeleid heeft de volgende uitgangspunten. We hanteren een zodanige solvabiliteitsratio dat de toegang tot de kapitaalmarkt gewaarborgd is. We houden een zodanige omvang van de liquide middelen en de kredietruimte aan dat we steeds aan onze korte termijn verplichtingen kunnen voldoen. Om de financiële continuïteit te waarborgen, moeten de financiële risico’s beheerst worden. Op het gebied van treasury gaat het om renterisico, tegenpartijrisico liquiditeitsrisico en beschikbaarheidsrisico.

De treasury is als volgt georganiseerd. Het College van Bestuur stelt het treasurybeleid vast en de treasurycommissie voert het uit. De kaders waarbinnen de treasurycommissie kan uitvoeren worden jaarlijks vastgelegd in het Treasuryjaarplan. Dit jaarplan wordt aan het begin van elk kalenderjaar ter vaststelling aan het College van Bestuur aangeboden en kent een terugblik op het afgelopen jaar en een beeld over het komende jaar gebaseerd op de meerjaren prognosemodellen. De Raad van Toezicht houdt toezicht op het treasurybeleid en autoriseert uitzonderingen.

In 2025 is de treasurycommissie 2x bijeen gekomen (2024: 2), waarbij de renteontwikkelingen op de kapitaalmarkt zijn besproken in relatie tot de voorraad liquide middelen van de Hanze en de mogelijkheid van het aangaan van deposito’s. Daarnaast is uitgebreid gesproken over de effecten van het Vastgoedportefeuilleplan en de Hanze meerjarenbegroting.

Vanaf 2005 hebben we langlopende leningen afgesloten bij het ministerie van Financiën, het zogenaamde schatkistbankieren. Het doel is uiteindelijk zo efficiënt mogelijk te lenen, zodat er weinig overtollige liquiditeiten aanwezig zijn. Hierdoor blijven de rentekosten zo laag mogelijk. Gedurende 2025 zijn er geen nieuwe leningen aangegaan, ultimo 2025 is een langlopende lening met een restsaldo van m€ 13 afgelost. Gedurende 2025 hadden we geen beleggingen uitstaan. (In 2024 zijn er geen nieuwe leningen aangegaan en stonden er ook geen beleggingen uit)

Begroting 2026

Voor 2026 is een negatief resultaat begroot van 7,9 m€.  Dit komt door het over de jaargrenzen heen besteden van middelen uit de Rijksbijdrage. In de Rijksbijdrage ontvangt de Hanze middelen op basis van het bestuursakkoord voor o.a. tekortsectoren, krimp en onderzoek(professional doctorates). Deze gelden worden niet altijd (volledig) uitgegeven in het jaar van ontvangst. Ook de ontvangen kwaliteitsgelden zijn niet volledig besteed in het jaar dat ze ontvangen werden (2019 t/m 2024).

De baten van de Hanze bestaan voor het grootste deel uit baten uit rijksbijdrage en collegegelden (eerste geldstroom). De totale middelen in de begroting 2026 bedragen 329 m€. Als gevolg van dalende studentenaantallen wordt de komende jaren een daling van de eerste geldstroom verwacht.

Bij de verdeling van de middelen zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:

  • Voor het  realiseren van de strategische ambities van de Hanze zijn middelen vrijgemaakt, zowel op centraal als op decentraal niveau;
  • Er is een bedrag van 2 m€ gereserveerd voor onvoorziene risico’s, dit is een buffer ter dekking van onvoorziene kosten waar geen beleidskeuze aan ten grondslag ligt;
  • De kapitaallasten (afschrijvingen en rente) zijn berekend op basis van een investeringsbegroting. Investeringen op het gebied van vastgoed zijn afgeleid van het vastgestelde Uitvoeringskader Vastgoedportefeuille (plan-deel).
  • Het budget voor onderzoek is vastgesteld conform de allocatieprincipes onderzoek: De middelen die de Hanze geoormerkt ontvangt voor onderzoek zijn bestemd voor onderzoek (12,2 m€ in 2026). Het bedrag dat vanuit de rijksbijdrage onderwijs extra wordt toegewezen aan onderzoek, beweegt mee met de ontwikkeling van de totale opbrengsten. Voor 2026 bedraagt de bijdrage 9,5 m€ vanuit de rijksbijdrage onderwijs;
  • De middelen die via het allocatiemodel beschikbaar zijn gesteld, zijn eerst verlaagd met het budget voor onderzoek, centrale middelen (incl. kapitaallasten) en onderwijs. Het resterende bedrag is beschikbaar voor de diensten.
  • Vanaf 1 januari 2025 zijn de kwaliteitsafspraken geëindigd. De middelen die tot en met 2024 beschikbaar waren, zijn met ingang van 1 januari 2025 toegevoegd aan de lump sum van de hogescholen. Door het College van Bestuur is besloten dat van het bedrag dat in de lump-sum wordt ontvangen,  in 2026 13,9 m€ wordt verdeeld onder diensten, onderwijs en onderzoek. Deze middelen worden besteed conform de doelen van de kwaliteitsafspraken aan de investeringslijnen Studentenwelzijn en Ontwikkeling van medewerkers.   
  • We ontvangen in 2026 een geoormerkte rijksbijdrage van 6,1 m€. Dit is grotendeels vanuit het bestuursakkoord 2022, en bestemd voor o.a. tekortsectoren, krimpregio’s, studentenwelzijn en sociale veiligheid.

Continuïteit

In deze paragraaf laten we zien hoe onze hogeschool omgaat met de financiële gevolgen van het gevoerde en te voeren beleid. Daarmee geven wij ook inzicht in het verwachte exploitatieresultaat de komende jaren en de ontwikkeling van onze vermogenspositie.

Ontwikkeling studenten en formatie 2025-2028

Kengetallen 2025 2026 2027 2028 2029 2030
Studentenaantallen (HO*)            
Eerste instroom 6.236 6.082 6.050 6.027 5.981 5.932
Ingeschreven studenten 26.664 26.061 25.471 24.905 24.605 24.339
Personele bezetting (fte)            
Management/directie 24 15 12 12 12 12
Onderwijzend personeel 1.498 1.500 1.433 1.363 1.342 1.326
Overige medewerkers 1.116 1.127 1.078 1.025 1.009 997
* unieke inschrijvingen            

Studentenaantallen

De instroom van studenten is in 2025 met 68 studenten licht gedaald ten opzichte van 2024. Dit is conform de verwachting.Eind 2025 is de jaarlijkse studentprognose op basis van herziene inzichten herijkt voor 2026 en verder. Vooruitkijkend naar de komende jaren verwachten we, gebaseerd op de CBS-prognose, dat de bevolkingsomvang (met name in de categorie 15- tot 25-jarigen) in Noord-Nederland terugloopt en dat de (bekostigde)instroom een dalende trend zal laten zien. De grootste daling vindt naar verwachting plaats in 2026. In de jaren daarna is de verwachte daling significant kleiner. Voor de verwachte doorstroom maken we gebruik van de doorstroom coëfficiënten vanuit het verleden. Met effecten als gevolg van landelijke ontwikkelingen op het gebied van studiefinanciering, begrotingsbeleid en dergelijke hebben wij geen rekening gehouden. In 2030 verwachten we op 24.339 ingeschreven studenten uit te komen.

Personele bezetting

De kengetallen van de personele bezetting van 2025 zijn gerealiseerde waarden. Op basis van de meerjarenontwikkeling van de personele lasten hebben we een inschatting gemaakt van de personele bezetting in de jaren daarna. In 2026 neemt de formatie toe ten opzichte van 2025 door het begroten van een negatief exploitatieresultaat als gevolg van het inzetten van middelen uit de bestemmingsreserve (zie ook Staat van baten en lasten). In 2027 e.v. verwachten we een dalende formatie t.o.v. 2026 door de verwachte daling in studentenaantallen. Het aantal managers/directie neemt vanaf 2026 af als gevolg van de herinrichting van de organisatie.

Meerjarenbegroting

Het voorgaande resulteert in onderstaande meerjarenbegroting.

BALANS (in m€) 2025 2026 2027 2028 2029 2030
Activa            
Vaste activa            
Immateriële vaste activa 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1
Materiële vaste activa 145,7 154,1 176,0 188,1 190,7 187,2
Financiële vaste activa 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1
  145,9 154,3 176,2 188,2 190,8 187,4
Vlottende activa            
Voorraden 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5
Vorderingen 20,9 20,9 20,9 20,9 20,9 20,9
Liquide middelen 119,4 96,7 63,0 61,4 60,5 60,9
  140,9 118,2 84,5 82,9 81,9 82,3
             
Totaal Activa 286,7 272,4 260,6 271,1 272,7 269,7
             
Passiva            
Eigen vermogen            
Eigen vermogen (publiek) 102,1 101,1 101,1 102,7 104,7 106,5
Eigen vermogen (privaat) 4,6 4,6 4,6 4,6 4,6 4,6
Bestemmingsreserves (publiek) 16,6 9,7 1,9 1,1 0,3 0,0
  123,3 115,4 107,7 108,4 109,6 111,1
Vreemd vermogen            
Voorzieningen 26,9 23,8 23,1 23,1 23,1 23,1
Langlopende schulden 31,2 27,9 23,7 33,1 33,5 29,0
Kortlopende schulden 105,3 105,3 106,2 106,5 106,5 106,5
  163,4 157,0 153,0 162,7 163,2 158,6
             
Totaal Passiva 286,7 272,4 260,6 271,1 272,7 269,7

Het totale eigen vermogen neemt in 2026 en 2027 af als gevolg van het begroten van een negatief exploitatieresultaat. Dit wordt uit de (bestemmings)reserve gefinancierd. Vanaf 2028 neemt het eigen vermogen toe als gevolg van het begroten van een positief exploitatieresultaat.Onze solvabiliteit, de verhouding tussen het eigen en totaal vermogen, blijft de komende jaren rond de 0,40 – 0,42 liggen. Hiermee blijven we boven de ‘hbo-signaleringswaarde’ die de onderwijsinspectie hanteert van 0,3 voor de solvabiliteit.
 De liquide middelen nemen de komende jaren af, voornamelijk als gevolg van investeringen in vastgoed en een negatief exploitatieresultaat. Volgens het meerjarenperspectief blijft onze liquiditeit, de verhouding tussen de vlottende activa en de kortlopende schulden, de komende jaren boven de ‘hbo-signaleringswaarde’ van 0,5.

We veronderstellen dat de voorzieningen de komende jaren op een stabiel niveau blijven, met uitzondering van de in 2025 gevormde voorziening reorganisatie. We verwachten dat deze voorziening eind 2027 nihil is.

In 2025 hebben we een (langlopende) lening van 13 m€ afgelost. Onder de langlopende schulden zijn de overige langlopende leningen bij het ministerie van Financiën opgenomen. Op deze langlopende leningen lossen we jaarlijks 3,3 m€ af. Om de investeringen in de komende jaren te kunnen financieren en aan de liquiditeitsratio te kunnen voldoen, is in de meerjarenbegroting uitgegaan van een nieuwe lening van 14 m€ in 2028 en 5 m€ in 2029. Samen met het bureau Thésor wordt gekeken naar de invulling van ons treasurybeleid. De Hanze hanteert voor wat betreft de financiering van haar activiteiten het principe van totaalfinanciering. 

Ten aanzien van onze vastgoedportefeuille is in 2025 het Uitvoeringskader Vastgoedportefeuille (strategie-deel) vastgesteld.Een nadere uitwerking hiervan inclusief een raming van de investeringen de komende jaren is uitgewerkt in het plandeel. In hoofdlijnen betekent het Uitvoeringskader dat de vastgoedportefeuille wordt teruggebracht naar een beperkt aantal locaties op de Zernike Campus en in de binnenstad van Groningen.Om het afstoten van panden mogelijk te maken wordt de overmaat in de vastgoedportefeuille getransformeerd. Ook wordt de vastgoedportefeuille opgewaardeerd en wordt planmatig onderhoud uitgevoerd. In de meerjarenbegroting investeren we in de jaren 2026 t/m 2030 140 m€ in (met name) vastgoed en informatisering.

Staat van baten en lasten (in m€)

STAAT VAN BATEN EN LASTEN (in m€) 2025 2026 2027 2028 2029 2030
Baten            
Rijksbijdrage OCW  269,4   259,7   245,4   238,6   235,1   234,5 
Collegegelden  68,3   69,0   69,1   68,2   67,7   67,2 
Baten werk i.o.v. derden  34,4   35,7   37,9   42,9   44,0   43,4 
Overige baten  7,1   7,0   7,0   7,0   7,0   7,0 
Totaal baten  379,1   371,4   359,4   356,8   353,8   352,1 
             
Lasten            
Personele lasten  -306,8   -307,7   -296,0   -284,1   -280,8   -278,1 
Afschrijvingen  -17,7   -18,6   -18,2   -19,5   -20,3   -22,0 
Huisvestingslasten  -18,5   -17,5   -17,0   -16,4   -15,9   -15,3 
Overige lasten  -37,8   -37,1   -36,7   -36,5   -36,0   -35,6 
Totaal lasten  -380,9   -380,9   -367,9   -356,5   -353,0   -351,0 
             
Saldo baten en lasten  -1,8   -9,5   -8,5   0,2   0,8   1,0 
             
Financiële baten en lasten            
Financiële baten  3,6   1,8   1,0   1,0   1,0   1,0 
Financiële lasten  0,8   0,2   0,2   0,5   0,6   0,5 
Totaal financiële baten en lasten  2,8   1,6   0,8   0,5   0,4   0,5 
             
Exploitatieresultaat  1,0   -7,9   -7,7   0,7   1,2   1,5 

Er ontstaat in de jaren 2026 en 2027 per saldo een negatief resultaat. Deze tekorten worden gedekt uit de(bestemmings)reserve. In 2028 en verder begroten we ten behoeve van het versterken van de liquiditeitspositie een positief resultaat.

Bij de baten is de verwachte ontwikkeling van de rijksbijdrage OCW gebaseerd op de nu bekende ontwikkelingen van studentenaantallen en macro-ontwikkelingen van het beschikbare budget voor het hoger onderwijs. De hoogte van de baten met betrekking tot de collegegelden is gebaseerd op de verwachte ontwikkeling van de studentenaantallen en de tarieven.Bij de baten werk i.o.v. derden is rekening gehouden met een groeiambitie op contractonderwijs van 5% per jaar. De onderzoeksubsidies (externe middelen onderzoek) zijn in 2026 ingeschat op 52,5% van de interne middelen(rijksbijdrage) die aan onderzoek worden toegekend. In de jaren 2027 en 2028 loopt het percentage op basis van de groeiambitie op externe middelen verder op tot 60% (dit is financieel neutraal verwerkt in de begroting, tegenover de baten staan personele lasten). De overige baten zijn de komende jaren gelijk gehouden.

De lasten zijn ingeschat op basis van historie dan wel op basis van nu bekende gegevens. De personele lasten stijgen in 2026 licht en nemen vanaf 2027 af als gevolg van de daling in studentenaantallen. De afschrijvingen stijgen de komende jaren op basis van de ingeschatte investeringen in het Uitvoeringskader vastgoedportefeuille (plandeel). De huisvestingslasten nemen af de komende jaren als gevolg van het afstoten van m2. De financiële lasten dalen vanaf 2026 als gevolg van het aflossen van een lening. Vanaf 2028 stijgen deze lasten vanwege de verwachting van een nieuwe lening. De financiële baten dalen de komende jaren als gevolg van een daling van onze liquide middelen en een verwachte daling van het rentepercentage (o.b.v. de rentevisie van Thésor).

Risicobeheersing

Risicomanagement

In 2025 hebben we voor het eerst risicomanagement toegepast volgens het kader voor risicomanagement dat is vastgesteld door het CvB in 2024. We hebben zowel op strategisch als op tactisch niveau risicoanalyses uitgevoerd. Met risicomanagement richten we ons op het identificeren, analyseren, beheersen en monitoren van risico’s. Dat doen we integraal, doorlopend en op gestructureerde wijze. Risicomanagement maakt daarom deel uit van de PDCA-cyclus (Plan, Do, Check, Act). Deze werkwijze geeft ons inzicht in de risico’s die wij als organisatie lopen en in de effectiviteit van de beheersmaatregelen om de risico’s te mitigeren tot een aanvaardbaar niveau. Onze  risicomanagementorganisatie is ingericht op basis van het ‘three-lines model’. De eerste lijn wordt gevormd door het lijnmanagement in de organisatie. Het lijnmanagement is als risico-eigenaar integraal verantwoordelijk voor de beheersing van de risico’s en daarmee voor het inrichten en uitvoeren van het risicomanagementproces en het borgen van de randvoorwaarden. De tweede lijn richt zich op de ondersteuning van de eerste lijn bij de beheersing van risico’s door advies te geven en expertise in te brengen bij het uitvoeren van het risicomanagementproces. Daarnaast is de tweede lijn verantwoordelijk voor het borgen van de opzet, bestaan en werking van het risicomanagementsysteem. De derde lijn wordt gevormd door functies die onafhankelijk van de eerste twee lijnen het bestuur van aanvullende zekerheid voorzien over de kwaliteit van de interne risicobeheersing. De derde lijn toetst de opzet, bestaan en werking van het risicomanagementsysteem. Dit geheel draagt bij aan de zekerheid dat de Hanze haar ambities en doelstellingen kan realiseren.  

Risicobereidheid

We zijn, als maatschappelijke organisatie die publieke middelen inzet voor het realiseren van passende leerroutes en praktijkgericht onderzoek, in algemene zin afkerig van risico’s (risico-avers). Dat wil zeggen dat we (grote) risico’s niet doelbewust actief opzoeken en dat we de omvang van bestaande risico’s waar nodig verminderen. Hier past een risicomijdende houding en integer en ethisch handelen bij. Dit betekent niet dat we geen enkel risico lopen of dat we risico’s nooit bewust nemen, maar dat we verstandig met de ter beschikking gestelde middelen omgaan en dat de risico’s die we lopen inzichtelijk maken en dat we beheersmaatregelen treffen waar nodig. 

Risico’s en onzekerheden

Op basis van de strategische risicoanalyse hebben we een risicoprofiel opgesteld. De geïdentificeerde strategische risico’s met de hoogste scores op kans en impact (score 12) zijn weergegeven in onderstaande tabel. De overige risico’s zijn hier niet in opgenomen. 

Risico  Omschrijving 
Als gevolg van demografische veranderingen bestaat het risico dat het aantal aanmeldingen en inschrijvingen daalt waardoor een deel van ons onderwijsportfolio in de toekomst vanuit financieel perspectief geen bestaansrecht meer heeft. 
Als gevolg van onze organisatiecultuur en -structuur bestaat het risico dat er in mindere mate sprake is van voldoende adaptief vermogen om in te spelen op veranderingen. 
Als gevolg van de herinrichting van onze organisatie bestaat het risico dat de organisatie te veel gericht is op de interne bedrijfsvoering waardoor doelen op andere gebieden onvoldoende aandacht krijgen. 
Als gevolg van digitalisering bestaat het risico dat er inbreuk gemaakt wordt op de informatiebeveiliging en privacy d.m.v. cyberaanvallen en datalekken waardoor de continuïteit van onze dienstverlening wordt bedreigd. 
Het risico bestaat dat we te veel zaken tegelijkertijd willen prioriteren waardoor onze focus te versnipperd is. 

Beheersmaatregelen

Bij de risico’s die hierboven vermeld staan zijn de volgende beheersmaatregelen genomen:

1. risico op daling van aanmeldingen en inschrijvingen als gevolg van demografische veranderingen: 
- inzicht verbeteren: onderzoek doen naar tevredenheid studenten, analyseren van aanmeldingen, studentprognose uitvoeren;
- bijsturen: marketing campagnes uitvoeren, contractonderwijs uitbreiden, internationalisering verder vormgeven, flexibilisering onderwijs/passende leerroutes (HLC) ontwikkelen, portfoliomanagement uitvoeren.

2. risico op een beperkt adaptief vermogen als gevolg van organisatiecultuur en -structuur:
- herinrichting van de organisatie uitvoeren;
- leiderschapsprogramma uitvoeren;
- verandermanagement toepassen. 

3. risico op overmatige focus op interne bedrijfsvoering als gevolg van herinrichting:
- netwerken onderhouden;
- actief deelnemen aan activiteiten buiten de Hanze;
- relatiebeheer uitvoeren. 

4. risico op inbreuk op informatiebeveiliging en privacy d.m.v. cyberaanvallen en datalekken als gevolg van digitalisering:
- risico's signaleren en managen d.m.v. SURF audit en meer aandacht voor kwaliteitsmanagement genereren;
- bewustzijn campagnes met medewerkers en studenten voeren en gezamenlijke verantwoordelijkheidsgevoel versterken;
- inzet van Security Operations Center netwerkmonitoring, actuele software, back-ups, autorisatie beheer, professional hacking / Pen-test en crises oefeningen (OZON);
- asset management en fysiek toegangsbeveiliging verbeteren;
- datamanagement en informatiehuishouding op orde brengen (archivering). 

5. het risico bestaat dat we teveel zaken tegelijkertijd willen prioriteren waardoor onze focus te versnipperd is:
- prioriteren m.b.v. strategisch plan en Hanze 2-jaarsplannen;
- portfoliomanagement onderwijs en onderzoek uitvoeren;
- cultuur waarbij we keuzes durven te maken versterken;
- concrete doelrealisatie en monitoring verbeteren. 

Helderheid

In 2021 is een notitie over helderheid verschenen, en een aanvulling daarop. We onderschrijven onze verantwoordelijkheden zoals beschreven in deze notitie.

In de notitie Helderheid komen negen thema’s voor. Een deel hiervan is elders in dit jaarverslag al besproken. Voor de volledigheid gaan we hier op alle negen thema’s in.

  • Thema 1: Uitbesteding
  • Thema 2: Investeren van publieke middelen in private activiteiten
  • Thema 3: Het verlenen van vrijstellingen
  • Thema 4: Bekostiging van buitenlandse studenten
  • Thema 5: Collegegeld niet betaald door student zelf
  • Thema 6: Studenten volgen modules van opleidingen
  • Thema 7: De student volgt een andere opleiding dan waarvoor hij is ingeschreven
  • Thema 8: Bekostiging van maatwerktrajecten
  • Thema 9: Bekostiging van het kunstonderwijs

Thema 1: Uitbesteding

Binnen het initieel onderwijs worden alle opleidingen door ons zelf verzorgd. Op diverse fronten werken we samen met andere hogescholen, universiteiten en organisaties, maar daarbij is geen sprake van uitbesteding.

Thema 2: Investeren van publieke middelen in private activiteiten

Algemeen

Vanaf 10 april 2025 is de nieuwe beleidsregel ‘Investeren met publieke middelen in private activiteiten’ van kracht*. Deze beleidsregel vervangt de beleidsregel uit 2021 en de eerdere publicaties van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) hieromtrent. Het doel van deze beleidsregel is om te voorkomen dat publiek geld weglekt naar private activiteiten en dat de marktwerking wordt verstoord.

Het uitgangspunt is dat private activiteiten niet ten koste mogen gaan van de bekostigde wettelijke taak. Onder voorwaarden mogen we als hoger onderwijsinstelling publieke middelen investeren in private activiteiten, zoals contractonderwijs en – onderzoek, omdat het wenselijk is dat private activiteiten kunnen worden verricht die een meerwaarde hebben voor de kwaliteit van het bekostigde onderwijs en onderzoek. Sinds de publicatie van de nieuwe beleidsregel zijn koepelorganisaties, accountants, inspectie, onderwijsinstellingen en OCW met elkaar in gesprek over de interpretatie, toepassing en uitvoerbaarheid van deze beleidsregel en ook de verantwoording en controle hierop.

* Beleidsregel van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 28 maart 2025, nr. 1667475

Ordening private activiteiten

We hebben een inventarisatie uitgevoerd van de activiteiten die mogelijk privaat van aard zijn. Op basis van deze inventarisatie hebben we de volgende soorten private activiteiten geïdentificeerd:

·        Contractonderwijs en -onderzoek

·        Verhuur onroerende zaken

·        Detachering

Vervolgens is beoordeeld of de als privaat geclassificeerde activiteiten voldoen aan de voorwaarden van de nieuwe beleidsregel.  Op deze manier waarborgen we dat we handelen conform de beleidsregel. In onderstaande tabel staan de verschillende private activiteiten die we hebben geïdentificeerd met bijbehorende baten en geïnvesteerde publieke middelen.

Soort private activiteit Totale baten 2025 i.r.t. private activiteiten Totale kosten 2025 i.r.t. private activiteiten Geïnvesteerde publieke middelen 2025
(x €1.000)      
Contractonderwijs en -onderzoek 6.965 6.484 6.484
Verhuur onroerende zaken 1.830 1.830 1.830
Detachering 1.916 1.916 1.916
Eind totaal 10.711 10.230 10.230

Contractonderwijs en -onderzoek

Meerwaarde voor de bekostigde wettelijke taak

Het contractonderwijs betreft cursorisch aanbod dat in het verlengde ligt van onze bekostigde opleidingen, waarbij de activiteiten worden georganiseerd, ontwikkeld en/of uitgevoerd door medewerkers die ook het bekostigde onderwijs verzorgen. De cursisten uit het werkveld nemen ervaringen en casuïstiek mee die ook in het bekostigde onderwijs gebruikt kunnen worden. Dit komt de deskundigheid van docenten en de kwaliteit van het bekostigd onderwijs ten goede.

Het contractonderzoek dat we uitvoeren ligt altijd in het verlengde van ons bekostigd onderwijs en onderzoek, waarbij de activiteiten worden uitgevoerd door medewerkers die ook het bekostigde onderzoek verzorgen. Er worden geen activiteiten aan derden aangeboden waarvan wij de kennis en kunde vanuit onze bekostigde wettelijke taak niet in huis hebben. De maatschappij vraagt om nieuwe toepasbare kennis en innovatie. De Hanze wil dat praktijkgericht onderzoek impact heeft op de inhoud van het onderwijs en versnellend werkt op het vinden van oplossingen voor onze maatschappelijke opdrachten. Daarom verrichten we praktijkgericht onderzoek dat ons onderwijs verrijkt, continu actueel houdt en vernieuwt. Het contractonderzoek dat wij uitvoeren draagt hieraan bij en heeft daarmee een meerwaarde voor het bekostigde onderwijs en onderzoek.

Beleid en beheer

Op het gebied van contractonderwijs en -onderzoek voeren we private activiteiten uit waarin met publieke middelen wordt geïnvesteerd. De beleidsregel ‘Investeren met publieke middelen in private activiteiten’ en de eerdere publicaties van OCW hieromtrent zijn altijd leidend bij het beoordelen van deze activiteiten. Dit betekent bijvoorbeeld dat al onze activiteiten vallen onder de wettelijke taak of in het verlengde hiervan liggen. Daarnaast is het uitgangspunt bij alle activiteiten die we ontplooien dat middelen doelmatig worden ingezet en altijd tot doel hebben meerwaarde te creëren voor de wettelijke taak. Een groot deel van de private activiteiten wordt verricht in het kader van Leven Lang Ontwikkelen (LLO). Vanwege het belang hiervan is een financieel kader opgesteld voor LLO. Verder is er een werkgroep publiek-privaat actief, die zich bezighoudt met de toepassing van de regelgeving binnen de organisatie. Deze werkgroep heeft op basis van de financiële administratie een analyse gemaakt van de activiteiten.

Juridische en organisatorische inbedding en verantwoordelijkheidstoebedeling

De geïdentificeerde private activiteiten op het gebied van contractonderwijs en -onderzoek vallen onder de stichting Hanze en worden binnen schools, kenniscentra en centres of expertise georganiseerd. Deze schools, kenniscentra en centres of expertise en daarmee ook de geïdentificeerde private activiteiten, vallen altijd onder de verantwoordelijkheid van het College van Bestuur van de Hanze. De private activiteiten maken integraal onderdeel uit van de rapportage van de schools, kenniscentra en centres of expertise en zijn onderdeel van de resultaatsgesprekken die eens per vier maanden plaatsvinden tussen het betreffende onderdeel en de portefeuillehouder van het CvB.


Verhuur onroerende zaken

Meerwaarde voor de bekostigde wettelijke taak

We verhuren een deel van onze gebouwen aan private organisaties. Een aantal van deze private organisaties verlenen diensten die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van de bekostigde wettelijke taak, zoals catering en print- en kopieervoorzieningen. Daarnaast worden ruimtes verhuurd aan organisaties die samen met de Hanze een leergemeenschap vormen. Er is ook sprake van verhuur dat gerelateerd is aan het uitvoeren van het onderwijs of betrekking heeft op diensten die geleverd worden aan studenten.

Beleid en beheer

De beleidsregel ‘Investeren met publieke middelen in private activiteiten’ en de eerdere publicaties van OCW hieromtrent zijn altijd leidend bij het beoordelen van onze private activiteiten op het gebied van verhuur van onroerende zaken. Het uitgangspunt bij deze activiteiten is dat middelen doelmatig worden ingezet en tot doel hebben meerwaarde te creëren voor de wettelijke taak. Er is een werkgroep publiek-privaat actief, die zich bezighoudt met de toepassing van de regelgeving binnen de organisatie. Deze werkgroep heeft op basis van de financiële administratie een analyse gemaakt van de activiteiten en deze gecategoriseerd.

Juridische en organisatorische inbedding en verantwoordelijkheidstoebedeling

De geïdentificeerde private activiteiten op het gebied van verhuur vallen onder de stichting Hanze en vallen daarmee onder de verantwoordelijkheid van het College van Bestuur van de Hanze. De private activiteiten maken integraal onderdeel uit van de interne rapportage en zijn onderdeel van de resultaatsgesprekken die eens per vier maanden plaatsvinden tussen het betreffende onderdeel en de portefeuillehouder van het CvB.

Detachering van medewerkers 

Meerwaarde voor de bekostigde wettelijke taak

Het betreffen detacheringen voor specifieke activiteiten voor een bepaalde tijd, veelal voortvloeiend uit samenwerkingsverbanden die zijn aangegaan. De kennis en ervaring die medewerkers mee terugbrengen naar de Hanze worden gebruikt om direct of indirect het onderwijs en onderzoek te verbeteren en hebben daarmee een meerwaarde voor de bekostigde wettelijke taak.

Beleid en beheer

Op het gebied van detachering van medewerkers zijn de beleidsregel ‘Investeren met publieke middelen in private activiteiten’ en de eerdere publicaties van OCW hieromtrent altijd leidend bij het beoordelen van deze activiteiten. Dit betekent bijvoorbeeld dat deze activiteiten vallen onder de wettelijke taak of in het verlengde hiervan liggen. Het uitgangspunt bij deze activiteiten is dat middelen doelmatig worden ingezet en altijd tot doel hebben meerwaarde te creëren voor de wettelijke taak. Er is een werkgroep publiek-privaat actief, die zich bezighoudt met de toepassing van de regelgeving binnen de organisatie.Deze werkgroep heeft op basis van de financiële administratie een analyse gemaakt van de activiteiten en deze gecategoriseerd.


Juridische en organisatorische inbedding en verantwoordelijkheidstoebedeling

De geïdentificeerde private activiteiten op het gebied van detachering vallen onder de stichting Hanze en vallen daarmee onder de verantwoordelijkheid van het College van Bestuur van de Hanze. De private activiteiten maken integraal onderdeel uit van de interne rapportage en zijn onderdeel van de resultaatsgesprekken die eens per vier maanden plaatsvinden tussen het betreffende onderdeel en de portefeuillehouder van het CvB.

Studentvoorziening sportcentrum

Naast de private activiteiten die hierboven vermeld staan zijn onze activiteiten op het gebied van studentensport in dit kader ook relevant te vermelden. We bieden in samenwerking met de Rijksuniversiteit Groningen een sportvoorziening aan voor studenten in de vorm van een sportcentrum. Voor de Hanze kost het aanbieden van deze voorziening 1,3 m€ na aftrek van de bijdragen van studenten.We zien het aanbieden van een sportvoorziening zoals het sportcentrum als onderdeel van onze wettelijke taak, omdat het gaat om welzijn en persoonlijke ontwikkeling van studenten en medewerkers. Studenten kunnen er praktijkervaring opdoen en het bevordert fysieke fitheid, mentale fitheid en sociale impact en diversiteit. Het heeft hiermee invloed op levensgeluk van het individu, maar kan ook positieve gevolgen hebben voor de studievoortgang en het studierendement.In de beleidsregel worden sportvoorzieningen daarentegen genoemd als voorbeeld van private activiteiten. In de brief van de Minister van OCW van 14 oktober 2025 over dit onderwerp staat echter vermeld dat er niet gehandhaafd zal worden op eventuele investering van publieke middelen in het stimuleren van sporten, totdat de inventarisatie op het gebied van studentensport gereed is en de besluitvorming hierover is voltooid. 

Beleid en beheer

Bij het beoordelen van de activiteiten op het gebied van studentensport wordt rekening gehouden met de beleidsregel ‘Investeren met publieke middelen in private activiteiten’ en de eerdere publicaties van OCW hieromtrent. Dit betekent bijvoorbeeld dat deze activiteiten vallen onder de wettelijke taak of in het verlengde hiervan liggen. Het uitgangspunt bij deze activiteiten is dat middelen doelmatig worden ingezet en altijd tot doel hebben meerwaarde te creëren voor de wettelijke taak. Ten behoeve van het beheer worden de activiteiten en de inzet van middelen gedurende het jaar gemonitord en vindt er met regelmaat afstemming plaats met de Rijksuniversiteit Groningen.

Juridische en organisatorische inbedding en verantwoordelijkheidstoebedeling

Het sportcentrum valt juridisch en organisatorisch onder de verantwoordelijkheid van zowel de Hanze als de Rijksuniversiteit Groningen. Hiervoor is een samenwerkingsovereenkomst opgesteld. De activiteiten maken integraal onderdeel uit van de interne rapportage van de Hanze en zijn onderdeel van de resultaatsgesprekken die eens per vier maanden plaatsvinden tussen het betreffende onderdeel en de portefeuillehouder van het CvB.

Thema 3: Het verlenen van vrijstellingen

In de Onderwijs- en examenregeling hebben we beschreven hoe een student de examencommissie kan verzoeken vrijstelling te verlenen voor het afleggen van een toets. Dat kan op grond van een toets die de student buiten onze opleiding met goed gevolg heeft afgelegd of op grond van kennis, inzicht en vaardigheden die de student buiten de opleiding heeft opgedaan. De examencommissie doet hiernaar een objectief onderzoek en stelt hiervan een verslag op. De examencommissie registreert de vrijstellingen die zij verleent.

Thema 4: Bekostiging van buitenlandse studenten

Dit onderwerp is bij ons niet van toepassing.

Thema 5: Collegegeld niet betaald door student zelf

In 2025 volgden 44 (2024: 51) van onze medewerkers met een vast dienstverband een bekostigde opleiding binnen de eigen organisatie.

Studenten die als gevolg van persoonlijke problemen studievertraging hebben opgelopen, kunnen bij het bestuur van het Studentenondersteuningsfonds (WHW art 7.51) een aanvraag indienen voor een financiële vergoeding.

Thema 6: Studenten volgen modules van opleidingen

Onze hogeschool neemt deel aan Kies op Maat. Dit is een samenwerkingsplatform van hbo- en wo-instellingen dat studenten de mogelijkheid biedt om delen van hun opleiding bij een andere instelling te volgen. Voor de studenten zijn hieraan geen extra kosten verbonden. Zij nemen hieraan deel op basis van een Bewijs Betaald Collegegeld. De instellingen verrekenen onderling de kosten van deelname op basis van een vastgestelde prijs per EC.

Thema 7: De student volgt een andere opleiding dan waarvoor hij is ingeschreven

Dit onderwerp is bij ons niet van toepassing.

Thema 8: Bekostiging van maatwerktrajecten

Als kennisinstelling worden wij door organisaties ingeschakeld om hun medewerkers verder op te leiden of bij te scholen. In de afgelopen jaren hebben we met een aantal organisaties overeenkomsten afgesloten. Hun medewerkers worden als student ingeschreven, al dan niet met extra faciliteiten. De werkgever voldoet het collegegeld. Met het UMCG en het Martini Ziekenhuis hebben we een overeenkomst gesloten over het aanbieden van de opleidingen hbo-V1 t/m V4. Aan deze opleidingen nemen in het studiejaar 2025-2026 113 studenten deel (2024-2025: 164).

Thema 9: Bekostiging van het kunstonderwijs

Voor het sectorplan Kunsten is op landelijk niveau onderzoek gedaan naar de bekostiging van kunstvakopleidingen. Binnen onze hogeschool worden de landelijke afspraken zo veel mogelijk gevolgd en vertaald in de budgetten van de kunstvakopleidingen.