Spring naar inhoud

Bedrijfsvoering

Bestuur

Good governance

De branchecode Goed Bestuur omvat algemeen aanvaardbare uitgangspunten over de wijze waarop bestuur en toezicht daarop zou moeten plaatsvinden. Onze hogeschool streeft deze code na en heeft deze vertaald naar een Governancecode, waarin de verschillende elementen zijn uitgewerkt in een intern normenkader.

Declaraties College van Bestuur

  CvB gezamenlijk D.J. Pouwels P.H.J. Smeets A.H. Hannink Totaal
           
Overige kosten  -   -   -   -   - 
Reis- en verblijfkosten binnenland  186   6.574   864   -   7.623 
Reis- en verblijfkosten buitenland  -   -   -   -   - 
Representatiekosten  210   1.920   1.920   1.920   5.970 
Totaal  396   8.494   2.784   1.920   13.593 

Toelichting:
Bij de heer D.J. Pouwels is onder de reis- en verblijfkosten binnenland een vergoeding opgenomen voor tijdelijke huisvesting in Groningen. Deze vergoeding is gestart in 2021 en beëindigd per april 2022 als gevolg van definitieve vestiging in Groningen. 

Medezeggenschap

De Hogeschoolmedezeggenschapsraad (HMR) is het hoogste vertegenwoordigende orgaan voor studenten en medewerkers van onze hogeschool. De HMR bestaat uit negen student-leden en negen personeelsleden, die respectievelijk jaarlijks en iedere twee jaar worden gekozen.

In 2022 zijn er verkiezingen gehouden voor de studentgeleding. Het opkomstpercentage bij deze verkiezingen was voor de studenten 12,8 procent.

2022 stond voor de HMR en het College van Bestuur voor een deel in het teken van een hernieuwde samenwerking. Zowel het College als de raad streeft ernaar om elkaar vroeg in het beleidsvormingstraject te vinden, zodat de medezeggenschap al ‘aan de voorkant’ wordt meegenomen. Tegelijk heeft men de wens uitgesproken om het juiste gesprek op het juiste niveau in de organisatie te voeren. Deze werkwijze vraagt om een andere samenwerking. Om deze samenwerking vorm te gaan geven, is vanuit de HMR een werkgroep ‘herinrichting medezeggenschap’ ontstaan.

Het College heeft de wens het aantal gespreksonderwerpen met de HMR te reduceren, om hiermee ruimte te creëren in de gespreksagenda. Het College stelt voor de reglementen aan te passen, en heeft daartoe een pilotreglement opgesteld. Het reglement heeft veel stof doen opwaaien. Wat is nu precies de rol van medezeggenschap, welke afspraken maken we, wat laten we los en wat willen we zeker niet loslaten? Gezien de complexiteit van de vraagstukken, zeker in het kader van de veranderende organisatie, is op voorstel van de werkgroep herinrichting medezeggenschap een extern begeleider in de arm genomen. In december 2022 zijn hiermee afspraken gemaakt om het verandertraject verder vorm te geven.

De HMR heeft elke drie of vier weken een overlegvergadering met het College. In 2022 heeft het College het Hanze Jaarplan geïntroduceerd en daarbij expliciet ook om input vanuit de HMR gevraagd. De punten die de HMR inbrengt zijn: nieuw leiderschap, mentaal welbevinden, flexibel studeren, hybride werken en leren, duurzaamheid, internationaliseringsbeleid, onderzoek en diversiteit en inclusie. 

De komst van het Hanze Jaarplan leidde tot aanpassingen in de planning-en-controlcyclus, wat in het HMR-proces voor vertraging zorgde. De HMR heeft dan ook op 29 augustus een extra vergadering in moeten lassen om de jaarplannen en de bijbehorende begroting te kunnen behandelen. Afgesproken is om de planning-en-controlcyclus tegen het licht te houden, wat heeft geresulteerd in een conceptvoorstel voor een tweejaarlijkse PDCA-beleidscyclus.

Na jaren van voorbereiding en vele gesprekken, staat het Hanzekader Inzet Onderwijsgevenden ter besluitvorming op de agenda. De raad stemt in, op voorwaarde dat er onder andere een escalatieladder, een gedegen implementatieplan en een goede begeleiding voor de SMR komt.

Ook de kwaliteitsafspraken zijn al langere tijd onderwerp van gesprek. De HMR wordt intensief betrokken bij de planvorming hieromtrent.

Omdat de HMR in de huidige constellatie de taak van de verdwenen Dienstenraad waarneemt, is huisvesting van de staven in de Van Olstborg meerdere malen onderwerp van gesprek. Vanwege de vele negatieve geluiden die de HMR ter ore komen, is afgesproken dat er in het najaar van 2022 een uitgebreide evaluatie komt. 

De organisatie is in ontwikkeling, waardoor HMR en het College met enige regelmaat spreken over de stand van zaken. Het experiment Hanze MT wordt nauwlettend door de HMR gevolgd. Ook wordt gesproken over de visie op de indeling van de organisatie, waarbij de focus op korte termijn volgens de HMR ligt op het logischer ordenen van een aantal teams binnen de stafdiensten. De raad stemt gedurende het jaar in met drie eerste verschuivingen hierin. 

Het dagelijks bestuur van de HMR heeft structureel overleg met de voorzitters van de decentrale medezeggenschapsraden. In deze overleggen worden kennis en ervaringen uitgewisseld. In 2022 heeft dit overleg met de voorzitters vier maal plaatsgevonden. Daarnaast heeft een afvaardiging van de HMR op regelmatige basis contact met de Raad van Toezicht en met de centrale medezeggenschapsraden van de andere noordelijke hogescholen. Verder participeert de HMR in de landelijke vereniging van medezeggenschapsraden van hogescholen, de VMH. Een vertegenwoordiger van de HMR woont als toehoorder het overleg bij dat de vakorganisaties hebben met het College. Ook heeft de HMR jaarlijks overleg met de bedrijfsarts en de vertrouwenspersoon.

Zie bijlagen Bedrijfsvoering

Klachten en beroepszaken

In studiejaar 2021/22 kwamen er 143 beroepszaken of bezwaarschriften binnen bij het College van Beroep voor Studenten (2020/21: 218).

Bureau Klachten en Geschillen 2021/2022 2020/21 2019/20
College van Beroep voor Studenten 143 218 221
Commissie van Advies voor Beroep- en Bezwaarschriften - - 1
Klachtencommissie Ongewenste Omgangsvormen 6 - -
Commissie Klokkenluidersregeling - - -
Overige Klachten 22 52 30
College van Beroep voor het Hoger Onderwijs 1 1 1
Klachtenmeldpunt Aanbestedingen - 1 -
Interne Bezwaren Commissie Functiegebouw - - 2
Commissie Wetenschappelijke Integriteit 1 - -

De Commissie van Advies voor Beroep- en Bezwaarschriften voor het personeel kreeg in 2021/22 geen verzoek voorgelegd (2020/21: géén).

Bij de Klachtencommissie Ongewenste Omgangsvormen zijn er in 2021/22 zes klachten binnengekomen. In 2020/21 is er geen klacht binnengekomen. 

In 2021/22 is er voor de Commissie Klokkenluidersregeling geen melding binnen gekomen.

In 2021/22 zijn er 22 overige klachten binnengekomen bij het Bureau Klachten en Geschillen (2020/21: 55).

Bij het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs is er 2021/22, naar aanleiding van uitspraken van het College van Beroep voor Studenten, één persoon in beroep gegaan (2020/21: één).

Belangrijke externe ontwikkelingen

Coronapandemie

De coronapandemie en de daaraan gekoppelde maatregelen hebben vanaf maart 2020 heel veel impact gehad op studenten, medewerkers en de organisatie van onze hogeschool.

Vanaf de start van de pandemie is het centrale crisisteam in werking gesteld. Het belangrijkste uitgangspunt van dit team was het waarborgen van de veiligheid van medewerkers en studenten en het zorgdragen voor het behoud van de betrokkenheid, binding en duurzame inzetbaarheid.

In januari 2022 werd een deel van de maatregelen die in november 2021 waren ingesteld, versoepeld. Zo werd fysiek theorieonderwijs weer mogelijk en werd de maximale groepsgrootte uitgebreid tot 75 personen per ruimte (met uitzondering van tentamens en examens). Wel werd de mondkapjesplicht uitgebreid. In februari werden de coronamaatregelen verder versoepeld en kon de Hanzehogeschool weer normaal open voor alle activiteiten zonder belemmeringen.

In het voorjaar van 2022 kregen we van het ministerie van OCW de opdracht om vóór het najaar van 2022 vier scenario’s uit te werken voor het geval de pandemie opnieuw toe zou slaan. In ernst toenemend ging het om scenario’s met de kleuraanduiding lichtgroen, donkergroen, oranje en rood. Het Operationeel Team (dit team ondersteunt het centrale crisisteam en de locatie crisisteams) heeft de scenario’s uitgewerkt en ter goedkeuring voor gelegd aan het College van Bestuur. Gelukkig hebben we het hele najaar in het lichtgroene scenario kunnen werken en konden onderwijs, onderzoek en de bedrijfsvoering gewoon doorgang vinden.

Nationaal Programma Onderwijs (NPO)

In maart 2021 is het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) gepresenteerd. Dit programma heeft de Hanzehogeschool de gelegenheid gegeven om te werken aan herstel en aan het bieden van perspectief aan zowel studenten als medewerkers.

Onderdeel van het NPO zijn maatregelen die specifiek gericht zijn op het bevorderen van de studievoortgang en die aandacht geven aan het welzijn van studenten. Hierbij ligt de topprioriteit in de woorden ‘herstel en recovery’, waarbij het onze uitdaging is om ons als organisatie zo te ontwikkelen, dat we de fitheid in de organisatie hebben teruggebracht. Hierbij zijn achterstanden weggewerkt, zijn we weer geland en hebben we ons ‘blended onderwijs, onderzoek, werken’ eigen gemaakt.

We hebben de organisatieonderdelen gevraagd met plannen te komen om invulling te geven aan de topprioriteit ‘herstel en recovery’ en dit mee te nemen in hun jaarplan voor het studiejaar 2021/22. Voor het studiejaar 2022/23 zijn deze plannen geactualiseerd. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in maatregelen gericht op studenten en maatregelen gericht op medewerkers. Deze laatste maatregelen financieren we uit eigen budget, we hebben hiervoor totaal 16 miljoen euro uitgetrokken. Alle organisatieonderdelen hebben in hun jaarplannen ingevuld hoe ze deze budgetten gaan besteden.

In de praktijk blijkt het uitvoeren van de maatregelen gericht op medewerkers niet zo eenvoudig. Vooral door de krapte op de arbeidsmarkt is het lastig om voldoende gekwalificeerd personeel te vinden, waardoor de benodigde formatie lastig ingevuld kan worden.

De maatregelen gericht op studenten financieren we uit het budget voor specifieke maatregelen. Op basis van de deelplannen hebben we het Hanze-plan voor specifieke maatregelen opgesteld. Ook dit plan is in het voorjaar 2022 geactualiseerd, met een aanvulling voor studiejaar 2022/23.

Vanuit het NPO hebben we dus budget ontvangen voor onderzoek, voor specifieke maatregelen en voor extra groei. Hieronder lichten we toe hoe we de NPO-middelen hebben ingezet voor onderzoek en voor specifieke maatregelen.

NPO-budget voor onderzoek
De coronapandemie heeft ook in 2022 op verschillende wijzen impact gehad op onderzoek. 2022 stond met name in het teken van inhalen van achterstanden die in de coronaperiode zijn opgelopen. Door de opgelopen achterstanden was er bijvoorbeeld extra tijd nodig voor het ophalen en analyseren van data en het schrijven van rapporten.

Het NPO-budget voor onderzoek voor onze hogeschool is vastgesteld op 873.000 euro. Daarvan was 406.000 euro voor 2021 en 467.000 voor 2022. In 2021 hebben we 320.000 euro besteed; in 2022 was dat 193.000 euro. Het restantbedrag, 360.000 euro, wordt meegenomen naar 2023 en 2024.

In 2022 hebben we met het beschikbare budget 25 docent-onderzoekers kunnen helpen om hun achterstand in onderzoek weg te werken.

NPO Onderzoek

  NP Onderwijsmiddelen Eigen middelen
Besteed in euro’s € 193.000 -
Aantal geholpen onderzoekers – unieke personen 25 -

Bovenstaande tabel is een voorgeschreven format vanuit het ministerie van OCW. In de tabel zijn geen aantallen en bedragen ingevuld in de klom ‘Eigen middelen’. Onze hogeschool heeft zeker eigen middelen en financiële en niet-financiële middelen ingezet om onderzoekers te ondersteunen bij het inhalen van achterstanden in onderzoek, ontstaan door de coronamaatregelen. Er is echter geen registratie van die voor deze verantwoording ten grondslag kan dienen.

NPO-budget voor specifieke maatregelen
Het totale budget voor onze hogeschool voor specifieke maatregelen bedraagt 16,0 miljoen euro. We hebben een hogeschoolbrede notitie opgesteld waarin dit budget voor studiejaar 2021/22 is verdeeld. Voor het studiejaar 2021/22 was 10,9 miljoen euro ingezet. De HMR heeft op 31 mei 2021 ingestemd met het NPO-plan en de verdeling van dit budget. Tevens is er een update van het plan gemaakt voor de besteding in studiejaar 2022/23. Hierbij is de resterende 5,1 miljoen euro ingezet. De HMR heeft op 29 augustus 2022 ingestemd met dit plan en de bijbehorende verdeling van het resterende budget. 

Bij de afsluiting van het studiejaar 2021/22 is gebleken dat het totale budget van 10,9 miljoen euro nog niet volledig was besteed. De gelden die in het studie jaar 2021/22 zijn overgebleven, zijn doorgeschoven naar het studiejaar 2022/23.

De tabel hieronder geeft een overzicht van de bestedingen per kalenderjaar van het NPO-budget voor specifieke maatregelen, ook wel de corona-enveloppe genoemd. De geplande bestedingen zijn opgenomen volgens het opgestelde NPO-plan, waarmee de HMR heeft ingestemd.

NPO Specifiek

  Gepland 2021 Besteed 2021 Gepland 2022 Besteed 2022 Gepland 2023 Gepland 2024 Totaal Gepland
Soepel in- en doorstroom 1.576 598 3.646 2.387 986 0 6.208
Welzijn studenten en sociale binding opleidingen 830 309 1911 1249 501 0 3.242
Ondersteuning en begeleiding op het gebied van stages 147 36 366 169 143 0 656
Lerarenopleidingen 164 21 643 285 629 0 1.436
Coschappen 0 0 0 0 0 0 0
Overig 915 364 2397 1082 1135 0 4.447
Nog te bestemmen 0 0 0 0 0 0 0
Totaal 3.632 1.328 8.963 5.172 3.394 0 15.989

De tabel is opgesteld volgens een voorgeschreven format van het ministerie van OCW. Onze hogeschool rapporteert intern op studiejaar. Voor deze tabel hebben we de bedragen naar kalenderjaren omgerekend.

Voor specifieke maatregelen ontvangt onze hogeschool in totaal 16 miljoen euro. Conform het besluit van de minister van OCW kunnen deze gelden nu tot en met 31 december 2024 worden besteed. In studiejaar 2021/22 is 5,8 miljoen euro besteed. We verwachten nu dat we in studiejaar 2022/23 een bedrag van 6,2 miljoen euro gaan besteden. Dit betekent dat in de periode september 2023 tot en met december 2024 nog 4 miljoen euro besteed zal worden.

Thema’s
We hebben het budget ingezet in vijf thema’s. Bij ieder thema is een scala aan activiteiten georganiseerd. Hieronder een korte opsomming hiervan. 

Soepele in- en doorstroom
Voor een soepele in- en doorstroom hebben de schools een verscheidenheid aan activiteiten ontwikkeld. De studiebegeleiding is geïntensiveerd door meer studentbegeleiders, meer werkplekcoördinatoren en werkplekbegeleiders en extra aandacht voor examenkandidaten. Daarnaast krijgen de studenten meer aandacht door het organiseren van deficiëntiecursussen, extra huiswerkklassen, meer toetsmogelijkheden, het creëren van kleinere groepen en het bieden van extra mogelijkheden om studievertraging te voorkomen. Ook is er veel aandacht voor extra begeleiding in het studiekeuzeproces en zijn de online keuzeactiviteiten versterkt. 

Welzijn studenten/sociale binding met opleiding
Om studenten weer te laten ‘landen’ en zich weer thuis te laten voelen op de hogeschool, zijn diverse activiteiten ontwikkeld. Een belangrijk begin zijn de introducties geweest, vaak georganiseerd in samenwerking met de studieverenigingen. In introducties is ook aandacht geweest voor het hervatten van de studie. Daarnaast zijn er contactmomenten tussen studenten gecreëerd door het organiseren van informele bindingsactiviteiten. 

Voor het welzijn van (kwetsbare) studenten zijn er aandachtsfunctionarissen aangesteld en zijn de helpdesks bij de opleidingen uitgebreid. Bovendien hebben veel studentbegeleiders de taak gekregen niet alleen te letten op de studievoortgang, maar ook op het studentenwelzijn. Daarnaast begeleiden we studentcoaches die op hun beurt weer studenten begeleiden. Dat maakt de drempel voor studenten lager om eventuele problemen die zij ervaren bespreekbaar te maken. Bij een van de schools is een studentendenktank opgericht om met ideeën te komen voor het bevorderen van studentenwelzijn.

Ondersteuning en begeleiding van stages
Om de vertraging bij stages op te vangen, is het zoeken en matchen van stageplaatsen geïntensiveerd. Daarnaast zijn er extra uren gekomen voor stagedocenten en is de formatie bij stagebureaus uitgebreid. 

Lerarenopleidingen
Een deel van de activiteiten voor lerarenopleidingen wordt bij de andere thema’s verantwoord. Het gaat onder meer om extra aandacht voor langstudeerders, uitbreiding van het bureau voor studentbegeleiders, extra begeleiding van studenten en het splitsen van groepen.

Overig
Onder de categorie overig valt onder meer het wegwerken van achterstanden bij het praktijkonderwijs. Daarnaast zijn bij een aantal schools tijdelijk coördinatoren aangesteld om alle NPO-activiteiten te begeleiden. Ook zien we dat bij enkele schools de backoffice is uitgebreid. Hiermee kunnen teamleiders en coördinatoren worden ondersteund die verantwoordelijk zijn voor het goed laten verlopen van alle activiteiten.

Overige ontwikkelingen

Beschikbaarheid resources en stijgende prijzen
De wereld gaat momenteel gebukt onder een hoge inflatie, die onder andere is ontstaan door het economisch herstel na de coronapandemie en de Russisch-Oekraïense oorlog. Dit leidt tot oplopende prijzen en levertijden. Het is dan ook een uitdaging om onze (ver)bouwprojecten op tijd en binnen het budget uit te voeren. Helaas bleek dit niet altijd haalbaar. Ook zien we nog steeds een hoog personeelstekort bij onze leveranciers, wat de planning verder onder druk zet. De omstandigheden vragen om flexibiliteit van ons als hogeschool en om innovatieve oplossingen van onze contractanten.

Huur/verhuur

Huurindexatie is het percentage waarmee de huur jaarlijks stijgt op basis van de consumentenprijsindexcijfers (CPI) van het CBS. De meeste huurcontracten bevatten een bepaling die het mogelijk maakt om de huurprijs jaarlijks aan te passen op basis van deze CPI. In principe wordt dit niet gezien als huurverhoging, maar als een inflatiecorrectie. De (huidige) inflatie wordt grotendeels veroorzaakt door enorme stijgingen van energieprijzen en (voedings)middelen. De afgelopen decennia ging het meestal om een laag percentage. In 2022 was dat ineens volstrekt anders en leidde toepassing van de contractuele indexering tot prijsaanpassingen van rond de 10 procent, en soms zelfs meer.

Schademeldingen aardbevingen

Helaas worden we in Groningen nog steeds geconfronteerd met aardbevingen als gevolg van de gaswinning. Wanneer een aardbeving leidt tot schade aan onze gebouwen, hebben we contact met het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG). Het IMG neemt – onafhankelijk van de NAM en de overheid – beslissingen over de oorzaak van de schade en de schadevergoeding.

In 2022 zijn diverse schades geconstateerd in de gebouwen van onze hogeschool. Met het IMG hebben we afspraken gemaakt over hoe deze schades op te nemen en af te handelen.

Huisvesting internationale studenten

Eind 2021, begin 2022 heeft de gemeente Groningen, samen met de partners van het convenant studenten- en jongerenhuisvesting, onderzocht of mogelijk was per september 2022 een structurele oplossing te realiseren voor de piekvraag naar huisvesting voor (internationale) studenten. Dit bleek niet mogelijk, waarna de koers is verlegd naar september 2023. Besloten is op de Zernike Campus, op de kavel tegenover Zernikepark 10 (Digital Society Hub), 400 (tijdelijke) studentenwoningen te realiseren. In de piekperiode kan, door te werken met dubbele bezetting, dit aantal worden verhoogd tot 800 plekken. Deze tijdelijke huisvesting is een opmaat naar het permanent wonen op de Zernike Campus. Helaas is zeer recent duidelijk geworden dat ook september 2023 niet haalbaar is, vanwege onder andere levertijden en prijsstijgingen. Het streven is nu per september 2024 (tijdelijk) wonen te realiseren op de Zernike Campus.

Daarnaast wordt gewerkt aan het realiseren van permanent wonen op de Zernike Campus. De gebiedsvisie voor de Zernike Campus (in ontwikkeling) moet richting geven aan de locaties waar permanent gewoond gaat worden. Het streven is in 2025 te starten met de bouw(voorbereiding), waarna permanente bewoning op de Zernike Campus vanaf 2027 een feit is.

We moeten ons dus nog voorbereiden op een vorm van piekopvang in september. Dit is in aanloop naar september 2022 ook gebeurd. Samen met de gemeente Groningen, Rijksuniversiteit Groningen en andere convenantpartners zijn verschillende mogelijkheden onderzocht, van het transformeren van bestaand vastgoed tot het dubbel bezetten van de bestaande ‘kamervoorraad’. Veel bestaand en voor wonen geschikt vastgoed bleek nodig voor de opvang van vluchtelingen. Daarmee was het niet beschikbaar voor studentenhuisvesting. Om die reden is in aanloop naar studiejaar 2022/23 ingezet op onderstaande drie acties.

Verbeterde communicatie
Onze hogeschool heeft in de communicatie met studenten over huisvesting in Groningen nog duidelijker gemaakt hoe moeilijk het is om woonruimte te vinden in Groningen. Studenten die op 1 augustus nog geen kamer hadden, hebben we geadviseerd niet naar Groningen te komen. 

Dubbele bezetting van de bestaande ‘kamervoorraad’
Met een aantal verhuurders is de afspraak gemaakt dat hun kamers in de periode augustus–november dubbel bezet kunnen worden om daarmee extra aanbod te creëren in de piekperiode.

Samenwerking met Hospi Housing
Het initiatief Hospi Housing is naar Groningen gehaald. Studenten worden via Hospi Housing gekoppeld aan lokale hosts die een kamer ‘over’ hebben. 

De piekperiode augustus–oktober 2022 is zeer goed verlopen. Studenten kwamen goed voorbereid naar Groningen, er was voldoende ruimte in de piekopvang en Hospi Housing is goed uit de startblokken gekomen.

Deze ervaringen nemen we mee in de voorbereiding op september 2023. In 2022 zagen we een lichte groei bij de internationale instroom en een daling bij de nationale instroom, mogelijk als gevolg van de ontwikkelingen rondom het leenstelsel. De verwachting is dan ook dat de vraag naar kamers in september 2023 groter is dan in september 2022. Daar bereiden we ons zo goed als mogelijk op voor.

Financieel beleid

Voor een gezonde financiële positie werkt onze hogeschool met een planning-en-controlcyclus per studiejaar. Deze cyclus is beleidsmatig opgezet. Alle ondersteunende processen zijn hierop ingericht en worden vanuit deze gedachte bestuurd.

Dankzij deze cyclus kunnen de onderwijsprocessen en de ondersteunende processen elkaar goed ondersteunen. De cyclus geeft voldoende bouwstenen voor de interne beheersing. Dit, aangevuld met goede financiële managementinformatie, zorgt ervoor dat onze financiële positie gezond blijft.

Financiële positie

Bij de invoering van het leenstelsel heeft de minister een beroep gedaan op de onderwijsinstellingen om, vooruitlopend op de later vrijkomende middelen, alvast te starten met aanvullende investeringen in onderwijs en onderzoek. De Hanzehogeschool heeft hieraan gehoor gegeven door een aantal jaren met een tekortbegroting te werken.

De studiejaren 2019/20 en 2020/21 is gewerkt met een sluitende begroting. Als gevolg van positiever uitvallende realisatiecijfers over de afgelopen jaren is besloten voor 2021/22 een tekortbegroting van 7,5 miljoen euro aan te gaan, en over 2022/23 een tekort van 1,6 miljoen euro. Rekenkundig is hiermee de begroting over 2022 vastgesteld op 5,5 miljoen euro tekort. Desondanks blijft ons eigen vermogen voldoende om alle ratio’s boven de norm te laten blijven. In de paragraaf Continuïteit is meer in detail weergegeven hoe de resultaten invloed hebben op onze financiële positie.

Ons resultaat over 2022 was 7,6 miljoen euro positief. Het resultaat is daarmee 13,1 miljoen euro positiever dan de begroting. De oorzaak hiervoor ligt in enkele belangrijke afwijkingen ten opzichte van deze begroting. Er is voor 15 miljoen euro aan extra baten gerealiseerd, waarbij de Rijksbijdragen 10 miljoen euro hoger waren dan begroot. Hierin zitten vooral de toegekende NPO-middelen en de compensaties voor de halvering van de collegegelden. De personele lasten zijn ten opzichte van de begroting iets lager uitgevallen, de overige lasten zijn met 5 miljoen euro gestegen. Dit is een effect waarbij de cijfers over 2021 en de begroting lager waren als gevolg van de coronamaatregelen. De stijging over 2022 mag worden gezien als een normalisatie van deze kosten.

Als gevolg van bovenstaand resultaat over 2022 en de gewijzigde balansposities zijn ook de financiële kengetallen over 2022 gewijzigd. De solvabiliteit (inclusief voorzieningen) bedraagt per 31 december 2022 43 procent (in 2021: 44 procent). De solvabiliteit blijft daarmee ruim boven de signaleringsgrens van OCW van 30 procent. De liquiditeit is in 2022 gestegen naar 123 procent (2021: 119 procent), als gevolg van een positieve cashflow. In de jaarrekening gaan we verder in op de cijfers ten opzichte van de begroting 2022.

Financiële risico’s

Hanzehogeschool Groningen maakt gebruik van uiteenlopende financiële instrumenten die de organisatie blootstelt aan markt-, rente-, kasstroom-, krediet- en liquiditeitsrisico’s. Om deze risico’s te beheersen, heeft onze organisatie een beleid opgesteld, inclusief een stelsel van limieten en procedures. Zo kunnen we de risico’s van onvoorspelbare ongunstige ontwikkelingen op de financiële markten beperken, en daarmee de financiële prestaties van de organisatie verbeteren.

De organisatie zet geen afgeleide financiële instrumenten in om risico’s te beheersen en maakt geen gebruik van derivaten.

De vorderingen uit hoofde van debiteuren zijn getoetst op inbaarheid en voor zover nodig geacht voorzien. Voor de kredietrisico’s inzake de overige vorderingen is geen voorzien opgenomen. 

Het renterisico is beperkt tot eventuele veranderingen in de marktwaarde van de opgenomen en uitgegeven leningen. Bij deze leningen is sprake van een vast rentepercentage over de gehele looptijd. De leningen worden tot het einde van de looptijd aangehouden. De organisatie heeft derhalve als beleid om geen afgeleide financiële instrumenten te gebruiken om (tussentijdse) rentefluctuaties te beheersen.

De organisatie loopt geen significante liquiditeits- en kasstroomrisico’s.

Treasury

Ons treasurybeleid is vastgelegd in het Treasurystatuut. De doelstelling van het treasurybeleid is het borgen van de financiële continuïteit van de hogeschool en het minimaliseren van de financieringskosten, met behoud van onze financiële autonomie.

Ons treasurybeleid heeft de volgende uitgangspunten.

  • We hanteren een zodanige solvabiliteitsratio dat de toegang tot de kapitaalmarkt gewaarborgd is.
  • We houden een zodanige omvang van de liquide middelen en de kredietruimte aan dat we steeds aan onze kortetermijnverplichtingen kunnen voldoen.
  • Om de financiële continuïteit te waarborgen, moeten de financiële risico’s beheerst worden. Op het gebied van treasury gaat het om rente-, krediet- en valutarisico’s. 
  • Het College van Bestuur stelt het treasurybeleid vast en voert het uit.
  • Het Treasurycomité adviseert over de hoofdlijnen van het treasurybeleid en het vaststellen van de kaders.
  • De Raad van Toezicht houdt toezicht op het treasurybeleid en autoriseert uitzonderingen.

De verdere treasuryfunctie is binnen het stafbureau Financieel Economische Zaken ondergebracht. 

Vanaf 2005 hebben we leningen afgesloten bij het ministerie van Financiën, het zogenaamde ‘schatkistbankieren’. Het doel is uiteindelijk zo efficiënt mogelijk te lenen, zodat er weinig overtollige liquiditeiten aanwezig zijn. Hierdoor blijven de rentekosten zo laag mogelijk.

Gedurende 2022 is er geen lening volledig afgelost en zijn er ook geen nieuwe leningen aangegaan.

Gedurende 2022 hadden we geen beleggingen uitstaan. Het beleid voor beleggen en belenen is vastgelegd in het Treasurystatuut en wordt door het Treasurycomité gevolgd.

In 2022 is het Treasurycomité vier maal bij elkaar geweest om de liquiditeit van de hogeschool te bespreken.

Begroting 2022/2023

We werken met een planning-en-controlcyclus op studiejaar en daarmee ook met een begroting op studiejaar. Sinds 2012 is er geen verplichting meer om met een kalenderjaarbegroting te werken. In dit jaarverslag geven we daarom inzicht in de begroting over het studiejaar 2022/23 met de belangrijkste bijzonderheden.

Vergelijking met begroting vorig jaar

De baten van de Hanzehogeschool bestaan voor het grootste deel uit de rijksbijdrage en collegegelden. In 2022/23 bedragen deze 313,8 miljoen euro, een stijging van 18,6 miljoen euro ten opzichte van de begroting 2021/2022.

We zetten deze middelen als volgt in:

  • We verhogen de budgetten voor schools met 3,7 miljoen euro. Het budget per student stijgt daardoor met 5,8 procent, waarmee we de verwachte loonstijging uit de cao compenseren.
  • Het budget voor kwaliteitsafspraken neemt jaarlijks toe en is 2,2 miljoen euro hoger dan in 2021/22. Hierdoor zijn we in staat aanvullend te investeren in studentbegeleiding. Daarnaast is er extra budget beschikbaar gesteld voor de ontwikkeling van medewerkers. Er wordt onder andere geïnvesteerd in praktijkervaring van docenten en onderwijskundig leiderschap.
  • We verhogen de budgetten voor staven en Hanzehogeschool-algemeen met 7,3 miljoen euro. Dit is bedoeld als compensatie voor de gestegen lonen en het aanpassen van budgetten als gevolg van prijsverhogingen.
  • We verhogen het budget voor onderzoek met 1,1 miljoen euro, als compensatie voor de gestegen lonen en onze groeiambities.
  • Om de gestelde doelen in het strategisch plan te realiseren, creëren we financiële ruimte binnen de reguliere exploitatie. Hogeschoolbreed hebben we hiervoor 2,9 miljoen euro vrijgespeeld. Daarnaast is besloten om een bedrag van 3,4 miljoen euro te reserveren voor een impuls gericht op de fitheid van de organisatie.\
  • Een belangrijk deel van onze strategische middelen (3,8 miljoen euro) gaat naar IT-gebonden onderwijskosten. De coronacrisis heeft laten zien dat moderne middelen op het gebied van IT onmisbaar zijn. Investeringen in IT zijn een integraal onderdeel van de innovatie van ons onderwijs en ons onderzoek, en een voorwaarde om de komende jaren onze goede positie in het onderwijsveld te behouden.
  • We creëren een financiële ruimte van 2,0 miljoen euro om in te kunnen spelen op onzekerheden.
  • Het budget NPO-middelen is 13,4 miljoen lager dan in 2021/22. Het budget voor specifieke maatregelen bedraagt 5,1 miljoen euro. Het budget voor NPO-groei bedraagt 5,5 miljoen euro. Hiervan wordt in 2022/23 2,9 miljoen euro besteed. De overige 2,6 miljoen euro reserveren we voor de studiejaren 2023/24 tot en met 2026/27.

Continuïteit

In deze paragraaf laten we zien hoe onze hogeschool omgaat met de financiële gevolgen van het gevoerde en te voeren beleid. Daarmee geven wij ook inzicht in het verwachte exploitatieresultaat in de komende jaren en de ontwikkeling van onze vermogenspositie.

Ontwikkeling studenten en formatie 2022-2027

Kengetallen 2022 2023 2024 2025 2026 2027
Studentenaantallen (HO)*            
Eerste instroom 6.862 7.035 6.928 6.804 6.729 6.652
Ingeschreven studenten 30.016 29.719 29.259 28.977 28.889 28.617
Personele bezetting (fte)            
Management/ directie 26 26 26 26 26 26
Onderwijzend personeel 1.643 1.656 1.621 1.589 1.572 1.571
Overige medewerkers 1.056 1.065 1.042 1.021 1.011 1.010

Studentenaantallen

De instroom van studenten in 2022 is gedaald ten opzichte van 2021. Dit is conform verwachting. Eind 2022 is de jaarlijkse studentprognose op basis van herziene inzichten herijkt voor 2023 en verder. Vooruitkijkend naar de komende jaren verwachten we een dalende trend voor de bekostigde instroom. Dit is gebaseerd op de CBS-prognose dat de bevolkingsomvang (met name in de categorie 15- tot 25-jarigen) in Noord-Nederland terugloopt. We gaan er hierbij van uit dat het marktaandeel van onze hogeschool gelijk blijft.

Voor de verwachte doorstroom maken we gebruik van de doorstroomcoëfficiënten vanuit het verleden. Daarbij hebben we geen rekening gehouden met effecten als gevolg van landelijke ontwikkelingen op het gebied van studiefinanciering, begrotingsbeleid en dergelijke. In 2027 verwachten we op 28.617 ingeschreven studenten uit te komen.

Personele bezetting

De kengetallen van de personele bezetting van 2022 zijn gerealiseerde waarden. Op basis van de meerjarenontwikkeling van de personele lasten hebben we een inschatting gemaakt van de personele bezetting in de jaren daarna. Tot 2024 verwachten we nog een stijging van de benodigde formatie. Dit komt door het besteden van de tijdelijk extra ontvangen NPO-middelen en de extra studievoorschotmiddelen. We zien dat de formatie vanaf 2024 terug gaat lopen door de verwachte daling in studentenaantallen.

Meerjarenbegroting

Het voorgaande resulteert in onderstaande meerjarenbegroting.

BALANS (in m€) 2022 2023 2024 2025 2026 2027
Activa            
Vaste activa            
Immateriële vaste activa 0,65 0,62 0,61 0,61 0,62 0,62
Materiële vaste activa 150,79 147,60 142,49 137,25 133,08 128,71
Financiële vaste activa 0,08 0,08 0,08 0,08 0,08 0,08
  151,52 148,29 143,17 137,94 133,78 129,40
Vlottende activa            
Voorraden 0,53 0,53 0,53 0,53 0,53 0,53
Onderhanden werk 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Vorderingen 9,12 9,12 9,12 9,12 9,12 9,12
Liquide middelen 121,94 115,91 117,12 118,76 119,09 119,65
  131,59 125,55 126,77 128,40 128,74 129,29
             
Totaal Activa 283,11 273,85 269,94 266,34 262,52 258,69
             
Passiva            
Eigen vermogen            
Eigen vermogen (publiek) 102,10 100,69 100,69 100,69 100,69 100,69
Eigen vermogen (privaat) 2,74 2,68 2,68 2,68 2,68 2,68
  104,84 103,37 103,37 103,37 103,37 103,37
Vreemd vermogen            
Voorzieningen 16,83 15,73 15,13 14,83 14,83 14,83
Langlopende schulden 54,14 50,83 34,53 43,71 39,88 36,06
Kortlopende schulden 107,30 103,91 116,90 104,42 104,43 104,42
  178,27 170,48 166,57 162,96 159,15 155,32
             
Totaal Passiva 283,11 273,85 269,94 266,34 262,52 258,69

We investeren in materiële vaste activa. In de periode 2023-2027 geven we circa 39 miljoen euro uit aan huisvesting. Vastgoed en huisvesting vormen een sterk strategisch bedrijfsmiddel, met als doel het op duurzame wijze inzetten van vastgoed en huisvesting ten behoeve van het uitvoeren van onderwijs en onderzoek, plus het realiseren van de strategische doelstellingen voor onze ontwikkeling.

Door de toenemende digitalisering van onderwijs en onderzoek zullen we in de periode 2023-2027 ook circa 24 miljoen euro investeren in apparatuur en software. Het gaat daarbij zowel om vervanging als om uitbreiding.

In 2023 neemt het eigen vermogen licht af als gevolg van een verwacht exploitatietekort door de latere besteding van de NPO-groei middelen. In de periode 2023-2027 blijft het eigen vermogen stabiel. Het uitgangspunt daarbij is dat we werken met een jaarlijks sluitende exploitatie. Volgens het meerjarenperspectief blijft onze liquiditeit, de verhouding tussen de vlottende activa en de kortlopende schulden, daardoor de komende jaren boven de ‘hbo-signaleringswaarde’ van 0,75. Onze solvabiliteit, de verhouding tussen het eigen en totaal vermogen, blijft de komende jaren rond de 0,43 – 0,46 liggen. Hiermee blijven we boven de ‘hbo-signaleringswaarde’ die de onderwijsinspectie hanteert van 0,30 voor de solvabiliteit.

We veronderstellen dat de voorzieningen de komende jaren op een stabiel niveau blijven, met uitzondering van de voorziening duurzame inzetbaarheid die vanaf 2023 tot 2025 afneemt.

Onder de langlopende schulden zijn de langlopende leningen bij het ministerie van Financiën opgenomen. Dit betreft een lopende lening van 13 miljoen euro, die in december 2025 moet worden afgelost, en de in 2017 nieuw verstrekte lening van (afgerond) 44 miljoen euro voor investeringen in huisvesting. De laatste tranche van deze lening is in 2019 opgenomen en wordt met ingang van 2020 lineair in 15 jaar afgelost. Een derde lening van 10 miljoen euro is in 2020 afgelost en per 2021 opnieuw aangegaan. Voor wat betreft de financiering van onze activiteiten hanteren we het principe van totaalfinanciering. In de meerjarenbegroting wordt ervan uitgegaan dat in 2025, het jaar waarin de bulletlening van 13 miljoen euro wordt afgelost, een lening met een gelijke omvang wordt aangetrokken.

Staat van baten en lasten

STAAT VAN BATEN EN LASTEN (in m€) 2022 2023 2024 2025 2026 2027
Baten            
Rijksbijdrage OCW 278,58 260,58 255,57 249,08 245,19 245,14
Collegegelden 41,33 62,48 61,52 60,69 60,29 60,02
Werk voor derden 3,90 4,10 4,31 4,54 4,77 5,02
Baten subsidies 16,99 17,33 17,67 18,03 18,39 18,76
Overige baten 7,88 7,84 7,82 7,80 7,79 7,78
  348,68 352,32 346,90 340,14 336,43 336,72
Personele lasten            
Lonen en salarissen 238,81 252,81 247,35 242,53 239,98 239,72
Overige personele lasten 28,48 29,84 30,25 30,20 30,43 30,95
  267,30 282,65 277,60 272,73 270,41 270,67
Materiële lasten            
Afschrijvingen 18,11 20,88 21,33 20,78 19,62 19,78
Huisvestingslasten 17,73 15,70 14,29 13,87 13,87 13,86
Administratie- en beheerslasten 14,13 13,78 13,61 13,43 13,33 13,26
Inventaris, apparatuur en leermiddelen 13,25 10,43 9,77 9,54 9,43 9,37
Overige lasten 10,15 10,01 9,98 9,93 9,93 9,96
  73,37 70,80 68,97 67,55 66,18 66,23
             
Financiele lasten 0,42 0,34 0,32 -0,13 -0,15 -0,17
             
Exploitatieresultaat 7,58 -1,47 0,00 0,00 0,00 0,00

Voor 2023 verwachten we een negatief exploitatieresultaat, dat veroorzaakt wordt door het over de jaargrenzen heen besteden van het extra (groei)budget dat we in het jaar 2021 hebben ontvangen. Vanwege de coronaperiode zijn de referentieramingen in dat jaar naar boven bijgesteld en zijn we eenmalig uitgegaan van bekostiging op basis van studentenaantallen t-1 in plaats van t-2, wat geleid heeft tot een extra (groei)budget van ruim 16 miljoen euro. Vanaf 2024 is het uitgangspunt dat we werken met een sluitende exploitatie. 

Bij de baten is de verwachte ontwikkeling van de rijksbijdrage OCW gebaseerd op de nu bekende ontwikkelingen van studentenaantallen en macro-ontwikkelingen van het beschikbare budget voor het hoger onderwijs. De hoogte van de baten uit collegegelden is gebaseerd op de verwachte ontwikkeling van de studentenaantallen. In 2022 is een significant lagere omvang aan collegegelden zichtbaar, wat het gevolg is van halvering van het collegegeld in studiejaar 2021/22 door de coronamaatregelen. De daling in baten uit de collegegelden zijn door het ministerie via de Rijksbijdrage OCW gecompenseerd. 

Bij de lasten hebben we voor 2023 rekening gehouden met de besteding van het extra (groei)budget dat we in 2021 hebben ontvangen. Ook hebben we bij de lasten in 2023 en 2024 rekening gehouden met de besteding van de NPO-specifieke middelen die we in 2021 en 2022 via de Rijksbijdrage hebben ontvangen.

Daarnaast hebben we rekening gehouden met investeringen in kwaliteit en deskundigheid van het personeel, extra investeringen in het kader van de kwaliteitsafspraken en lagere huurkosten vanaf 2023 als gevolg van het afstoten van huurpanden.

Risicobeheersing

Als maatschappelijke organisatie die bijdraagt aan de toekomstige carrière van ongeveer 30.000 studenten, is onze hogeschool risicoavers. Dit betekent dat (grote) risico’s niet willens en wetens actief worden opgezocht. Risicoavers betekent niet dat onze hogeschool geen enkel risico loopt of dat risico’s nooit bewust worden gelopen, maar dat verstandig met de ter beschikking gestelde middelen wordt omgegaan en dat inzichtelijk wordt gemaakt (vaak door besluitvorming en periodieke informatievoorziening) welke risico’s we lopen. De ruim 3.900 medewerkers hebben een grote verantwoordelijkheid om dagelijks de juiste afwegingen te maken. Dit kunnen ze alleen succesvol doen als risicomanagement niet een doel op zich is, maar een gedachtegoed.

Aanpak risicomanagement
In 2022 hebben we een vervolg gegeven aan het uitvoeren van Integraal Risicomanagement. Integraal Risicomanagement moet het risicobewustzijn binnen de gehele organisatie versterken. De strategische risico’s zijn in kaart gebracht aan de hand van de HBO risicokaart. Deze kaart is samengesteld op initiatief van de Vereniging Hogescholen en bevat een verzameling van generieke risicocategorieën voor hogescholen. 

Ook heeft in 2022 de jaarlijkse herijking van de strategische risico’s plaatsgevonden, inclusief een inventarisatie van de daarbij behorende beheersmaatregelen. De genomen initiatieven om het risicomanagement op te nemen in de reguliere besturingscyclus en uit te rollen op tactisch en operationeel niveau, gaan we voortzetten in 2023.

Het hierboven beschreven Integraal Risicomanagement ziet met name toe op de strategische risico’s en beheersing daarvan, daarnaast zijn ook risico’s onderkend op bijvoorbeeld naleving wet- en regelgeving, alsmede financiële risico’s en reputatierisico’s. Daar waar nodig geacht worden passende beheersmaatregelen getroffen.

Geïnventariseerde risico’s
De strategische risico’s zijn gekoppeld aan de ambities van de Hanzehogeschool. Hieronder beschrijven we onze belangrijkste risico’s.

Ambitie 0: Fitheid en werken in balans
Als hogeronderwijsinstelling zijn we kwetsbaar met betrekking tot onze IT-security, gezien de hoeveelheid en diversiteit van de werkzaamheden, medewerkers, studenten en systemen. We spelen op deze risico’s in via securitybeleid, informatiebeveiligingsbeleid, ICT-regelingen en persoonsgegevensregistraties, crisismanagement, uitwijklocaties en back-up-voorzieningen. Hierbij besteden we specifiek aandacht aan bewustwording van medewerkers en studenten. 

Ambitie 1: Passende leerroutes
Om onze ambitie ten aanzien van passende leerroutes waar te kunnen maken, zullen onze systemen dit moeten faciliteren en zullen de wetgever en beroepsorganisaties dit moeten ondersteunen. We spelen op dit risico in door continue afstemming met deze stakeholders te zoeken en onder andere een passende informatie- en communicatiestrategie uit te werken en uit te voeren. 

Ambitie 2: Onderzoek met impact
Voor het realiseren van onze onderzoeksambities dienen er voldoende middelen beschikbaar te zijn. Als de middelenverdeling vanuit het Rijk met betrekking tot onderwijs en onderzoek als gevolg van politieke keuzes niet aansluit op onze strategische koers, dan lopen we het risico dat er onvoldoende bekostiging is om onze ambities te realiseren. Als Hanzehogeschool zijn we daarom actief om goed vertegenwoordigd te zijn in de voor ons relevante netwerken en belangenorganisaties.

Ambitie 3: Een lerende en wendbare organisatie
De ontwikkeling naar passende leerroutes, meer vervlochten met onderzoek en de beroepspraktijk, vraagt om andere competenties en vaardigheden van onze (toekomstige) medewerkers. Het risico is dat we door krapte op de arbeidsmarkt in combinatie met de huidige personele bezetting hier onvoldoende op in kunnen spelen. Wij acteren hierop door middel van strategisch personeelsbeleid, opleidingsplannen, personeelsscans en de reguliere HR-cyclus. Alle onderdelen hebben de meerjarenpersoneelsplannen herzien. Daarnaast spelen we budgetten vrij om het strategisch personeelsbeleid vorm te kunnen geven. 

Demografische ontwikkelingen leiden tot afnemende studentaantallen. Dit heeft impact op de financiën, het personeel en de huisvesting. We erkennen dit risico al meerdere jaren en nemen hier de nodige maatregelen voor, vooral gericht op het organiseren van een wendbare organisatie. Daarnaast geven we uitwerking aan de periodieke herijking van het portfolio. De impact van de demografische ontwikkelingen op personeel en huisvesting is opgenomen in het HR-beleid, marketingbeleid en huisvestingsbeleid. Financieel wordt de impact inzichtelijk gemaakt middels een meerjarenbegroting.

Complexe maatschappelijke vraagstukken (bijvoorbeeld rondom klimaat, inclusie en healthy ageing) vragen in ons onderwijs en onderzoek om een multidisciplinaire oplossingsrichting. In onze strategische ambities en onze onderwijsvisie spelen we hierop in, door onderzoek, onderwijs en beroepspraktijk meer samen te laten werken en samen te laten komen in een leergemeenschap.

Helderheid

In 2021 is een notitie over helderheid verschenen, en een aanvulling daarop. We onderschrijven onze verantwoordelijkheden zoals beschreven in deze notitie.

In de notitie Helderheid komen negen thema’s voor. Een deel hiervan is elders in dit jaarverslag al besproken. Voor de volledigheid gaan we hier op alle negen thema’s in.

  • Thema 1: Uitbesteding
  • Thema 2: Investeren van publieke middelen in private activiteiten
  • Thema 3: Het verlenen van vrijstellingen
  • Thema 4: Bekostiging van buitenlandse studenten
  • Thema 5: Collegegeld niet betaald door student zelf
  • Thema 6: Studenten volgen modules van opleidingen
  • Thema 7: De student volgt een andere opleiding dan waarvoor hij is ingeschreven
  • Thema 8: Bekostiging van maatwerktrajecten
  • Thema 9: Bekostiging van het kunstonderwijs

Uitbesteding

Binnen het initieel onderwijs worden alle opleidingen door ons zelf verzorgd. Op diverse fronten werken we samen met andere hogescholen, universiteiten en organisaties, maar daarbij is geen sprake van uitbesteding.

Investeren van publieke middelen in private activiteiten

Per 15 april 2021 is de Beleidsregel investeren met publieke middelen in private activiteiten voor bekostigde hoger onderwijs instellingen in werking getreden en vervangt thema 2 van de Notities Helderheid. Tot op heden bestaan er interpretatieverschillen tussen de instellingen, de NBA en OCW over enkele kernbegrippen uit de beleidsregel. Hierom heeft de minister uitstel verleend en hoeven instellingen voor het eerst over verslagjaar 2023 conform de nieuwe beleidsregel te verantwoorden. Om hieraan te kunnen voldoen wordt binnen Hanzehogeschool Groningen gewerkt het interpreteren van de beleidsregel en dit vast te leggen in een intern kader. Dit kader zal in 2023 worden vastgesteld en binnen Hanzehogeschool als leidraad worden gebruikt om de private activiteiten te inventariseren, te toetsen en te verantwoorden. Over het verslagjaar 2022 wordt de wijze van verantwoording conform eerdere jaren gecontinueerd.

De rijksbijdrage van het ministerie van OCW en het collegegeld van de studenten wordt besteed aan het onderwijs en de ondersteunende activiteiten. Daarnaast is er sprake van een ‘derde geldstroom’, die minimaal kostenneutraal moet zijn. Deze bestaat uit de financiële bijdragen van bedrijven, instellingen en cursisten voor contractonderzoek en -onderwijs. We vinden het belangrijk om deze contractactiviteiten aan te bieden, zodat we als kennisinstituut nauwe relaties kunnen onderhouden met het werk- en beroepenveld. Het bevordert de kennisuitwisseling en innovatie en daarmee de kwaliteit van het onderwijs.

Sinds 2012 voeren we contractactiviteiten uit onder de naam Hanzehogeschool Groningen Professionals en Bedrijven, met ingang van 2019 is deze naam gewijzigd in HanzePro. Binnen de financiële vastlegging hiervan hebben we de scheiding tussen publiek en privaat voldoende gewaarborgd. De derde geldstroom is de financieringsbron van de contractactiviteiten, die kostenneutraal moeten worden uitgevoerd. Het totaalresultaat van de contractactiviteiten over 2022 is 0,7 miljoen euro negatief. Momenteel vindt er een analyse plaats die de oorzaken in kaart moet brengen die aan dit negatieve resultaat ten grondslag liggen. Naast deze analyse is er een project gestart dat ten doel heeft de administratieve processen met betrekking tot contractactiviteiten te verbeteren, zodat er betere beheersing en sturing op deze activiteiten kan plaatsvinden. Dit moet bijdragen aan het structureel kostendekkend zijn van deze activiteiten. 

Naast het resultaat op contractactiviteiten is de daadwerkelijke compensatie van de coulance regeling opleiding International Programme Physiotherapy ten laste van het private vermogen gebracht. Verder is in overleg met de accountant het resultaat vanuit de activa/passiva transactie van Stichting Building verwerkt in het private vermogen. Per saldo is het private deel van het eigen vermogen per eind 2022 2,7 miljoen euro positief.

Het verlenen van vrijstellingen

In de Onderwijs- en examenregeling hebben we beschreven hoe een student de examencommissie kan verzoeken vrijstelling te verlenen voor het afleggen van een toets. Dat kan op grond van een toets die de student buiten onze opleiding met goed gevolg heeft afgelegd of op grond van kennis, inzicht en vaardigheden die de student buiten de opleiding heeft opgedaan. De examencommissie doet hiernaar een objectief onderzoek en stelt hiervan een verslag op. De examencommissie registreert de vrijstellingen die zij verleent.

Bekostiging van buitenlandse studenten

Dit onderwerp is bij ons niet van toepassing.

Collegegeld niet betaald door student zelf

In 2022 volgden 43 (2021: 40) van onze medewerkers met een vast dienstverband een bekostigde opleiding binnen de eigen organisatie.

Studenten die als gevolg van persoonlijke problemen studievertraging hebben opgelopen, kunnen bij het bestuur van het Profileringsfonds (WHW art 7.51) een aanvraag indienen voor een financiële vergoeding.

Studenten volgen modules van opleidingen

Onze hogeschool neemt deel aan Kies op Maat. Dit is een samenwerkingsplatform van hbo- en wo-instellingen dat studenten de mogelijkheid biedt om delen van hun opleiding bij een andere instelling te volgen. Voor de studenten zijn hieraan geen extra kosten verbonden. Zij nemen hieraan deel op basis van een Bewijs Betaald Collegegeld. De instellingen verrekenen onderling de kosten van deelname op basis van een vastgestelde prijs per EC. 

De student volgt een andere opleiding dan waarvoor hij is ingeschreven

Dit onderwerp is bij ons niet van toepassing.

Bekostiging van maatwerktrajecten

Als kennisinstelling worden wij door organisaties ingeschakeld om hun medewerkers verder op te leiden of bij te scholen. In de afgelopen jaren hebben we met een aantal organisaties overeenkomsten afgesloten. Hun medewerkers worden als student ingeschreven, al dan niet met extra faciliteiten. De werkgever voldoet het collegegeld. Met het UMCG en het Martini Ziekenhuis hebben we een overeenkomst gesloten over het aanbieden van de opleidingen hbo-V1 t/m V4. Hieraan namen in studiejaar 2021/2022 in totaal 128 studenten deel, over 2022/2023 zijn dit 137 studenten.

Bekostiging van het kunstonderwijs

Voor het sectorplan Kunsten is op landelijk niveau onderzoek gedaan naar de bekostiging van kunstvakopleidingen. Binnen onze hogeschool worden de landelijke afspraken zo veel mogelijk gevolgd en vertaald in de budgetten van de kunstvakopleidingen.

Huisvesting

We willen blijven investeren in een optimaal studeer- en werkklimaat in een inspirerende omgeving. Veranderende behoeftes vragen voortdurend om aanpassingen.

Herinrichting Zernikelaan

Project herinrichting Zernikelaan maakt deel uit van het overkoepelend Campusplan, ontworpen door bureau West 8. Een belangrijk onderdeel van de herinrichting Zernikelaan is de ’make-over’ van het Zernikeplein: het gebied tussen de Van DoorenVeste en het Willem-Alexander Sportcentrum. Na de zomer van 2021 is het vernieuwde plein al als ‘shared space’ in gebruik genomen. Het Zernikeplein was toen nog niet helemaal af. Het wachten was nog op de tribune bij het Willem Alexander Sportcentrum en de pannacourt. Deze zijn in de eerste helft van 2022 gerealiseerd. Hiermee is de ‘make-over’ van het Zernikeplein afgerond en daarmee ook de herinrichting van de Zernikelaan. Hiermee is een mooie stap vooruit gezet op het gebied van verblijfskwaliteit en verkeersveiligheid.

Duurzame mobiliteit

Onze hogeschool is op weg naar een fossielvrije toekomst. Onderdeel van deze duurzame ambitie is de transitie naar zo veel mogelijk emissievrij vervoer. Daarmee sluiten we aan bij de ambitie van Campus Groningen, een samenwerkingsverband met onder andere de gemeente en provincie Groningen, Rijksuniversiteit Groningen en Bedrijvenvereniging Groningen-West. Campus Groningen streeft naar een gastvrije, veilige en bereikbare campus, een groene en parkachtige plek die CO2-neutraal is met uitsluitend emissievrij vervoer.

Om als hogeschool hieraan de benodigde belangrijke bijdrage te kunnen leveren, zijn we in 2022 gestart met het (her)formuleren van ons mobiliteitsbeleid. Welke afspraken willen we met elkaar maken als het gaat om mobiliteit en waarom? In 2023 moet dit zijn weerslag krijgen in het vastgestelde mobiliteitsbeleid.

Operatie Julianaplein (het vervangen van het drukste verkeersplein van Noord-Nederland door een tijdelijk plein) was een mooie gelegenheid om mobiliteit en de hierin te maken keuzes onder de aandacht te brengen. Medewerkers en studenten van onze hogeschool zijn uitgedaagd zelf ook een steentje bij te dragen aan het verminderen van het autoverkeer. Onder andere door een intensieve communicatiecampagne en (kennismakings)acties hebben we hen uitgenodigd wat vaker de fiets te pakken, het OV te proberen, de auto te parkeren op een P+R aan de rand van de stad of een dagje thuis te werken. Dat bleek een succes. Samen hebben we er voor gezorgd dat onze hogeschool en de rest van de stad Groningen gedurende Operatie Julianaplein bereikbaar is gebleven. Het project was hiermee een prachtig vliegwiel voor het mobiliteitsbeleid.

Natuurlijk is het hier niet bij gebleven. In mei deden we mee aan de ‘fiets naar je werk dag’. In oktober hebben we de ‘fossielvrije week’ onder de aandacht gebracht, evenals mooie probeeracties in het OV. Ook is druk gewerkt aan het voorbereiden van het vervangen en uitbreiden van het aantal laadpalen voor elektrische auto’s rondom de panden van onze hogeschool. Op korte termijn wordt deze vervanging en uitbreiding gerealiseerd.

Wayfinding Willem-Alexander Sportcentrum

Sinds 2018 voorziet onze hogeschool alle gebouwen van wayfinding (bewegwijzering). De bestaande bewegwijzering was onvoldoende geschikt voor onze soms complexe gebouwen. Wanneer studenten, medewerkers en gasten hun bestemming niet kunnen vinden, heeft dit invloed op de ‘hospitality ervaring’.

In 2022 is het Willem-Alexander Sportcentrum voorzien van nieuwe wayfinding. Dit gebouw wordt niet alleen door onze medewerkers en studenten gebruikt: de gymzalen, het zwembad en diverse andere ruimtes worden veelvuldig gebruikt door externe bezoekers. Het gebouw is, door het bijzondere karakter ervan en de verschillende niveaus, voor bezoekers moeilijk te doorgronden. Het project is in december 2022 afgerond.

Lokaal van de toekomst

Sinds november 2022 beschikt onze hogeschool over vier ‘lokalen van de toekomst. Hieraan vooraf ging een periode van gesprekken voeren met docenten, schetsontwerpen, praktische zaken vaststellen en roostering inregelen. Twee van deze lokalen zijn te vinden in de Marie Kamphuisborg (E2.19 en J1.19), de andere twee in de Van Olstborg (A0.031 en A0.033). 

Het meubilair in de lokalen is flexibel in te zetten en biedt ruimte voor meer activerende vormen van onderwijs. Gebruikers kunnen het meubilair eenvoudig verschuiven naar de groepsgrootte die past bij de onderwijsactiviteit. In de lokalen zijn veel mogelijkheden om creatief aan de slag te gaan en ideeën te delen, middels verrijdbare whiteboards en agile whiteboard tafels. Ook geeft het meubilair een huiselijkere sfeer. Het ontwerp is een basis die door het Facilitair Bedrijf geoptimaliseerd en verder uitgewerkt gaat worden, in samenwerking met Informatisering en Onderwijs & Onderzoek.

De Vitale Hanze Werkomgeving

In 2022 zijn er verschillende verhuizingen geweest waarbij de Vitale Hanze Werkomgeving is geïmplementeerd. Een goed voorbeeld is de verhuizing van de bedrijven en staven naar de toren van de Van Olstborg. Samen met de gebruikers is een Programma van Eisen (PvE) opgesteld. De focus lag hierbij op samenwerken en ontmoeten tussen en over de staven heen. Het PvE is vertaald naar een ontwerp, dat is uitgevoerd. Inmiddels is de werkomgeving in gebruik genomen.

Bij elke verhuizing worden de ervaringen geëvalueerd om het concept van de Vitale Hanze Werkomgeving levend te houden.

Smart Building – Ruimtesensoren

Via een pilotproject zijn 39 lokalen in de Van Olstborg voorzien van ruimtesensoren. Per september 2022 meten deze sensoren de bezetting en benutting van de ruimten. Met deze informatie willen we meer inzicht verkrijgen in het ruimtegebruik, zodat we daarmee beter kunnen sturen op ons vastgoedportfolio. Daarnaast kan het roosterproces effectiever verlopen omdat er beter inzicht is in het daadwerkelijke gebruik versus het geplande gebruik. Ook specifieke bedrijfsvoeringsprocessen (zoals onderhoud, schoonmaak en vervangingen) kunnen efficiënter worden uitgevoerd op basis van de feitelijke bezettingscijfers. Als laatste kan deze informatie in de toekomst wellicht meer inzicht bieden in de relatie tussen ruimtelijke aspecten en studiesucces. Op basis van de evaluatie van het eerste semester wordt bepaald in welke vorm het pilotproject een vervolg krijgt.

Lokalenproject

In augustus 2022 is het U-gebouw afgestoten. Om de continuïteit van het onderwijs te kunnen waarborgen, zijn afgelopen zomer 30 vervangende lokalen gerealiseerd in bestaand vastgoed. Vanwege de krappe planning zijn de benodigde lokalen zo gerealiseerd dat ze per september in gebruik konden worden genomen, en is de periode daarna gebruikt om de werkzaamheden af te ronden en aanvullende wensen te realiseren. De verwachting is dat dit begin 2023 gereed is.

Bouw Zernikeplein 7 (ZP7)

In 2022 stond de bouw van ZP7 in het teken van het afronden van de laatste bouwwerkzaamheden en het treffen van voorbereidingen om alle bedrijven en staven op een goede plek in de toren te krijgen. In de zomer van 2022 heeft de verhuizing plaatsgevonden. Het was een grote operatie, waarbij ook enkele externe partijen betrokken waren.

Op 8 september 2022 is het geheel vernieuwde ZP7 geopend, onder de nieuwe naam Van Olstborg. Het was een geslaagd en feestelijk moment, met onder andere een festival op het buitenterrein en een grootse openingsact van studenten van Minerva (minor Art & Technology), Lucia Marthas School for Performing Arts en het Prins Claus Conservatorium. 

De Van Olstborg biedt, na een combinatie van nieuw- en verbouw en renovatie, ruimte aan ongeveer 8.000 studenten en 800 medewerkers. In het gebouw hebben zes schools een plek gekregen, evenals meerdere kenniscentra, bedrijven en stafafdelingen en contractopleidingen. Ook bevinden zich in de Van Olstborg een conferentieruimte, een grand café en een mediatheek.

 De bouw is, ondanks uitdagingen zoals het bouwen in een aardbevingsgebied en de coronapandemie, binnen het budget en de planning gebleven. In december heeft de Raad van Toezicht het projectteam Bouw ZP7 decharge gegeven, waarmee de bouw officieel is afgerond.

Informatievoorziening en informatisering

Technologische ontwikkelingen leiden tot nieuwe mogelijkheden om het onderwijsproces en de bedrijfsvoering slimmer en efficiënter in te richten. Ook drukken de ontwikkelingen in de ICT een belangrijke stempel op het onderwijs zelf. Hierbij gaat het niet alleen om het voorbereiden van studenten op de digitale samenleving, maar ook om de wijze waarop wij onderwijs geven en onderzoek doen.

Om studenten in de toekomst een passende leerroute te kunnen bieden, is het noodzakelijk om de bedrijfsvoering te uniformeren. Dat maakt onze organisatie efficiënter, veiliger en reduceert de complexiteit. Hierin speelt het Stafbureau Informatisering een belangrijke rol.

Uniformering

De lijn naar meer uniformering die al een aantal jaren geleden is ingezet, is in 2022 doorgetrokken. Daarmee is het ecosysteem van docenten verder verbeterd. Zo zijn bijvoorbeeld alle docenten inmiddels voorzien van een Hanze Persoonlijke Laptop (HPL), waarmee zij op flexibele en veilige wijze lessen kunnen voorbereiden en geven. Leslokalen zijn of worden nog voorzien van beeldschermen waaraan docenten op eenvoudige wijze hun laptop kunnen koppelen. Mede door de coronamaatregelen zijn veel les- en vergaderlocaties inmiddels voorzien van middelen waarmee lesgeven of vergaderen op afstand mogelijk is. Voor de presentatie van onderwijscontent zijn templates ontwikkeld, als voorbereiding op een aanbesteding van het Learning Management System (LMS). Zo is ook hier meer uniformering gerealiseerd.

Digitale transformatie

Onze hogeschool heeft ‘digitale transformatie’ geformuleerd als een van haar maatschappelijke opdrachten, om de kansen van digitalisering te benutten. Hiervoor is een programmamanager aangesteld die de komende jaren stimuleert dat de Hanzehogeschool met digitale middelen inspeelt op nieuwe behoeften, ontwikkelingen en verwachtingen van mens en maatschappij. De digitale transformatie heeft zowel betrekking op medewerkers, de organisatie als de omgeving.

Onderzoek

Onderwerpen die blijvend aandacht verdienen, zijn onder andere:

  • het open access publiceren van onderzoeksresultaten;
  • het gebruik van Pure als repositorysysteem;
  • het gebruik van datamanagementplannen.

Uit onderzoek binnen de Hanzehogeschool is gebleken dat ongeveer de helft van het aantal onderzoekers gebruik maakt van een datamanagementplan, maar dat slechts een derde gebruikmaakt van de aanbevolen opslag voor onderzoeksdata. Slechts 10 procent van de onderzoekers heeft ooit een dataset gepubliceerd en ruim de helft documenteert data om deze herbruikbaar te maken. De uitkomsten van dit onderzoek leveren bruikbare informatie op voor vervolgstappen om de onderzoeksvoorzieningen verder te professionaliseren. Om dit proces in goede samenhang en met de juiste prioriteiten op te pakken, is onder andere een Onderzoeksregiegroep geformeerd en een onderzoeksjourney vastgesteld.

Informatiebeveiliging en privacy

De zwakke schakel bij informatiebeveiliging is het gedrag van mensen. Eén keer op een verkeerde link klikken, kan immers al vérstrekkende gevolgen hebben. Daarom is er in onze hogeschool continu veel aandacht voor het bewustzijn van de digitale gevaren. Zo heeft onze hogeschool een aantal jaren geleden een digitale test ontwikkeld: de Cyber Solid Test. Ondanks verschillende acties en oproepen, bleef het aantal deelnemers aan de lage kant. Hierop is besloten deze test voor iedere medewerker verplicht te maken. De teamleiders ontvangen periodiek een overzicht van welke medewerkers de test wel en nog niet gedaan hebben. Daardoor is het gebruik van de test enorm toegenomen. Inmiddels heeft 73 procent van alle medewerkers de test gedaan. De komende jaren worden de vragen in de test met grote regelmaat vernieuwd en worden medewerkers verplicht om de test jaarlijks te doen.

Ook is aan het bewustzijn van informatiebeveiliging gewerkt door het geven van diverse presentaties en webinars.

Er zijn diverse activiteiten uitgezet om de digitale veiligheid van onderwijs en onderzoek verder te vergroten en om te voldoen aan de eis van het ministerie om begin 2024 effectief en aantoonbaar te voldoen aan volwassenheidsniveau 3 van het NBA-model. Dit model laat zien welke maatregelen genomen moeten worden om de risico’s rondom informatiebeveiliging en privacy te beheersen en als hogeschool digitaal weerbaarder te worden. Aan ieder domein is een manager gekoppeld om de focus op dit onderwerp en de voortgang te bewaken.

Personeel

Kengetallen (31 december 2022)

Medewerkers en dienstverband

  2022   % 2021 2020 2019 2018 2017
Totaal aantal medewerkers 3901   3831 3417 3.347 3.348 3.323
Mannen 1615 41,4% 1595 1423 1.423 1.410 1.429
Vrouwen 2284 58,5% 2234 1994 1.924 1.938 1.894
Overig 2 0,1% 2        
               
Totaal aantal arbeidsplaatsen (fte) 2.725   2620 2381 2.337 2.332 2.299

Het aantal medewerkers is in 2022 met 70 personen gegroeid. Het aantal fte is met 105 toegenomen. De gemiddelde omvang van een dienstverband is in 2022 gestegen naar 0,73 fte.

Leeftijdsopbouw        
  2022 2021 2020 2019
24 jaar en jonger 2% 5% 5% 4%
25 t/m 34 jaar 17% 15% 13% 13%
35 t/m 44 jaar 24% 22% 23% 23%
45 t/m 54 jaar 27% 27% 29% 29%
55 t/m 64 jaar 26% 26% 26% 28%
65 jaar en ouder 4% 5% 4% 3%

De gemiddelde leeftijd van onze medewerkers was op de peildatum 48,6 jaar en is daarmee gestegen ten opzichte van 2021.

Vaste en tijdelijke formatie
Eind 2022 was had 72 procent van onze medewerkers een vast contract, de overige 28 procent had een tijdelijk contract. In deze berekening van de tijdelijke formatie is alleen uitgegaan van medewerkers in loondienst. Overige medewerkers en tijdelijke contractuitbreidingen zijn niet meegenomen in de tijdelijke formatie. Het aantal medewerkers niet in loondienst bedroeg op de peildatum 448 medewerkers. Er waren 413 medewerkers met een tijdelijke uitbreiding.

Promoties
Onze hogeschool stimuleert docent-onderzoekers om praktijkgericht onderzoek te doen en faciliteert medewerkers die een promotietraject willen volgen. De promotietrajecten passen in de onderzoeksprogramma’s van de lectoraten en kenniscentra en sluiten aan bij de ambities van de hogeschool. Op 31 december 2022 deden in totaal 96 medewerkers promotieonderzoek (2021: 130). In 2022 hebben 10 promovendi hun promotieonderzoek afgerond (2021: 7).

​In- en uitstroom

  instroom uitstroom
Stafbureaus 116 87
Schools 666 646
CoE's 27 16
totaal 809 749

In 2022 was de instroom van nieuwe medewerkers (809) hoger dan de uitstroom (749). Dit is inclusief student-assistenten. In 2022 hebben we in totaal 156 student-assistenten in dienst genomen. Dit is zijn 18 student-assistenten minder dan in 2021.

Werving & Selectie

  Aantal
Vacatures totaal 316
Intern 48
Eerst intern, daarna extern 11
Extern 279
   
Sollicitanten totaal benoemd 323
Intern 80
semi-intern 40
extern 203

In 2022 waren er in totaal 316 vacatures bij onze hogeschool. Er zijn 323 sollicitanten benoemd. Vacatures die zijn ingevuld door middel van werving vanuit het eigen netwerk van een organisatieonderdeel zijn niet meegenomen in dit overzicht. De aantallen zijn ook exclusief student-assistenten. De werving van student-assistenten is decentraal georganiseerd bij de organisatieonderdelen en loopt niet via de centrale werving bij het stafbureau HR.

Ondanks de ingewikkelde arbeidsmarkt is het ons gelukt talentvolle medewerkers aan te trekken. De Hanzehogeschool is een aantrekkelijke en grote werkgever in Noord-Nederland. Door het aantrekken van de juiste kennis en kunde in de vorm van gekwalificeerd personeel, dragen we bij aan het versterken van de noordelijke regio tot een krachtige, ondernemende regio met Groningen als gezondste stad van Nederland. Met betrokken, wendbaar en gekwalificeerd personeel dragen we bovendien bij aan de rol van voorloper in de energietransitie, active and healthy ageing en de ontwikkeling van de circulaire economie. Door het inzetten van social media, onze website (werkenbijhanze.nl) en wervingscampagnes profileren we de Hanzehogeschool als aantrekkelijk werkgever.

Introductie nieuwe medewerkers

Nieuwe medewerkers een plezierige en inhoudelijk goede landing geven binnen onze hogeschool draagt op alle fronten bij aan het realiseren van onze ambities. Je welkom en wegwijs voelen na het doorlopen van een jaarcyclus binnen de Hanzehogeschool is een voorwaarde om toegevoegde waarde te kunnen leveren aan de gestelde ambities en maatschappelijke opdrachten.

Ons Welkom & wegwijsprogramma kreeg in 2022 met name op centraal niveau steeds meer body. De introductiebijeenkomst voor nieuwe medewerkers is bijgewoond door 106 nieuwe medewerkers. De 100-dagen-bijeenkomst is bijgewoond door 47 medewerkers. Daarnaast is het programma voor docent-onderzoekers die onderwijs geven, Klaar voor de Start, doorontwikkeld en verrijkt met de module ‘International classroom’.

Aan het Welkom & wegwijsprogramma voor nieuwe leidinggevenden hebben in 2022 20 nieuwe leidinggevenden deelgenomen. De module Werken in de Onderwijscontext is aan dit programma toegevoegd.

Voor docent-onderzoekers die onderzoek doen, is een nieuw introductieprogramma samengesteld onder de noemer Ready for Research.

HR-gesprekscyclus

In het kader van de HR-gesprekscyclus voeren leidinggevenden minimaal één keer per jaar een individueel gesprek met hun medewerkers. De gesprekken hebben tot doel om belemmeringen in het uitoefenen van de functie weg te nemen en om de ontwikkeling en professionalisering van de medewerker te stimuleren. Hiernaast spreken leidinggevenden hun medewerkers meermaals gedurende het jaar, zowel individueel als in teamverband. In 2022 zijn pilots uitgevoerd om de HR-gesprekscyclus op een andere manier in te richten en de gesprekken op andere wijze te voeren. Met de opbrengsten van deze pilots zullen we in 2023 de HR-gesprekscyclus beleidsrijk herijken.

Professionalisering

In 2022 is het Hanzekader Professionaliseren 2022-2026 vastgesteld. Dit nieuwe professionaliseringsbeleid omvat heldere, hogeschoolbrede uitgangspunten voor professionalisering, passend bij de strategische ambities. Ook biedt het alle organisatieonderdelen houvast voor een gezamenlijke en eenduidige werkwijze van professionaliseren (visie). Het nieuwe professionaliseringsbeleid is in lijn met de uitgangspunten van de cao.

Hanze PL Academy
De Hanze PL Academy faciliteert medewerkers bij hun professionele en persoonlijke ontwikkeling. Passend bij de strategische ambities van onze hogeschool is er een breed aanbod van opleidingen en trainingen voor alle medewerkers. De leeractiviteiten richten zich zowel op het individu als op teams en worden in aanbod en op vraag uitgevoerd.

 In 2022 zijn 25 leeractiviteiten aangeboden via de PL Academy. Het aanbod van leeractiviteiten is ten opzichte van 2021 uitgebreid met de Leergang Leiderschap bij Onderwijsinnovatie, de training Werken met AFAS, en Ready for Research.

Vernieuwde Basiskwalificatie Didactische Bekwaamheid
In 2022 is de Basiskwalificatie Didactische Bekwaamheid (BDB) vernieuwd. De vernieuwing bestaat uit het vorm en inhoud geven aan passende leerroutes (ambitie 1). Zo wordt er vanaf 2022 gewerkt in Communities of Learners. Ook is er een keuzeprogramma waarmee iedere deelnemer de kans krijgt meer zijn eigen focus aan te brengen in het ontwikkeltraject of keuzes te maken die aansluiten op de ontwikkelingen waar een school mee bezig is. Het beoogd effect van deze vernieuwing is het beter aansluiten op nieuwe onderwijsontwikkelingen en het flexibeler inspelen op individuele ontwikkelwensen van deelnemers. 

AFAS PL Academy
In 2022 is de PL Academy ingericht in ons automatiseringssysteem AFAS. Alle medewerkers kunnen via dit systeem cursusinformatie raadplegen, zich aan- en afmelden voor cursussen en vragen aan de PL Academy stellen. Hiermee wordt de toegankelijkheid van de PL Academy vergroot. Leidinggevenden hebben via de rapportages beter inzicht in de professionele ontwikkeling van hun medewerkers. Voor de PL Academy zelf betekent AFAS een automatiseringsslag en efficiënter werken.

Professionaliseringsuitgaven – out of pocketkosten
Conform de cao-hbo besteden we jaarlijks minimaal 6 procent van het getotaliseerde jaarinkomen aan professionalisering. De helft daarvan wordt besteed aan het basisrecht in uren. De andere helft wordt besteed aan out-of-pocketkosten en vervangingskosten.

Out of pocketkosten
In 2022 is een bedrag van 4.478.393 euro aan out-of-pocketkosten voor professionalisering benut. Dit betreft 2,44 procent van het getotaliseerd jaarinkomen. Ten opzichte van 2021 zijn de out of pocketkosten voor professionalisering met 1.194.914 euro gestegen. 

Vervangingskosten
Dit betreft de kosten voor het vervangen van medewerkers die vanwege professionalisering of het doen van onderzoek zijn vrijgesteld.

Leiderschapsontwikkeling en Management Development
In 2022 heeft het Hanze MT zich verder doorontwikkeld als strategisch managementteam van de Hanzehogeschool, passend bij de besturingsuitgangspunten en de ambities zoals verwoord in het strategisch beleidsplan ‘Betrokken en Wendbaar 2021-2026’ en de ambities richting 2030. 

Het Hanze MT heeft een collectieve verantwoordelijkheid voor de koers en richting van de organisatie. Het team brengt de ambities en maatschappelijke opgaven uit het strategisch beleidsplan in dialoog en faciliteert samenwerking over de grenzen van de organisatieonderdelen heen. De werking van het Hanze MT is in 2022 geëvalueerd en naar aanleiding daarvan zijn een aantal verbeterpunten doorgevoerd.

In 2022 vonden de managementoverleggen weer fysiek plaats. Dit betreft de overleggen tussen College van Bestuur en het voltallige management en de overleggen van Hanze MT met College van Bestuur, deans en directeuren. Voorbeelden van besproken thema’s zijn Leren(d) Innoveren en organiseren, Betekenisvolle werkrelaties, Leiderschapsontwikkeling en De Hanze in 2030. Andere inhoudelijke thema’s in het Hanze MT waren onder meer: het Hanze Leer Concept, onze Maatschappelijke opdrachten en strategische ambities, Diversiteit en inclusie, Organisatieontwikkeling richting 2030, Portfoliomanagement en Leven Lang Ontwikkelen.

In 2022 is het leiderschapsprogramma van onze hogeschool verder ontwikkeld. Via een aanbesteding is een externe partij gekozen die in co-creatie met de Hanzehogeschool het ontwerp van het programma maakt en ook uitvoert. Het collectieve leiderschapsprogramma start in 2023 en heeft een looptijd van twee jaar. In 2022 is de visie op leiderschap ‘Leiderschap binnen de Hanzehogeschool’ verder ontwikkeld. Deze visie vormt de basis voor het leiderschapsprogramma. 

Traject trainee-onderwijsmanagers
In 2021 zijn 15 medewerkers gestart in een tweejarig leer-werktraject als trainee-onderwijsmanager. In de zomer van 2023 verwachten 11 trainees dit leer-werktraject af te ronden. In 2022 hebben drie trainee-onderwijsmanagers een functie als manager gevonden, één trainee-onderwijsmanager is met het traject gestopt. Dit tijdelijke project van twee jaar faciliteert onze medewerkers in hun ambitie om zich te ontwikkelen tot (onderwijs)manager en bevordert daarmee de interne mobiliteit. Het is opgezet om onze (ervaren) onderwijsmanagers te ontlasten bij het managen en begeleiden van de extra instroom van nieuwe docenten in het onderwijs. Het programma wordt in 2023 geëvalueerd.

De trainees volgen een ontwikkelprogramma, met in 2022 onder andere een onboarding-programma van vier sessies, ontwikkelgesprekken (voortgangsgesprekken) en de leergang Mijn Koers bepalen met Lef!

Welzijn van medewerkers

Verzuim
In december 2022 was het twaalfmaands gemiddelde verzuim 5,2 procent. Ten opzichte van januari 2022 is het verzuim toegenomen met 0,9 procent. Het grootste deel van dit percentage bestaat uit toenemend lang verzuim. 

Landelijk is in 2022 het gemiddelde verzuim bij bedrijven met meer dan honderd medewerkers met 0,6 procent gestegen naar 5,7 procent. In de gehele onderwijssector was volgens het CBS in het derde kwartaal van 2022 het verzuim 4,8 procent. Bedrijfsartsen, arboverpleegkundigen en bedrijfsmaatschappelijk werk geven aan dat in 2022 psychisch verzuim het grootste aandeel heeft in het totale verzuim.

In 2022 hebben we in samenwerking met een externe partij een traject voor het aanscherpen van de gedragsmatige visie op verzuim ingezet. We kijken vanuit een gedragsmatig perspectief naar inzetbaarheid en verzuim, waarbij de medewerker en de leidinggevende in gesprek gaan, waar nodig ondersteund door het advies van de bedrijfsarts over de mogelijkheden die er zijn om te werken. Deze integrale aanpak is gericht op het demedicaliseren van het verzuim en het bevorderen van vitale medewerkers in een fitte organisatie. Alle leidinggevenden worden vanaf januari 2023 getraind. Hierop volgen interventies om medewerkers vertrouwd te maken met hun eigen rol in inzetbaarheid en verzuim.

Arbobeleid en duurzame inzetbaarheid

Thuis werken
In maart is de ‘Hanzeregeling werken op locatie en thuis’ vastgesteld, met daarin ook een vergoeding voor faciliteiten voor thuiswerken. 

Hybride werken
De Hanzehogeschool is aangesloten bij het digitale 'Platform hybride werken’ van Zestor. In 2022 hebben we aan twee bijeenkomsten deelgenomen waarin hogescholen en experts kennis en inzichten hebben gedeeld om elkaar te helpen bij het implementeren van hybride of plaats- en tijdonafhankelijk werken. 

De Vitale Hanze Werkomgeving (DVHW)
In 2022 zijn een aantal organisatieonderdelen verhuisd naar andere locaties. Bij de medewerkers is via dialoogsessies gepeild welke behoeftes zij hebben bij (samen)werken in een nieuwe omgeving. Aan de hand hiervan zijn in september basisprincipes vastgesteld, als eerste stap naar een activiteitgeoriënteerde werkomgeving. In december zijn de ervaringen over de eerste 100 dagen werken in de nieuwe werkomgeving geëvalueerd met behulp van een vragenlijst. Op grond van de resultaten hiervan en de uitgangspunten van de verhuizing uit het Programma van Wensen en Eisen kunnen we de conclusie trekken dat de eerste stappen zijn gezet naar activiteitgeoriënteerd werken en het delen van algemene voorzieningen. In 2023 gaan we de aangedragen verbeterpunten doorvoeren. 

RI&E
RI&E (risico-inventarisatie en -evaluatie) is een instrument om alle arbeidsrisico’s binnen de organisatie in kaart te brengen, gericht op het verminderen van gezondheidsklachten, verzuim en ongevallen. 

In februari zijn we gestart met het project ‘Doorontwikkeling integrale veiligheid’. Hierin is onder andere voor het thema ‘Fysieke veiligheid’ de stand van zaken ten aanzien van protocollen en beleid in beeld gebracht. Op grond hiervan zijn we gestart met het actualiseren van het arbobeleid, het RI&E-proces en de taakomschrijving en training van preventiemedewerkers in een integrale werkgroep.

In juli 2022 is er een landelijke wetswijziging geweest gericht op het verbeteren van de kwaliteit van de RI&E. Inmiddels is een start gemaakt met het aanpassen van het branche-RI&E-instrument van de hogescholen. Deze aanpassingen gaan we in 2023 meenemen bij het actualiseren van ons RI&E-proces en de uitvoering hiervan binnen onze hogeschool.

Arbo-advisering
In 2022 zijn 40 medewerkers geadviseerd over individuele aanpassingen van de werkplek (ergonomische hulpmiddelen). Er zijn 12 aanvragen voor aangepast meubilair geweest. Verder zijn 13 medewerkers online geadviseerd over de thuiswerkplek of de werkplek op locatie. Bij het ontstaan van de klachten gaat het niet alleen om de inrichting van de werkplek, maar spelen ook werkfactoren mee zoals werkdruk, werktijden, werkorganisatie en werkvermogen. Op verzoek zijn 3 werkplekonderzoeken op locatie uitgevoerd. Er zijn 78 aanvragen gedaan voor een beeldschermbril, waarbij we een toename zien van vervangende beeldschermbrillen. 

Het Nieuwe Gezonde Werken (HNGW)
Het interventieprogramma Het Nieuwe Gezonde Werken (HNGW) is in 2022 weer intensiever op locatie opgestart en gepromoot. Vanuit dit programma zijn gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van verschillende organisatieonderdelen om ze te ondersteunen bij onder andere de onderwerpen vitaliteit, gezond gedrag van medewerkers, thuiswerken en hybride werken. Met onderdelen van HNGW zijn oplossingen 'op maat' gegeven. 

In 2022 zijn de persoonlijke vitaliteitprogramma's en de begeleiding van en voor medewerkers geïntensiveerd. Met een nieuw communicatieplan is HNGW opnieuw onder de aandacht gebracht, onder andere via een nieuwe promotiefilm op intranet.

In 2022 zijn er 14 informatiebijeenkomsten over HNGW geweest. Tegelijkertijd of aansluitend hierop zijn er uiteenlopende interventies geweest gericht op de vitaliteit en duurzame inzetbaarheid van onze medewerkers. In totaal kenden al deze interventies in 2022 circa 550 deelnemers.

Hanze Vitaal
HanzeFit en het Stafbureau HR zijn, gezien de gemeenschappelijke doelstellingen rondom vitaliteit en inzetbaarheid, in 2022 nauwer gaan samenwerken onder de nieuwe vlag ‘Hanze Vitaal'. De nieuw aangestelde coördinator Hanze Vitaal is begonnen met verbindingen te leggen tussen de verschillende initiatieven binnen onze hogeschool op het gebied van vitaliteit en gezondheid. Dit maakt ook duidelijk wat de positie van Hanze Vitaal is ten opzichte van de opdracht ‘Een gezonde en actieve leergemeenschap'. Hanze Vitaal biedt diverse activiteiten aan en promoot activiteiten binnen de hogeschool die aan de doelstelling bijdragen. 

Werkbelevingsonderzoek
In 2021 is het WBO (werkbelevingsonderzoek) uitgevoerd, een onderzoek naar de tevredenheid en werkbeleving van medewerkers van de Hanzehogeschool. Dit onderzoek wordt eens per twee jaar uitgevoerd. Naar aanleiding van de resultaten van het WBO 2021 is in 2022 een tussenmeting uitgevoerd op drie thema’s: sociale veiligheid, herstelbehoefte en werkdruk. Deze thema’s zijn gekozen vanwege de effecten van de coronapandemie op medewerkers, de terugschakeling van thuiswerken naar werken op de hogeschool en de toenemende aandacht voor sociale veiligheid. 

Sociale Veiligheid
De werkgroep Sociale Veiligheid heeft, als onderdeel van het project Integrale veiligheid, een inventarisatie gedaan naar documenten op het gebied van sociale veiligheid. Dit heeft inzicht opgeleverd in wat er is en waar overlap bestaat met andere veiligheidsthema’s. In 2022 is ook het proces ‘Melden en handelen van ongewenst gedrag’ versneld, in combinatie met een herziening van de klachtenregeling voor zowel medewerkers als studenten. Begin 2023 wordt deze herziening definitief gemaakt. 

Meldpunt financiële zorgen
Meerdere medewerkers hebben gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een vertrouwelijk gesprek te voeren over hun financiële zorgen. In alle gevallen is er in eerste instantie gekeken of er voor de medewerker zelf nog mogelijkheden zijn die kunnen leiden tot een oplossing van hun problematiek. Daarna is gekeken of onze hogeschool een passende oplossing kan bieden.

Participatie, diversiteit en inclusie

Participatie
In 2022 is een plan van aanpak opgesteld om Social Return on Investment verder te borgen binnen de inkoop. 

In 2022 hebben we 35 afspraakbanen gerealiseerd. De doelstelling is te groeien naar 55 afspraakbanen in 2025. De invulling van afspraakbanen gebeurt binnen de verschillende onderdelen van de organisatie en binnen functies op verschillend niveau.

In 2022 zijn daarnaast 15 aanvullende afspraakbanen gerealiseerd bij onze toeleveranciers. Met onze dienstverlener op het gebied van schoonmaak zijn we op drie locaties gestart met het programma ‘Gilde leren’. In dit programma is ruimte voor vijf leer-werkplekken voor stagiaires met een migratieachtergrond of een vluchtelingenstatus.

Met de Hanze Inhuur desk zijn we trainingen gestart voor studenten met een (functie) beperking.

Diversiteit en inclusie
Onze hogeschool heeft in 2022 op het gebied van inclusiviteit verschillende stappen gezet. Zo werken we aan het voorbereiden en plaatsen van inclusieve faciliteiten, zoals genderneutrale voorzieningen en tweetalige informatievoorziening. Ook zijn we bezig met het vormen en herzien van beleid, bijvoorbeeld de ondertekening van Amnesty Manifest Let's Talk About Yes en de herziening van de protocollen over sociale veiligheid, zoals klachten- en meldingsprocedures. Binnen het Onderwijs en Onderzoek zijn in 2022 aanpassingen gedaan in het curriculum en worden tools en ervaringen onderling uitgewisseld.

Strategische personeelsplanning

In 2022 zijn onder andere door middel van ‘dakpanconstructies’ maatregelen getroffen die inspelen op demografische ontwikkelingen. Organisatieonderdelen met veel medewerkers die de AOW-gerechtigde leeftijd naderen, hebben extra financiële ruimte gekregen om medewerkers in dienst te nemen of te houden om de aanstaande pensionado’s op termijn te kunnen vervangen.

Arbeidsvoorwaarden

Eigenrisicodragerschap (B)WW
Medewerkers en ex-medewerkers die een uitkering ontvangen, krijgen vanuit onze hogeschool een casemanager toegewezen. We onderhouden contact en waar nodig verzorgen we begeleiding naar werk. Het doel hiervan is het bevorderen van (duurzame) inzetbaarheid en het terugdringen van de totaalkosten (B)WW. In 2022 is het aantal (ex-)medewerkers met een (B)WW-uitkering verder gedaald.

  WW BW
Instroom in 2022 27 5
Uitstroom in 2022 39 5
Uitbetaalde uitkeringen 31-12-22 17 15

Seniorenregelingen
De kosten voor de seniorenregelingen zijn in 2022 gestegen. Het gaat om de Seniorenregeling Onderwijspersoneel (SOP) en Werktijdvermindering Senioren (WS). In 2022 bedroegen de kosten hiervoor 2.134.000 euro. Ten opzichte van de totale kosten voor seniorenregelingen over 2021 is dit een stijging van 157.000 euro.

Besteding decentrale arbeidsvoorwaardenmiddelen (DAM gelden)
De cao-hbo kent de bepaling dat elke hogeschool jaarlijks 1,41 procent van het getotaliseerd jaarinkomen beschikbaar stelt voor afspraken op het gebied van (decentrale) arbeidsvoorwaarden. Afspraken hierover worden in het lokale cao-overleg gemaakt. In 2022 was hiervoor binnen de begroting van de Hanzehogeschool ruim 2,5 miljoen euro beschikbaar. De tabel hieronder toont hoe deze middelen zijn besteed.

Overzicht DAM gelden   2019 2020 2021 2022
     € 149.935.768   € 149.888.285   € 161.517.038   € 183.697.966 
  Grondslag: getotaliseerd jaarinkomen getotaliseerd jaarinkomen getotaliseerd jaarinkomen getotaliseerd jaarinkomen
           
    REALISATIE REALISATIE REALISATIE REALISATIE
Uit te geven door Hanzehogeschool Groningen percentage 1,41% 1,41% 1,41% 1,41%
     € 2.114.094   € 2.113.425   € 2.277.390   € 2.590.141 
Uitgaven Decentrale arbeidsvoorwaardenmiddelen          
Kinderopvang (afdracht aan Belastingdienst) doorlopend  € 632.987   € 648.254   € 701.197   € 776.827 
Ouderschapsverlof (betaald) doorlopend  € 651.629   € 574.728   € 730.616   € 831.146 
OV-regeling v.a. 1-1-2008  € 488.835   € 349.142   € 106.475   € 355.988 
Stimuleringsbijdrage sport per jaar  € 5.000  0 0 0
Woon-werkverkeer (12e maand) doorlopend  € 62.008   € 47.136   € 29.065   € 57.018 
Vitaliteit / Het Nieuwe Gezonde Werken    € 222.785   € 139.160   € 125.209   
Fit for the Future: Werkplek+ 2018-2019-2020  € 45.612   € 1.256  0  
Fit for the Future: Werkplezier in elke levensfase 2018-2019  € 101.882   € 69.064   € 54.650   
HanzeFit (exploitatiekosten)   0 0 0  
Eénmalige thuiswerkvergoeding 2020 2020 0  € 448.540  0  
Internetvergoeding *) max. € 300.000        € 300.000 
Eénmalige uitkering ivm inflatie en energiekosten          € 1.066.248 
           
Totale uitgaven    € 2.210.738   € 2.277.280   € 1.747.212   € 3.387.226 
Verschil met uit te geven door HG    € -96.643   € -163.855   € 530.178   € -797.085 
  jaren 2006 t/m 2018:        
Cumulatief verschil met uitgaven t.o.v. verplichting  € 543.912   € 447.269   € 283.413   € 813.591   € 16.506 
           
           
Toelichting:          
Vanuit voorgaande jaren is er nog een niet gerealiseerd deel van de DAM gelden beschikbaar van:          € 813.591 
In 2022 is er een inhaalslag geweest en totaal meer uitgegeven:          € -797.085 
          --------------
Dit leidt tot een nieuw saldo van ruimte in de DAM gelden voor een bedrag van:          € 16.506 
Versie:
v6.1.1

Met iWink Report maak je professionele online publicaties. Publicaties die je online, in print en als PDF-download kunt aanbieden.

En daarmee voldoe je direct aan de WCAG-wetgeving rond digitale toegankelijkheid.

Eenvoudig, veilig en efficiënt.

Meer over iWink Report