Spring naar inhoud

Jaarrekening

Balans

Balans per 31 december 2022

(na resultaatbestemming, bedragen x € 1.000,-)

1 Activa     31-12-2022     31-12-2021  
Ref.                
                 
  Vaste activa              
1.1 Immateriële vaste activa     651     1.088  
1.2 Materiële vaste activa     150.790     152.600  
1.3 Financiële vaste activa     76     76  
                 
  Totaal vaste activa       151.517     153.763
                 
                 
  Vlottende activa              
1.4 Voorraden     533     452  
1.5 Vorderingen     9.115     11.595  
1.6 Liquide middelen     121.943     89.162  
                 
  Totaal vlottende activa       131.591     101.209
                 
  Totaal activa       283.107     254.973
2 Passiva     31-12-2022     31-12-2021  
Ref.                
                 
2.1 Eigen vermogen     104.839     97.256  
                 
2.2 Voorzieningen     16.834     15.404  
2.3 Langlopende schulden     54.137     57.440  
2.4 Kortlopende schulden     107.298     84.872  
                 
  Totaal passiva       283.107     254.973

Staat van baten en lasten

Baten en lasten 1 januari 2022 - 31 december 2022

(bedragen x €1000,-)

      2022     Begroting 2022     2021  
Ref.                    
3 Baten                  
3.1 Rijksbijdragen OCW   278.583     268.869     256.785  
3.2 Collegegelden   41.332     39.428     49.272  
3.3 Baten werk i.o.v. derden   3.897     4.977     2.972  
3.4 Baten subsidies   16.987     13.479     13.237  
3.5 Overige baten   7.878     7.322     7.621  
                     
  Totaal baten     348.677     334.075     329.887
                     
                     
                     
4 Lasten                  
4.1 Personele lasten   -267.300     -268.480     -242.002  
4.2 Afschrijvingen   -18.108     -19.045     -17.268  
4.3 Huisvestingslasten   -17.729     -18.705     -17.936  
4.4 Overige lasten   -37.535     -32.549     -31.709  
                     
  Totaal lasten     -340.672     -338.779     -308.916
                     
  Saldo baten en lasten     8.006     -4.704     20.971
                     
                     
                     
5 Financiële baten en lasten                  
5.1 Financiële baten   428     5     4  
5.2 Financiële lasten   -850     -832     -845  
                     
  Totaal financiële baten en lasten     -422     -827     -841
                     
  Netto resultaat     7.583     -5.531     20.130
                     
                     

Kasstroomoverzicht

(bedragen x € 1.000,-)

      2022     2021  
ref.              
               
  Kasstroom uit operationele activiteiten            
  Resultaat     7.583     20.130
               
  Aanpassingen voor:            
4.2 - Afschrijvingen   18.108     17.268  
4.2 - Boekresultaat desinvestering MVA   -92     0  
2.1 - Mutatie EV   0     114  
2.2 - Mutaties voorzieningen   1.429     2.852  
               
        19.445     20.234
               
  Veranderingen in werkkapitaal:            
1.4 - Voorraden   -80     -28  
1.5 - Vorderingen   2.480     -1.353  
2.4 - Kortlopende schulden (excl.intrest)   22.848     7.902  
               
        25.247     6.521
               
  Totaal kasstroom uit bedrijfsoperaties     52.275     46.885
               
5.1 Betaalde interest   -422     -845  
               
  Totaal kasstroom uit operationele activiteiten     51.852     46.040
      2022     2021  
  Kasstroom uit investeringsactiviteiten            
1.1 Investeringen in immateriële vaste activa   0     -822  
1.2 Investeringen in materiële vaste activa   -15.905     -26.773  
1.2 Desinvesteringen in materiële vaste activa   135     0  
1.3 Aflossing op leningen u/g   0     167  
               
  Totaal kasstroom uit investeringsactiviteiten     -15.770     -27.428
               
               
  Kasstroom uit financieringsactiviteiten            
2.3 Aangegane langlopende leningen   0     10.000  
2.4.5 Aflossing langlopende schulden   -3.303     -3.303  
               
  Totaal kasstroom uit financieringsactiviteiten     -3.303     6.697
               
  Mutatie geldmiddelen     32.780     25.309

Toelichting algemeen

De instelling, gevestigd te Groningen, Zernikeplein 1, is een stichting en is ingeschreven in het handelsregister onder nummer 41012703. Deze jaarrekening heeft betrekking op het kalenderjaar 2022, dat is geëindigd op balansdatum 31 december 2022. 

Deze jaarrekening is opgesteld uitgaande van de continuïteitsveronderstelling. De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de wettelijke bepalingen van Titel 9 Boek 2 BW en de stellige uitspraken van de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving, die uitgegeven is door de Raad voor de Jaarverslaggeving.
Deze bepalingen zijn van toepassing op grond van de Regeling Jaarverslaggeving Onderwijs (WJZ/2007/50507)
(RJ660)

Activiteiten
De activiteiten van de instelling bestaan voornamelijk uit dienstverlening op het gebied van onderwijs. De instelling verricht geen activiteiten in het buitenland.

Toelichting op het kasstroomoverzicht
Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode. De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit de liquide middelen. Ontvangsten en uitgaven uit hoofde van interest zijn opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten. Kasstromen in vreemde valuta worden omgerekend tegen de op dat moment geldende wisselkoersen. Onder de investeringen in immateriële- en materiële vaste activa zijn alleen opgenomen de investeringen waarvoor geldmiddelen zijn opgeofferd. 

Schattingen
Om de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening te kunnen toepassen, is het nodig dat het bestuur van de Hanzehogeschool Groningen zich over verschillende zaken een oordeel vormt, en dat het bestuur schattingen maakt die essentieel kunnen zijn voor de in de jaarrekening opgenomen bedragen. 

De daadwerkelijke uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen. De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld. Herzieningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien en in toekomstige perioden waarvoor de herziening gevolgen heeft.
De waarderingsgrondslagen rondom de personeelsvoorzieningen zijn naar de mening van het management het meest kritisch voor het weergeven van de financiële positie en vereisen schattingen en veronderstellingen.

Rapporteringsvaluta
Alle in dit financiële verslag vermelde bedragen zijn genoteerd in euro’s. De euro is de functionele valuta van de instelling. Daar waar afkortingen gebruikt worden van K€ en M€ wordt bedoeld € x 1.000 respectievelijk € x 1.000.000.

Vergelijkende cijfers
De cijfers over het vorig kalenderjaar zijn, indien en voor zover dat uit hoofde van transparantie wenselijk en noodzakelijk werd geacht, opnieuw gerubriceerd om vergelijkbaarheid mogelijk te maken.

Gebeurtenissen na balansdatum
Gebeurtenissen die nadere informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum en die blijken tot aan de datum van het opmaken van de jaarrekening worden verwerkt in de jaarrekening.

Gebeurtenissen die geen nadere informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum worden niet in de jaarrekening verwerkt. Als dergelijke gebeurtenissen van belang zijn voor de oordeelsvorming van de gebruikers van de jaarrekening, worden de aard en de geschatte financiële gevolgen ervan toegelicht in de jaarrekening.

Transacties in vreemde valuta’s
Transacties luidend in vreemde valuta’s worden in euro's  omgerekend tegen de geldende wisselkoers op de transactiedatum. Valutakoersverschillen worden verwerkt in de staat van baten en lasten in de periode dat zij zich voordoen. 

Transacties met verbonden partijen
Van transacties met verbonden partijen is sprake wanneer een relatie bestaat tussen de stichting en een natuurlijk persoon of entiteit die verbonden is met de stichting. Dit betreffen onder meer de relaties tussen de stichting en haar bestuurders, functionarissen op sleutelposities en leden RvT en de stichtingen zoals opgenomen in het overzicht verbonden partijen, zoals opgenomen onder de toelichting op de balans, waarbij sprake is van enige vorm van zeggenschap. Onder transacties wordt verstaan een overdracht van middelen, diensten of verplichtingen, ongeacht of er een bedrag in rekening is gebracht.

Transacties met verbonden partijen worden toegelicht voor zover deze niet onder normale marktvoorwaarden zijn aangegaan. Van deze transacties wordt de aard en de omvang van de transactie en andere informatie die nodig is voor het verschaffen van het inzicht toegelicht.
Er hebben zich geen transacties met verbonden partijen voorgedaan op niet-zakelijke grondslag.

Belastingen
Vennootschapsbelasting (Vpb)
De ‘Wet modernisering vennootschapsbelastingplicht overheidsondernemingen’ is in werking getreden op 1 januari 2016. Deze wet bepaalt dat onderwijsinstellingen in beginsel Vpb-plichtig zijn. In de Wet is echter een specifieke vrijstelling opgenomen voor onderwijsinstellingen die bekostigd onderwijs verrichten en voldoen aan de in de wet opgenomen voorwaarden. De Hanzehogeschool Groningen heeft vastgesteld dat zij voldoet aan de voorwaarden om een beroep te kunnen doen op de onderwijsvrijstelling en is derhalve vrijgesteld van het doen van aangifte voor de Vpb.

Omzetbelasting (BTW)
Op grond van artikel 11 van de Wet Omzetbelasting is de Hanzehogeschool Groningen vrijgesteld van het heffen van BTW over het onderwijs. In dit artikel zijn de volgende vrijstellingen beschreven:

- Onderwijsvrijstelling (art. 11, lid 1, onderdeel o Wet OB);
- Koepelvrijstelling (art. 11, lid 1, onderdeel u Wet OB);
- Fondswervingsvrijstelling (art. 11, lid 1, onderdeel v Wet OB);

De onderwijsvrijstelling zorgt ervoor dat diverse soorten van onderwijs ‘en nauw daarmee samenhangende leveringen en diensten’ zonder btw kunnen worden verstrekt. Hierbij zijn drie categorieën te onderscheiden:

- het wettelijk geregeld onderwijs; - het niet-wettelijk geregeld onderwijs (aangewezen onderwijs, zoals beroepsopleidingen); - nauw met het (niet-)wettelijk geregeld onderwijs samenhangende leveringen  en diensten.

Van wettelijk geregeld onderwijs is sprake indien het onderwijs is opgenomen in één van de onderwijswetten en onder toezicht staat van de inspectie van onderwijs of is onderworpen aan een ander toezicht door de minister die met zorg voor het desbetreffende onderwijs is belast. Activiteiten die niet onder een vrijstelling vallen, worden met BTW in rekening gebracht bij de afnemer. Doordat de activiteiten zijn vrijgesteld van BTW kan de BTW op de kosten die aan de Hanzehogeschool Groningen in rekening worden gebracht niet worden teruggekregen.

Grondslagen voor waardering van activa en passiva

Algemeen
De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de wettelijke bepalingen van Titel 9 Boek 2 BW en de stellige uitspraken van de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving, die uitgegeven is door de Raad voor de Jaarverslaggeving. Deze bepalingen zijn van toepassing op grond van de Regeling Jaarverslaggeving Onderwijs (WJZ/2007/50507) (RJ660). De jaarrekening wordt gepresenteerd in euro’s, wat tevens de functionele valuta is van de onderneming. Alle financiële informatie in euro’s is afgerond op het dichtstbijzijnde duizendtal.

De grondslagen die worden toegepast voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling zijn gebaseerd op historische kosten, tenzij anders vermeld in de verdere grondslagen. Een actief wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen naar de stichting zullen toevloeien en de waarde daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld. Activa die hier niet aan voldoen worden niet in de balans verwerkt, maar worden aangemerkt als niet in de balans opgenomen activa. Een verplichting wordt in de balans verwerkt wanneer het waarschijnlijk is dat de afwikkeling daarvan gepaard zal gaan met een uitstroom van middelen die economische voordelen in zich bergen en de omvang van het bedrag daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld. Onder verplichtingen worden mede voorzieningen begrepen. Verplichtingen die hier niet aan voldoen worden niet in de balans opgenomen, maar worden verantwoord als niet in de balans opgenomen verplichtingen.

Een in de balans opgenomen actief of verplichting blijft op de balans als een transactie (met betrekking tot het actief of de verplichting) niet leidt tot een belangrijke verandering in de economische realiteit met betrekking tot het actief of de verplichting. Dergelijke transacties geven evenmin aanleiding tot het verantwoorden van resultaten. Bij de beoordeling of er sprake is van een belangrijke verandering in de economische realiteit wordt uitgegaan van de economische voordelen en risico's waarvan redelijkerwijze niet te verwachten is dat zij zich zullen voordoen. Een actief of verplichting wordt niet langer in de balans opgenomen indien een transactie ertoe leidt dat alle of nagenoeg alle rechten op economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico's met betrekking tot het actief of de verplichting aan een derde zijn overgedragen. De resultaten van de transactie worden in dat geval direct in de staat van baten en lasten opgenomen, rekening houdend met eventuele voorzieningen die dienen te worden getroffen in samenhang met de transactie.

Indien de weergave van de economische realiteit ertoe leidt dat het opnemen van activa waarvan de rechtspersoon niet het juridisch eigendom bezit, wordt dit feit vermeld.

Baten worden in de staat van baten en lasten opgenomen wanneer een vermeerdering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermeerdering van een actief of een vermindering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld. Lasten worden verwerkt wanneer een vermindering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermindering van een actief of een vermeerdering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld. De opbrengsten en kosten worden toegerekend aan de periode waarop zij betrekking hebben. 

In de balans, de staat van baten en lasten en het kasstroomoverzicht zijn referenties opgenomen. Met deze referenties wordt verwezen naar de toelichting.

Vergelijking met voorgaand jaar
De gehanteerde grondslagen van waardering en van resultaatbepaling zijn ongewijzigd ten opzichte van het voorgaande jaar en volgen de per 1 januari 2008 ingevoerde Regeling Jaarverslaggeving onderwijs. 

Financiële instrumenten
Financiële instrumenten omvatten investeringen in handels- en overige vorderingen, geldmiddelen, leningen en overige financieringsverplichtingen, handelsschulden en overige te betalen posten. In de jaarrekening zijn de volgende categorieën financiële instrumenten opgenomen: verstrekte leningen en overige vorderingen en overige financiële verplichtingen.

Financiële activa en financiële verplichtingen worden in de balans opgenomen op het moment dat contractuele rechten of verplichtingen ten aanzien van dat instrument ontstaan. Een financieel instrument wordt niet langer in de balans opgenomen indien een transactie ertoe leidt dat alle of nagenoeg alle rechten op economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico’s met betrekking tot de positie aan een derde zijn overgedragen.
Financiële instrumenten (en afzonderlijke componenten van financiële instrumenten) worden in de jaarrekening gepresenteerd in overeenstemming met de juridische realiteit van de contractuele bepalingen. Presentatie vindt plaats op basis van afzonderlijke componenten van financiële instrumenten als financieel actief, financiële verplichting of als eigen vermogen. Financiële instrumenten worden bij de eerste waardering verwerkt tegen reële waarde, waarbij (dis)agio en de direct toerekenbare transactiekosten in de eerste opname worden meegenomen. De reële waarde van een financieel instrument is het bedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een passief kan worden afgewikkeld tussen ter zake goed geïnformeerde partijen, die tot een transactie bereid en van elkaar onafhankelijk zijn.

Saldering van financiële instrumenten: Een financieel actief en een financiële verplichting worden gesaldeerd als de stichting beschikt over een deugdelijk juridisch instrument om het financiële actief en de financiële verplichting gesaldeerd af te wikkelen en de stichting het stellige voornemen heeft om het saldo als zodanig netto of simultaan af te wikkelen.

Immateriële vaste activa
Immateriële vaste activa worden in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige voordelen die dat actief in zich bergt, zullen toekomen aan de Hanzehogeschool en de kosten van dat actief betrouwbaar kunnen  worden vastgesteld. 

De immateriële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs, verminderd met cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. De uitgaven na eerste verwerking van een gekocht of zelf vervaardigd immaterieel vast actief worden toegevoegd aan de verkrijgings- of vervaardigingsprijs als het waarschijnlijk is dat de uitgaven zullen leiden tot een toename van de verwachte toekomstige economische voordelen en de uitgaven en de toerekening aan het actief op betrouwbare wijze kan worden vastgesteld. Als niet wordt voldaan aan de voorwaarden voor activering worden de uitgaven verantwoord als kosten in de staat van baten en lasten. Voor het nog niet afgeschreven deel van de geactiveerde ontwikkelingskosten wordt een wettelijke reserve gevormd.

De grondslagen voor de vaststelling en verwerking van bijzondere waardeverminderingen zijn opgenomen onder Materiële Vaste Activa.

Ontwikkelingskosten
Ontwikkelingskosten worden geactiveerd voor zover deze betrekking hebben op commercieel haalbaar geachte projecten. De ontwikkeling van een immaterieel vast actief wordt commercieel haalbaar geacht als het technisch uitvoerbaar is om het actief te voltooien, de instelling de intentie heeft om het actief te voltooien en het vervolgens te gebruiken of te verkopen is (inclusief het beschikbaar zijn van adequate technische, financiële en andere middelen om dit te bewerkstelligen), de instelling het vermogen heeft om het actief te gebruiken of te verkopen, het waarschijnlijk toekomstige economische voordelen zal genereren en de uitgaven gedurende de ontwikkeling betrouwbaar zijn vast te stellen. 

Ontwikkelingskosten worden gewaardeerd tegen vervaardigingsprijs, verminderd met cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. De vervaardigingsprijs omvat voornamelijk de salariskosten van het betrokken personeel; de geactiveerde kosten worden na beëindiging van de ontwikkelingsfase (actief gereed voor ingebruikname) afgeschreven over de verwachte gebruiksduur. 
De afschrijving vindt plaats volgens de lineaire methode. De kosten voor onderzoek en de overige kosten voor ontwikkeling worden ten laste van het resultaat gebracht in de periode waarin deze zijn gemaakt.

De gehanteerde categorieën zijn (samen met de afschrijvingstermijnen en –percentages):

  • Ontwikkelingskosten (website)      3-5 jaar (33,3% - 20%)
  • Software                                             3-5 jaar (33,3% - 20%)

Materiële vaste activa
De materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs plus bijkomende kosten (om de activa op hun plaats of in de staat te krijgen noodzakelijk voor het beoogde gebruik) of vervaardigingsprijs verminderd met de afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. Op terreinen wordt niet afgeschreven. De afschrijvingen worden berekend als een percentage over de aanschaffingsprijs volgens de lineaire methode op basis van de economische levensduur, rekening houdend met de eventuele restwaarde. Afschrijving start op het moment dat een actief beschikbaar is voor het beoogde gebruik en wordt beëindigd bij buitengebruikstelling of bij desinvestering. Afboekingen door verkoop, buitengebruikstelling of tenietgaan worden afzonderlijk vermeld. Onderstaande afschrijvingstermijnen worden als uitgangspunt gehanteerd, op basis van incidentele afwijkende inschatting van levensduur kan deze worden aangepast.

Onderhoudsuitgaven worden slechts geactiveerd als zij de gebruiksduur van het object verlengen en/of leiden tot toekomstige prestatie-eenheden met betrekking tot het object.

Buiten gebruik gestelde activa worden gewaardeerd tegen boekwaarde of lagere opbrengstwaarde.

Bijzondere waardevermindering van vaste activa
Voor materiële vaste activa wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat deze activa onderhevig zijn aan bijzondere waardeverminderingen. Als dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat. De realiseerbare waarde is de hoogste van de bedrijfswaarde en de opbrengstwaarde.

Wanneer de boekwaarde van een actief hoger is dan de realiseerbare waarde, wordt een bijzonder waardeverminderingsverlies verantwoord voor het verschil tussen de boekwaarde en de realiseerbare waarde. Verder wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er enige indicatie is dat een in eerdere jaren verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies is verminderd. Als een dergelijke indicatie aanwezig is, wordt de realiseerbare waarde van het betreffende actief geschat. Terugneming van een eerder verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies vindt alleen plaats als sprake is van een wijziging van de gehanteerde schattingen bij het bepalen van de realiseerbare waarde sinds de verantwoording van het laatste bijzonder waardeverminderingsverlies. In dat geval wordt de boekwaarde van het actief opgehoogd tot de geschatte realiseerbare waarde, maar niet hoger dan de boekwaarde die bepaald zou zijn (na afschrijvingen) als in voorgaande jaren geen bijzonder waardeverminderingsverlies voor het actief zou zijn verantwoord.

De gehanteerde categorieën zijn (samen met de afschrijvingstermijnen en –percentages):

  • Gebouwen Casco/Afbouw  30 jaar (3,3%)
  • Gebouwen: inbouw    15 jaar (6,7%)
  • Gebouwen: investering in huurpanden  10 jaar (10,0%) of kortere huurtermijn
  • Sportterreinvoorzieningen   10 jaar (10,0%)
  • Overige terreinvoorzieningen   15-30 jaar (3,3%-6,7%)
  • Bouwkundige voorzieningen en installaties 15 jaar (6,7%)
  • Meubilair (inventaris)    7-12 jaar (8,3%-14,3%)
  • Computerapparatuur     3-4 jaar (33,3%-25,0%)
  • Audiovisuele apparatuur    4 jaar (25,0%)
  • Medische apparatuur   10 jaar (10,0%)
  • Industriële apparatuur  15 jaar (6,7%)
  • Overige apparatuur  7 jaar (14,3%)
  • Technische installaties ICT  7 jaar (14,3%)
  • Technische installaties overig  15 jaar (6,7%)
  • Transportmiddelen  7 jaar (14,3%)

Ontvangen subsidies die betrekking hebben op investeringen (materiële vaste activa) worden in mindering gebracht op de materiële vaste activa. Bij desinvesteringen worden deze ontvangen subsidies naar rato gedesinvesteerd.

Financiële vaste activa

Leningen u/g
Leningen worden verstrekt op basis van overeenkomsten waarin is vastgelegd op welke termijn de lening wordt afgelost, tegen welk rentepercentage geleend wordt en indien van toepassing, welke zekerheden er zijn verstrekt.
De onder financiële vaste activa opgenomen vorderingen worden initieel gewaardeerd tegen de reële waarde onder aftrek van transactiekosten (indien materieel). Vervolgens worden deze vorderingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs.

Een financieel actief dat niet wordt gewaardeerd tegen (1) reële waarde met waardewijzigingen in de staat van baten en lasten of (2) geamortiseerde kostprijs of lagere marktwaarde, wordt op iedere verslagdatum beoordeeld om te bepalen of er objectieve aanwijzingen bestaan dat het actief een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. Een financieel actief wordt geacht onderhevig te zijn aan een bijzondere waardevermindering indien er objectieve aanwijzingen zijn dat na de eerste opname van het actief zich een gebeurtenis heeft voorgedaan die een negatief effect heeft op de verwachte toekomstige kasstromen van dat actief en waarvan een betrouwbare schatting kan worden gemaakt. Objectieve aanwijzingen dat financiële activa onderhevig zijn aan een bijzondere waardevermindering omvatten bijvoorbeeld het niet nakomen van betalingsverplichtingen en achterstallige betalingen door een debiteur en aanwijzingen dat een debiteur failliet zal gaan. 

Voorraden
Voorraden worden gewaardeerd tegen kostprijs of lagere opbrengstwaarde. De kostprijs bestaat uit de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, vermeerderd met overige kosten om de voorraden op hun huidige plaats en in hun huidige staat te brengen. De opbrengstwaarde is gebaseerd op de meest betrouwbare schatting van het bedrag dat de voorraden maximaal zullen opbrengen, onder aftrek van nog te maken kosten. 
Voorraden worden gewaardeerd met toepassing van de ‘first-in, first-out’ (Fifo)-methode.

Onderhanden projecten
De post Onderhanden projecten bestaat uit het saldo van gerealiseerde projectkosten en reeds gedeclareerde termijnen en/of ontvangen subsidies. Indien de gerealiseerde opbrengsten hoger zijn dan de gerealiseerde projectkosten van de totale onderhanden projecten, worden de onderhanden projecten verantwoord onder de kortlopende schulden. Indien de projectkosten lager zijn dan de opbrengsten worden de onderhanden projecten onder de vorderingen op de balans opgenomen. In de toelichting is een uitsplitsing opgenomen van het saldo van onderhanden projecten in enerzijds een positief bedrag betreffende contracten waarvan de waarde van het verrichte werk de gedeclareerde termijnen overtreft en anderzijds een negatief bedrag ingeval het totaal van de termijnen de waarde van het verricht werk overtreft.

In de waardering van onderhanden projecten worden de kosten die direct betrekking hebben op het project, zoals personeelskosten voor werknemers direct werkzaam aan het project, de kosten die toerekenbaar zijn aan projectactiviteiten in het algemeen en toewijsbaar zijn aan het project en andere kosten die vanuit de (subsidie-) overeenkomst aan de opdrachtgever kunnen worden toegerekend, begrepen.

Verwerking van de projectkosten in de staat van baten en lasten vindt plaats als de prestaties in het project worden geleverd en zijn gerealiseerd. Verwachte verliezen op onderhanden projecten worden onmiddellijk in de staat van baten en lasten verwerkt. Het bedrag van het verlies wordt bepaald ongeacht of het project reeds is aangevangen, het stadium van realisatie van het project of het bedrag aan bate dat wordt verwacht op andere, niet gerelateerde projecten.

Vorderingen
Vorderingen worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieverentemethode, verminderd met bijzondere waardeverminderingsverliezen. Voorzieningen wegens oninbaarheid worden in mindering gebracht op de boekwaarde van de vordering.
De looptijd van de vorderingen is < 1 jaar.

Vorderingen waartegenover ook een schuld staat in de vorm van vooruitontvangen bedragen, zijn gesaldeerd opgenomen in de balans voor zover toegestaan.

Liquide middelen
Liquide middelen bestaan uit kas, banktegoeden en direct opeisbare deposito’s met een looptijd korter dan twaalf maanden. Liquide middelen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Indien liquide middelen niet ter vrije beschikking staan, wordt hiermee rekening gehouden bij de waardering.

Eigen vermogen
Het eigen vermogen van de Hanzehogeschool Groningen is opgebouwd uit de in het verleden behaalde resultaten. Andere mutaties in het eigen vermogen komen tot stand door stelselwijzigingen of door het opnemen van verbonden partijen. Het eigen vermogen bestaat uit algemene reserves en bestemmingsreserves en/of -fondsen. Hierin is tevens een segmentatie opgenomen naar publieke en private middelen. 

De bestemmingsreserves zijn reserves met een beperktere bestedingsmogelijkheid, welke door het bestuur is aangebracht. De bestemmingsfondsen zijn reserves met een beperktere bestedingsmogelijkheid, welke door derden zijn aangebracht.
 
Het resultaat van het verslagjaar op het initieel onderwijs wordt toegevoegd aan de algemene reserve. Is een deel van het resultaat tot stand gekomen door activiteiten in projectvorm die nog niet zijn afgerond, dan wordt dat deel overgeheveld naar de bestemde reserve Projecten. 

Voor een verdere toelichting op het vermogen wordt verwezen naar de toelichting op de balans.

Voorzieningen
Algemeen
Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen die op de balansdatum bestaan als gevolg van een gebeurtenis uit het verleden, waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de omvang op betrouwbare wijze is te schatten. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen af te wikkelen, tenzij anders vermeld.

Voorzieningen wachtgeld
Voor zowel het wettelijke als het bovenwettelijke deel van de wachtgeldregeling is per balansdatum een voorziening getroffen. Deze voorzieningen zijn bepaald op basis van opgaven van de uitvoeringsinstellingen, rekening houdend met deelnamekans.

Voorziening jubilea
De voorziening jubilea wordt opgenomen voor verwachte lasten gedurende het dienstverband van de werknemers. Hierbij is rekening gehouden met indexatie, blijf- en deelnamekans en verdiscontering.

Voorziening WGA-WIA
Ter dekking van toekomstige lasten ingevolge de wet integratie gedeeltelijk arbeidsgeschikten is een voorziening opgenomen. De voorziening is bepaald op basis van het ziekenbestand en verdisconteerd.

Voorziening WS
Ter dekking van toekomstige lasten ingevolge de vanuit de cao toepasbare regeling rondom werktijdvermindering senioren is een voorziening opgenomen. De voorziening is bepaald op basis van beste schatting, gebaseerd op de verwachte aanmeldingen voor de regeling, leeftijd en blijfkans.

Voorziening DI
Ter dekking van toekomstige lasten ingevolge de vanuit de cao toepasbare regeling rondom duurzame inzetbaarheid is een voorziening opgenomen. De voorziening ziet toe op de tot 2020 gespaarde uren van medewerkers welke gedurende de jaren 2023, 2024 en 2025 kunnen worden uitbetaald.

Langlopende schulden
Langlopende schulden worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde. Transactiekosten die direct zijn toe te rekenen aan de verwerving van de langlopende schulden worden in de waardering bij eerste verwerking opgenomen. Langlopende schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, zijnde het ontvangen bedrag rekening houdend met agio of disagio en onder aftrek van transactiekosten. 

Het verschil tussen de bepaalde boekwaarde en de uiteindelijke aflossingswaarde wordt op basis van de effectieve rente gedurende de geschatte looptijd van de schulden in de staat van baten en lasten als interestlast verwerkt.

Kortlopende schulden
Onder kortlopende schulden zijn de bedragen ondergebracht die nog betrekking hebben op het verslagjaar maar op balansdatum nog niet zijn betaald en bedragen die zijn ontvangen in of voor het verslagjaar en aan opvolgende jaren moeten worden toegekend. 

Kortlopende schulden worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde. Kortlopende schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, zijnde het ontvangen bedrag rekening houdend met agio of disagio en onder aftrek van transactiekosten. Dit is meestal de nominale waarde.

Grondslagen voor bepaling van het resultaat

Algemeen
Het saldo van de baten en lasten is tot stand gekomen met inachtneming van de volgende beginselen:

- Toerekeningsbeginsel: baten en lasten worden toegerekend aan dat jaar waar ze betrekking op hebben, hierbij wordt ervan uitgegaan dat onderwijstaken gelijkmatig over het jaar zijn verdeeld.
- Realisatiebeginsel: winsten worden genomen voor zover zij in het verslagjaar zijn gerealiseerd.
- Voorzichtigheidsbeginsel: verliezen of risico’s worden opgenomen voor zover zij bekend zijn geworden vóór het opmaken van de jaarrekening.

Begroting
De Hanzehogeschool Groningen werkt met een planning- en controlcyclus op studiejaar en daarmee ook met een begroting op studiejaar. Een studiejaar loopt van september t/m augustus. De begroting zoals opgenomen in de kalenderjaarrekening is derhalve een rekenkundige samenvoeging van 8/12 studiejaar X en 4/12 studiejaar X+1.

Baten
Rijksbijdragen OCW
De baten die in een verslagjaar zijn ontvangen van het ministerie van OCW worden in totaliteit verantwoord en zijn gebaseerd op de meest recent verschenen rijksbijdragebrieven. De rijksbijdragebrief van december is feitelijk de definitieve toekenning over een kalenderjaar. 

Collegegelden
De collegegelden worden toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben.

Werk i.o.v. derden
Opbrengsten uit het verlenen van diensten worden verantwoord naar rato van de geleverde prestaties, gebaseerd op de verrichte diensten tot aan de balansdatum in verhouding tot de in totaal te verrichten diensten. Zie tevens de grondslagen met betrekking tot Onderhanden projecten.

Overige baten
Overige baten bestaan uit baten uit verhuur, detachering en overige. De baten worden verantwoord als het waarschijnlijk is dat deze worden ontvangen en de instelling de condities voor ontvangst kan aantonen. Indien het resultaat van een bepaalde opdracht tot dienstverlening niet op betrouwbare wijze kan worden bepaald, worden de opbrengsten verwerkt tot het bedrag van de kosten van de dienstverlening die worden gedekt door de opbrengsten. 

Exploitatiesubsidies worden als bate verantwoord in de staat van baten en lasten in het jaar waarin de gesubsidieerde kosten zijn gemaakt of opbrengsten zijn gederfd, of wanneer een gesubsidieerd exploitatietekort zich heeft voorgedaan.

Huuropbrengsten uit vastgoedbeleggingen worden lineair in de staat van baten en lasten opgenomen op basis van de duur van de huurovereenkomst. Vergoedingen ter stimulering van het sluiten van huurovereenkomsten worden als integraal deel van de totale huuropbrengsten verwerkt.

Personeelsbeloningen
Periodiek betaalbare beloningen
Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de staat van baten en lasten verantwoord in de periode waarin de arbeidsprestatie wordt verricht en, voor zover nog niet uitbetaald, als verplichting op de balans opgenomen. Als de reeds betaalde bedragen de verschuldigde beloningen overtreffen, wordt het meerdere opgenomen als een overlopend actief voor zover er sprake zal zijn van terugbetaling door het personeel of van verrekening met toekomstige betalingen door de stichting.

Voor de beloningen met opbouw van rechten (bijvoorbeeld sabbatical leave) worden de verwachte lasten gedurende het dienstverband in aanmerking genomen. Een verwachte vergoeding wordt verantwoord indien de verplichting tot betaling van die vergoeding is ontstaan op of vóór balansdatum en een betrouwbare schatting van de verplichtingen kan worden gemaakt. Ontvangen bijdragen voortvloeiend uit levensloopregelingen worden in aanmerking genomen in de periode waarover deze bijdragen zijn verschuldigd. Toevoegingen aan en vrijval van verplichtingen worden ten laste respectievelijk ten gunste van de staat van baten en lasten gebracht.

Indien een beloning wordt betaald, waarbij geen rechten worden opgebouwd (bijvoorbeeld doorbetaling in geval van ziekte of arbeidsongeschiktheid) worden de verwachte lasten verantwoord in de periode waarover deze beloning is verschuldigd. Voor op balansdatum bestaande verplichtingen tot het in de toekomst doorbetalen van beloningen (inclusief ontslag aan personeelsleden die op balansdatum naar verwachting blijvend geheel of gedeeltelijk niet in staat zijn om werkzaamheden te verrichten door ziekte of arbeidsongeschiktheid) wordt een voorziening opgenomen.

De verantwoorde verplichting betreft de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de desbetreffende verplichting op balansdatum af te wikkelen. De beste schatting is gebaseerd op contractuele afspraken met personeelsleden (CAO en individuele arbeidsovereenkomsten). Toevoegingen aan en vrijval van verplichtingen worden ten laste respectievelijk ten gunste van de staat van baten en lasten gebracht.

Ontslagvergoedingen
Ontslagvergoedingen zijn vergoedingen die worden toegekend in ruil voor de beëindiging van het dienstverband. Een uitkering als gevolg van ontslag wordt als verplichting en als last verwerkt als de instelling zich aantoonbaar onvoorwaardelijk heeft verbonden tot betaling van een ontslagvergoeding.  Ontslagvergoedingen worden gewaardeerd op basis van de beste schatting van de bedragen welke  noodzakelijk zijn om de verplichting af te wikkelen.

Pensioenen
Uitgangspunt is dat de in de verslagperiode te verwerken pensioenlast gelijk is aan de over die periode aan de pensioenuitvoerder verschuldigde pensioenpremies. Voor zover de verschuldigde premies op balansdatum nog niet zijn voldaan, wordt hiervoor een verplichting opgenomen.
Indien op basis van de uitvoeringsovereenkomst met betrekking tot een pensioenregeling per balansdatum een verplichting bestaat, wordt een voorziening gevormd als het waarschijnlijk is dat de aanwending van een maatregelenpakket, dat nodig is voor het herstel van de per balansdatum bestaande dekkingsgraad, zal leiden tot een uitstroom van middelen en de omvang daarvan betrouwbaar kan worden geschat.

Verder wordt op balansdatum een voorziening opgenomen voor bestaande additionele verplichtingen ten opzichte van het fonds en de werknemers, indien het waarschijnlijk is dat voor de afwikkeling van die verplichtingen een uitstroom van middelen zal plaatsvinden en de omvang van de verplichtingen betrouwbaar kan worden geschat. Het al dan niet bestaan van additionele verplichtingen wordt beoordeeld aan de hand van de uitvoeringsovereenkomst met het fonds, de pensioenovereenkomst met de werknemers en andere (expliciete of impliciete) toezeggingen aan de werknemers. De voorziening wordt gewaardeerd tegen de beste schatting van de contante waarde van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen op balansdatum af te wikkelen. 

Financiële baten en lasten
Rentebaten worden verantwoord in de periode waartoe zij behoren, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de desbetreffende actiefpost. Rentelasten en soortgelijke lasten worden verantwoord in de periode waartoe zij behoren.

Toelichting op de balans

1. Activa

Vaste activa

1.1 Immateriële vaste activa
De mutaties in de immateriële vaste activa worden als volgt weergegeven:

(bedragen x € 1.000,-)

      Totaal IMVA   1.1.1
Ontwikkeling en software
  stand per 31-12-2021        
  verkrijgingen   7.397   7.397
  cum.afschrijvingen   6.309   6.309
  boekwaarde   1.088   1.088
           
  mutaties 2022        
  investeringen   0   0
  desinvesteringen   0   0
  afschrijvingen   437   437
  afschr desinvesteringen   0   0
      -437   -437
           
  stand per 31-12-2022        
  verkrijgingen   7.397   7.397
  afschrijvingen   6.746   6.746
  boekwaarde   651   651

Toelichting:
De immateriële vaste activa heeft betrekking op diverse softwaresystemen (waaronder Osiris, AFAS, PowerBI, VMware) en ontwikkeling van de website Hanze.nl en de Nieuwe Leer-Werkplek. 

1.2 Materiële vaste activa
De mutaties in de materiële vaste activa worden als volgt weergegeven:

(bedragen x € 1.000,-)

  Totaal MVA   1.2.1.1
Gebouwen
  1.2.1.2
Terreinen
1.2.2.1
Inventaris
1.2.2.2
Apparatuur
1.2.3
Vervoer-
middelen
1.2.4
MVA in uitvoering
stand per 31-12-2021                  
verkrijgingen 364.215   252.266   22.036 26.916 55.386 279 7.332
cum.afschrijvingen (-/-) 211.593   145.152   4.913 19.071 42.242 215 0
boekwaarde 152.621   107.114   17.123 7.845 13.144 64 7.332
                   
mutaties 2022                  
investeringen 19.163   11.117   596 1.811 5.622 17 0
desinvesteringen (-/-) 351   261,8204   44,2569 0 45 0 0
overboeking -3.280   0   0 0 0 0 -3.280
afschrijvingen (-/-) 17.578   11.046   488 1.218 4.807 19 0
cum.afschr desinvesteringen 216   169   44,2569 0 3 0 0
  -1.831   -22   108 593 773 -2 -3.280
                   
stand per 31-12-2022                  
verkrijgingen 379.746   263.121   22.588 28.727 60.963 296 4.051
Cum. afschrijvingen (-/-) 228.955   156.029   5.357 20.290 47.046 234 0
boekwaarde 150.791   107.091   17.231 8.438 13.918 62 4.051

Toelichting:
Door de Hanzehogeschool wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat een vast actief aan een bijzondere waardevermindering onderhevig kan zijn. Indien dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief vastgesteld. Een bijzonder-waardeverminderingsverlies wordt direct als last verwerkt in de staat van baten en lasten onder gelijktijdige verlaging van de boekwaarde van het betreffende actief. Over het verslagjaar is bijzondere waardevermindering niet van toepassing.

De investeringen in gebouwen en terreinen hebben over het boekjaar met name betrekking op de realisatie van de nieuw- en verbouw van Zp7, dit betreft de laatste fase.
 
Investeringen in inventaris hebben voornamelijk betrekking op aanschaf van meubilair. 
   
Investeringen in apparatuur hebben voornamelijk betrekking op computerapparatuur ICT en infrastructuur ICT.
 
Voor de toekomstige kosten van groot onderhoud aan de bedrijfsgebouwen is geen voorziening voor groot onderhoud gevormd. De kosten van groot onderhoud worden conform de componentenmethode geactiveerd onder de materiele vaste activa.
 
Het saldo op 'MVA in uitvoering' heeft betrekking op lopende investeringsprojecten en omvat met name het CoE Energy en de overname van het gebouw gerelateerd aan de stichting BuildinG (M€0,9). Dit gebouw wordt in 2023 in gebruik genomen door de Hanzehogeschool.
 
De panden aan het Zernikeplein (hoofdgebouw met Van Olsttoren, Van Doorenveste,  Willem-Alexander Sportcentrum, Marie Kamphuisborg) en aan de Petrus Driessenstraat (Wiebengacomplex) zijn hypothecair bezwaard. Het recht op eerste hypotheek is verleend aan de Staat der Nederlanden (Ministerie van Financiën).

1.3 Financiële vaste activa
De mutaties in de financiële vaste activa worden als volgt weergegeven:

(bedragen x € 1.000,-)

      Boekwaarde 31-12-2021 Investeringen
en verstrekte leningen
Desinvesteringen
en afgeloste leningen
Vord. kortlopend Boekwaarde 31-12-2022
               
1.3.1 Waarborgsommen en bankgaranties   76 0 0 0 76
               
  Totaal financiële vaste activa   76 0 0 0 76

Toelichting:
De vermeldde bankgaranties hebben betrekking op garanties verstrekt bij het aangaan van huurovereenkomsten.

Vlottende Activa

1.4 Voorraden

(bedragen x € 1.000,-)

          31-12-2022     31-12-2021
1.4.1 Gebruiksgoederen              
  Magazijngoederen/kantoorbenodigdheden       533     452
                 
  Totaal voorraden       533     452
                 

Toelichting:
Onder de voorraden zijn tevens opgenomen de geregistreerde verbruiksmiddelen chemicalien.

1.5 Vorderingen

(bedragen x € 1.000,-)

          31-12-2022     31-12-2021
                 
1.5.1 Debiteuren       997     1.909
1.5.2 Studenten       97     115
1.5.3 Onderhanden projecten              
  - Subsidieprojecten       3.596     4.656
1.5.4 Overige vorderingen       1.762     1.928
1.5.5 Overlopende activa       2.662     2.988
                 
  Totaal vorderingen       9.115     11.595

Toelichting:
In de vorderingen op debiteuren en studenten zijn voorzieningen voor oninbaarheid opgenomen van respectievelijk K€ 7 en K€ 86,5 (ultimo 2021 respectievelijk K€ 10,5 en K€ 122). Deze bedragen hebben betrekking op vorderingen met een looptijd > 1 jaar. 

Onder de debiteuren per 31-12-2021 was een vordering opgenomen op de NAM ter hoogte van K€ 740; deze is in het begin van 2022 voldaan. Dit verklaart grotendeels het verschil tussen 2021 en 2022.

De saldi vermeld onder de overlopende activa hebben met name betrekking op transitorische posten, kosten betaald in het huidige boekjaar en betrekking hebbend op het komende boekjaar.

1.6 Liquide middelen

(bedragen x € 1.000,-)

          31-12-2022     31-12-2021
                 
1.6.1 Banken       121.927     89.136
1.6.2 Kasmiddelen       16     27
                 
  Totaal liquide middelen       121.943     89.162

Toelichting:
Een nadere toelichting op de mutaties binnen de Liquide middelen is te vinden in het kasstroomoverzicht. De liquide middelen staan ter vrije beschikking van de instelling.

2. Passiva

2.1 Eigen vermogen

2.1.1 Voorstel resultaatbestemming

Het resultaat van de Hanzehogeschool Groningen over het jaar 2022 bedraagt  K€ 7.583. Voorgesteld wordt om het resultaat als volgt te verdelen:

Dotatie algemene reserve (publiek)      
Onttrekking algemene reserve (privaat)      
       
Resultaat      

2.1.2. Verloopoverzicht

(bedragen x € 1.000,-)

    Saldo 1-1-2021 Bestemming resultaat 2021   Saldo 31-12-2021 Bestemming resultaat 2022 Overige mutaties Saldo 31-12-2022
                 
Algemene reserve (publiek)   71.036 21.535   92.571 9.529 0  102.100 
Algemene reserve (privaat)   5.935 -1.250   4.685 -1.946 0  2.739 
Subtotaal algemene reserve   76.971 20.285   97.256 7.583 0  104.839 
                 
Bestemmingsreserves (publiek)                
Bestemmingsreserve huisvesting   155 -155   0 0 0 0
Subtotaal bestemmingsreserves (publiek)   155 -155   0 0 0 0
                 
Totaal eigen vermogen   77.126 20.130   97.256 7.583 0  104.839 

Toelichting: 
De algemene reserve privaat heeft betrekking op de cumulatieve resulaten op contractactiviteiten en overige activiteiten van de Stichting Hanzehogeschool waarbij private middelen zijn betrokken. De onttrekking over 2022 is ontstaan vanuit reguliere contractacitiviteiten (-M€ 0,7) en eenmalige resultaten waaronder de afwikkeling coulanceregeling IPP (-M€ 1,3) en de boekwinst op de verwerving van het bedrijfspand uit de Stichting BuildinG (+M€ 0,1).

2.2 Voorzieningen

        Mutaties      
      saldo Dotaties Onttrekkingen Vrijval saldo
      31-12-2021 2022 2022 2022 31-12-2022
2.2.1 Personeelsvoorzieningen            
  Wachtgelden wettelijk   642 396 -595 0 443
  Wachtgelden bovenwettelijk   1.495 287 -536 -143 1.103
  Voorziening jubilea   1.572 339 -152 0 1.759
  Voorziening WGA-WIA   1.474 1.612 -397 0 2.689
  Voorziening DI   993 1.467 0 -360 2.100
  Voorziening WS   8.729 2.145 -2.134 0 8.740
  Subtotaal personeelsvoorzieningen   14.904 6.247 -3.814 -503 16.834
               
2.2.2 Overige voorzieningen            
  Voorziening coulanceregeling IPP   500 1.300 -1.292 -509 0
  Subtotaal overige voorzieningen   500 1.300 -1.292 -509 0
               
  Totaal voorzieningen   15.404 7.547 -5.106 -1.012 16.834
      Kortlopend deel <1 jaar Langlopend deel >1 jaar   31-12-2022
  Personeelsvoorzieningen          
  Wachtgelden wettelijk   148 295   443
  Wachtgelden bovenwettelijk   33 1.070   1.103
  Voorziening jubilea   89 1.670   1.759
  Voorziening WGA-WIA   503 2.186   2.689
  Voorziening DI   1.189 911   2.100
  Voorziening WS   770 7.970   8.740
             
  Subtotaal personeelsvoorzieningen   2.732 14.102   16.834

Toelichting:

De voorzieningen Wachtgelden wettelijk en bovenwettelijk alsmede WGA-WIA zijn opgenomen conform opgaaf van uitvoerders. Doordat de indexatie explosief is gestegen (10,15%) resulteert het in een toename van de voorziening WGA-WIA.

De voorziening DI is per ultimo 2022 herzien op basis van nieuwe regelgeving, voortkomend uit de totstandkoming van de nieuwe cao per 2023. Hierbij ontstaat de mogelijkheid tot cash-out vanuit gespaarde uren van voor 2020.

Bij het vaststellen van de voorziening jubilea wordt sinds 2021 een generieke berekeningmethodiek binnen het onderwijs gevolgd waardoor de voorziening is toegenomen. In deze methodiek zijn met name de blijfkansen en contante waarde-methode herijkt.

Daar waar individuele onttrekkingen aan voorzieningen niet specificeerbaar zijn, is het saldo van dotaties en onttrekkingen vermeld onder Dotaties.

Onder de overige voorzieningen is per ultimo kalenderjaar 2021 een voorziening opgenomen ten behoeve van een begin 2022 opengestelde coulanceregeling voor in eerdere jaren onterecht geïncasseerde aanvullende collegegelden. Deze regeling is in 2022 afgewikkeld.

2.3 Langlopende schulden

(bedragen x € 1.000,-)

      Bedrag
31-12-21
Aangegane leningen o/g Aflossingen 2022 Schulden kt Stand
31-12-2022
2.3.1 Kredietinstellingen (bouwleningen)            
  Lening 1 ministerie van Financiën   13.000 0 0 0 13.000
  Lening 2 ministerie van Financiën   34.840 0 0 2.903 31.937
  Lening 3 ministerie van Financiën   9.600 0 0 400 9.200
               
  Totaal langlopende schulden   57.440 0 0 3.303 54.137
      Stand
31-12-2022
Looptijd > 1 jaar Looptijd > 5 jaar Rentevoet
  Kredietinstellingen (bouwleningen)          
  Lening 1 ministerie van Financiën   13.000 13.000 0 4,05%
  Lening 2 ministerie van Financiën   31.937 31.937 20.325 0,68%
  Lening 3 ministerie van Financiën   9.200 9.200 7.600 0,10%
             
  Totaal langlopende schulden   54.137 54.137 27.925  

Toelichting:
In april 2005 zijn nieuwe leningen aangegaan bij het ministerie van Financiën. Zekerheden zijn destijds verstrekt in de vorm van een eerste hypotheekrecht op enkele panden. Ook is vanaf 2005 een start gemaakt met het 'schatkistbankieren' waarbij er een rekening courant verhouding is tussen de Hanzehogeschool Groningen en het ministerie. Dagelijks worden de saldi van de bankrekeningen vereffend. Looptijd lening 1 is tot 2025, met aflossing van de resterende M€ 13. De oorspronkelijke lening was groot M€ 39,5.

In november 2017 is  lening 2 aangevraagd en verstrekt door het ministerie van Financiën. De hoofdsom van deze lening bedraagt M€ 43,5 en kent een looptijd tot december 2034. Aflossing op deze lening vindt met ingang van december 2020 jaarlijks plaats voor een bedrag van M€ 2,9. Dit deel van de lening wordt derhalve in dit overzicht geplaatst onder Schulden kt. 

In maart 2021 is lening 3 verstrekt door het ministerie van Financiën. De hoofdsom van deze lening bedraagt M€ 10 en kent een looptijd van 25 jaar. Aflossing op deze lening vindt met ingang van februari 2022 jaarlijks plaats voor een bedrag van M€ 0,4. Dit deel van de lening wordt derhalve in dit overzicht geplaatst onder Schulden kt. Deze lening 3 betreft een herfinanciering van een eerdere lening van M€ 10, welke in december 2020 is afgelost.

Middels een hypothecaire akte in februari 2021 is een eerste hypotheekrecht verstrekt aan de Staat der Nederlanden, waarin tevens opgenomen het eerder verstrekte recht vanuit zowel 2005 als 2017.

2.4 Kortlopende schulden

(bedragen x € 1.000,-)

        31-12-2022     31-12-2021  
                 
2.4.1 Onderhanden projecten              
  - Subsidieprojecten     17.108     16.949  
  - Projecten contractonderwijs en contractonderzoek     444     291  
          17.551     17.240
                 
2.4.2 Crediteuren       6.192     4.730
                 
2.4.3 Belastingen en premies sociale verzekeringen              
  - Loonheffingen      11.259       9.235   
  - Omzetbelasting      164       246   
          11.423     9.481
                 
2.4.4 Schulden inzake pensioenen       3.409     3.299
                 
2.4.5 Kredietinstellingen       3.303     3.303
                 
2.4.6 Overige kortlopende schulden       3.915     5.289
                 
2.4.7 Overlopende passiva              
  - Vooruitontvangen collegegelden     27.984     16.541  
  - Subsidies OCW     1.383     1.854  
  - Vooruitontvangen OCW     14.629     5.600  
  - Vakantiegeld     7.713     6.765  
  - Vakantiedagen     6.961     6.025  
  - Salarissen     36     84  
  - Vooruitontvangen bedragen     2.797     4.660  
          61.503     41.530
                 
  Totaal kortlopende schulden       107.298     84.872

Toelichting:
De onderhanden projecten i.o.v. derden is per balansdatum gesaldeerd opgenomen en vormt per 31-12-2022 een schuld voor het deel waar het verricht werk kleiner is dan de ontvangen subsidie . De projectopbrengsten worden verantwoord bij ontvangst van de gelden. Middels de onderhanden projecten boekingen worden opbrengsten en kosten binnen de projectperiode aan elkaar toegerekend.

Onder 2.4.5 Kredietinstellingen zijn de aflossingsverplichting opgenomen van de langlopende leningen, welke een looptijd hebben korter dan 1 jaar. 

Onder de Overige kortlopende schulden is een diversiteit aan kosten opgenomen welke betrekking hebben op het afgelopen jaar echter nog niet zijn gefactureerd door de betreffende leveranciers.

Het saldo Vooruitontvangen OCW betreft het verschil tussen de op balansdatum ontvangen Rijksbijdragen over 2022 en de baten toegerekend aan het kalenderjaar 2022. Het verschil is te verklaren door het deel van de ontvangen en nog niet uitgegeven NPO-middelen welke als niet-normatieve rijksbijdrage zijn aangemerkt. Tevens is er einde kalenderjaar 2022 een bedrag ontvangen van M€ 5,5 voor Financiële impuls voor vitalisering van krimpregio’s. De definitieve toewijzing van dit bedrag dient nog plaats te vinden.

De vooruitontvangen collegegelden zijn per ultimo 2022 hoger dan voorgaand jaar. Dit is een effect ultimo 2021 van de COVID-19 maatregel "halvering collegegelden".

Verloopoverzicht subsidieprojecten

(bedragen x €1.000,-)

      2022   2021
           
Gerealiseerde projectbestedingen     -82.973   -70.726
Toegerekende baten     -   -
Af: Ontvangen bedragen     96.484   83.019
Voorziening te verwachten verliezen     -   -
           
Totaal onderhanden projecten     13.511   12.293
           
Waarde van verricht werk < ontvangen bedragen     17.108   16.949
Waarde van verricht werk > ontvangen bedragen     -3.596   -4.656
           
Totaal subsidieprojecten     13.511   12.293

Toelichting:
De positie van onderhanden projecten contractonderwijs en contractonderzoek is beperkt ten opzichte van de positie van subsidieprojecten. Hierdoor is geen aanvullend verloopoverzicht voor deze contractactiviteiten opgenomen. 

De in het boekjaar in de staat van baten en lasten verwerkte opbrengsten uit onderhanden
projecten bedragen K€ 22.264.

Van de op balansdatum openstaande onderhanden projecten bedraagt het cumulatief totaal van tot dan toe verantwoorde opbrengsten K€ 96.484. Er is geen sprake van ingehouden bedragen op betalingen van termijnfacturen.

Overzicht verbonden partijen
Beslissende zeggenschap (stichting of vereniging)

    Jur.
Vorm
Statutaire
zetel
Code
activiteiten
Eigen vermogen
31-12-22
Resultaat 2022 Verklaring art. 2:403 BW Consolidatie ja/nee
                 
  Stichting de Groot Brugmans stichting Groningen 4 nnb nnb N N
  Stichting Hanze University Foundation stichting Groningen 4 nnb nnb N N
  Totaal       0 0    

Als verbonden partij worden aangemerkt alle rechtspersonen waarover overheersende zeggenschap, gezamenlijke zeggenschap of invloed van betekenis kan worden uitgeoefend. Ook rechtspersonen die overwegende zeggenschap kunnen uitoefenen worden aangemerkt als verbonden partij. 

    Juridische
vorm
Statutaire
zetel
Code
activiteiten
         
Stichting Aurora Festival (vh. Peter de Grote Festival)   stichting Groningen 4
Stichting Groningen Confucius Institute   stichting Groningen 4
Stichting New Energy Coalition   stichting Groningen 4
Stichting Building   stichting Groningen 4
Stichting Health Hub Roden   stichting Groningen 4
Stichting IT Hub Hoogeveen   stichting Groningen 4

Overzicht geoormerkte doelsubsidies OCW (2.4.7)

Model G1 Verantwoording van subsidies zonder verrekeningsclausule

G1. Subsidies waarbij het eventueel niet aangewende deel van de subsidie, mits de activiteiten volledig zijn uitgevoerd, kan worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt. 

Omschrijving Kenmerk Datum De activiteiten zijn ultimo
verslagjaar conform de
subsidiebeschikking geheel
uitgevoerd en afgerond
       
Regionale aanpak lerarentekort RAP20029 30-apr-20 Ja
Regionale aanpak lerarentekort RAP20038 30-apr-20 Ja
Studieverlof 1166193-01 20-jul-21 Ja
Studieverlof 1177541-01 20-jul-21 Ja
Studieverlof 1179285-01 20-jul-21 Ja
Studieverlof 1191122-01 21-dec-21 Ja
Studieverlof 2022 1216443-01 22-mrt-22 Ja
Studieverlof 2022 1278664-01 22-aug-22 Onderhanden
Studieverlof 2022 1279874-01 20-sep-22 Onderhanden
VIS Amsterdam VIS21013 16-nov-21 Onderhanden
VIS Groningen VIS21014 16-nov-21 Onderhanden
VIS COIL IHS VIS21025 16-nov-21 Onderhanden
VIS ECON VIS21026 16-nov-21 Ja
VIS Beroepsorientatie met Leuven VIS22012  3-mei-22 Onderhanden
VIS Intercultural communication in sports VIS22036  3-mei-22 Onderhanden
Regionale aanpak personeelstekort Ommeland RAP220008 28-jul-22 Onderhanden
Regionale aanpak personeelstekort Stad RAP220009 28-jul-22 Onderhanden
VIS subsidie SCMI VIS220955  8-nov-22 Onderhanden
VIS subsidie SIBS VIS229028  8-nov-22 Onderhanden
VIS circulaie economie VIS229039  8-nov-22 Onderhanden

Model G2 Verantwoording van subsidies met verrekeningsclausule

G2.A Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, aflopend per ultimo verslagjaar

Omschrijving Kenmerk Datum Bedrag van de toewijzing Ontvangen t/m vorige verslagjaar Totale subsidiabele kosten t/m vorig verslagjaar Saldo per 1 januari verslag jaar Ontvangen in verslag jaar Subsidiabele kosten in verslagjaar Te verrekenen per 31 december verslagjaar
                   
Coronabanen in het hoger onderwijs COHO210013 13-apr-21 524.000 524.000 0 524.000 0 0 524.000
Doorstroom mbo-hbo 2017 DHBO17011 23-okt-17 196.726 196.726 180.307 16.419 0 0 16.419
Doorstroom mbo-hbo 2018 DHBO18013 15-mrt-18 199.223 199.223 173.651 25.572 0 14.422 11.150
Doorstroom mbo-hbo 2019 DHBO19005 30-okt-18 199.830 199.830 116.110 83.720 0 56.929 26.791
                   
Totaal     1.119.779 1.119.779 470.068 649.711 0 71.351 578.360
                   

Kengetallen

    31-12-2022 31-12-2021
       
Solvabiliteit 1   0,37 0,38
Solvabiliteit 2   0,43 0,44
Liquiditeit (current ratio)   1,23 1,19
Liquiditeit (quick ratio)   1,22 1,19
Huisvestingsratio   0,10 0,11
Weerstandsvermogen   0,30 0,29
Rentabiliteit (o.b.v. normale bedrijfsvoering)   2,2% 6,1%
Signaleringswaarde bovenmatig eigen vermogen K€   -126.115 -129.620

Toelichting:
De signaleringswaarde bovenmatig eigen vermogen vermeldt de ruimte tussen het berekende normatief publiek eigen vermogen en het werkelijk eigen vermogen.

Voor een verdere toelichting op de kengetallen verwijzen we naar hoofdstuk 6 van het jaarverslag paragraaf financieel beleid. 

Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen

Hypotheekverklaring
Met ingang van december 2017 is het recht op eerste hypotheek verleend aan de Staat der Nederlanden voor een aantal panden aan het Zernikeplein (Hoofdgebouw met Van Olsttoren, de Van Doorenveste, het Willem-Alexander Sportcentrum) en aan de Petrus Driessenstraat (het Wiebengacomplex).

Vordering op het ministerie van OCW
In 2001 is de vordering op OCW betreffende IZK, vakantie-uitkering en sociale lasten uit 1986/1987 afgeboekt. Deze vordering (K€ 2.719) blijft echter wel bestaan en zal worden verrekend bij liquidatie van de hogeschool. In december 2005 is een bedrag aan de hogeschool uitgekeerd in verband met het afschaffen van de ZKOO-regeling dat in mindering is gebracht op deze vordering.

Kredietfaciliteiten
De Hanzehogeschool heeft bij het Ministerie van Financiën een rekening-courant faciliteit met een debetlimiet van M€ 10,0. Aan deze rekening-courant zijn een tweetal werkrekeningen gekoppeld die worden aangehouden bij de Rabobank. Van deze werkrekeningen wordt dagelijks het saldo van de debet- en creditmutaties overgeboekt naar de rekening-courant bij het Ministerie.

Ten behoeve van het dagelijks betalingsverkeer wordt een intradag debetfaciliteit beschikbaar gesteld door de Rabobank welke wordt gegarandeerd door de Staat der Nederlanden, in totaal groot M€ 20,1

Garantstellingen
Op het voormalig Suikerunieterrein in Groningen is door een derde partij in 2018 tijdelijke huisvesting gerealiseerd ten behoeve van primair internationale studenten. Om de investering en exploitatie te garanderen, is door de Hanzehogeschool Groningen en de Rijksuniversiteit Groningen een gezamenlijke garantstelling afgegeven ter dekking van een gegarandeerde huuropbrengst. De garantie is groot in totaal M€ 1,0 per jaar. De verdeling tussen de Hanzehogeschool en Rijksuniversiteit zal jaarlijks op basis van weging van daadwerkelijke studentenaantallen worden vastgesteld. Looptijd van de garantstelling is 10 jaar. 
Met SSH, Student Housing, is in 2020 een samenwerkingsovereenkomst afgesloten om buitenlandse studenten te kunnen voorzien in betaalbare tijdelijke huisvesting. De SSH reserveert gedurende de looptijd van de overeenkomst (1 januari 2020 tot en met 31 december 2024) per academisch jaar voor studenten van de contigenthouders woonruimten. Jaarlijks wordt de grootte van het contigent met de Hanzehogeschool afgesproken. Mocht een woning uit het contigent niet worden verhuurd aan studenten dan huurt de Hanzehogeschool de woning tot aan het academisch jaar of eerder indien SSH de woning alsnog verhuurd. Er is dus sprake van een leegstandsrisico voor de Hanzehogeschool. De SSH heeft een inspanningsverplichting om woonruimten uit het contigent actief aan te bieden aan buitenlandse studenten. Mocht de aanwas van buitenlandse studenten onvoldoende zijn dan kan de SSH in overleg de woonruimte verhuren aan andere studenten. Het contigent voor de Hanzehogeschool was vastgesteld op 309 eenheden. De leegstand over deze eenheden is zeer beperkt gezien de krapte op de woningmarkt. Gedurende het collegejaar is het contigent verhoogd met 80 eenheden vanaf de instroom van februari 2022 voor de duur van een half jaar. De instroom van buitenlandse studenten per 1 februari is drie keer hoger dan 80 eenheden. Ook hier is het leegstandsrisico beperkt. Mochten de omstandigheden in verband met corona wijzigen dan kan in overleg met de SSH worden getreden.  

Langlopende contracten
De Hanzehogeschool heeft meerdere contracten afgesloten waarin langlopende verplichtingen zijn aangegaan. Deze verplichtingen zijn niet op de balans opgenomen. Voor de huur van diverse panden en locaties bestaat over 2023 een verplichting van M€ 1,1. Over de jaren 2024-2027 bedraagt deze verplichting in totaal M€ 2,2, na 2027 resteert een verplichting van K€ 81 per jaar. Voor de jaren 2023 en verder zijn geen verplichtingen aangegaan voor grootschalige bouwprojecten. Voor het onderhoud is jaarlijks voor 2023 en 2024 een verplichting van M€ 3 aangegaan. Tot slot is in december 2019 een operational lease verplichting aangegaan voor een auto. Kosten hiervoor bedragen in 2023 K€ 11. Voor 2024 resteert een verplichting van K€ 11. Voor Microsoft licenties bestaat in 2023 een verplichting van K€ 670 en voor de jaren 2024-2027 is er een totale verplichting van M€ 2. Na 2027 is er geen verplichting voor deze licenties.

Overige verplichtingen en claims
In ieder verslagjaar lopen verschillende juridische procedures. Deze zijn te onderscheiden naar beroepen die zijn ingesteld door studenten of personeelsleden, vorderingen van derden, en eventuele procedures tegen of vanwege bestuursorganen waaronder het ministerie van OCW.

Bij de procedures van de Hanzehogeschool Groningen tegen personeelsleden kan het voorkomen dat, hetzij in het kader van een minnelijke schikking, hetzij op basis van de uitspraak van de kantonrechter, een vergoeding wordt toegekend. In het afgelopen boekjaar heeft de Hanzehogeschool Groningen geen uitzonderlijke claims opgelopen.

In het afgelopen verslagjaar zijn ook voor het overige geen geschillen met derden gerezen die naar huidig inzicht zullen resulteren in vorderingen tot schadevergoeding waaruit substantiële financiële aanspraken zullen voortvloeien. 

Financiële instrumenten
De Hanzehogeschool Groningen maakt gebruik van uiteenlopende financiële instrumenten die de organisatie blootstelt aan markt-, rente-, kasstroom-, krediet- en liquiditeitsrisico. Om deze risico’s te beheersen heeft de organisatie een beleid inclusief een stelsel van limieten en procedures opgesteld om de risico’s van onvoorspelbare ongunstige ontwikkelingen op de financiële markten en daarmee de financiële prestaties van de organisatie te beperken.

De organisatie zet geen afgeleide financiële instrumenten in om risico’s te beheersen en maakt geen gebruik van derivaten.

Kredietrisico 
De vorderingen uit hoofde van debiteuren zijn getoetst op inbaarheid en voor zover nodig geacht voorzien.  Voor de kredietrisico’s inzake de overige vorderingen wordt verwezen naar financiële vaste activa en vorderingen.

Het renterisico is beperkt tot eventuele veranderingen in de marktwaarde van opgenomen en uitgegeven leningen. Bij deze leningen is sprake van een vast rentepercentage over de gehele looptijd. De leningen worden aangehouden tot het einde van de looptijd. De organisatie heeft derhalve als beleid om geen afgeleide financiële instrumenten te gebruiken om (tussentijdse) rentefluctuaties te beheersen.

De instelling loopt geen significante liquiditeitsrisico’s. De voorziene aflossing van langlopende leningen is onderdeel van de meerjarenliquiditeitsprognose van de instelling.

Toelichting op de staat van baten en lasten

3. Baten

3.1 Rijksbijdragen OCW

(bedragen x €1.000.-)

        2022   begroting 2022   2021
                 
3.1.1 Rijksbijdrage OCW (HBO)     277.177   268.725   255.529
3.1.2 Subsidies OCW     1.406   144   1.256
                 
  Totaal rijksbijdragen OCW     278.583   268.869   256.785

Toelichting:
De hoogte van de rijksbijdrage sluit aan en is gebaseerd op de betreffende rijksbijdragebrieven.

In de baten rijksbijdrage zijn de over 2022 toegekende NPO middelen voor compensatie collegegelden ad M€ 20 volledig verantwoord.
Van de als niet normatieve rijksbijdrage over 2022 toegekende NPO middelen voor specifieke maatregelen ad M€ 9,2 is in 2022 M€ 5,7 besteed.
Nog niets is besteed van de als niet normatieve rijksbijdrage over 2022 ontvangen middelen inzake impuls voor vitalisering van krimpregio’s ad M€ 5,5.

3.2 Collegegelden

(bedragen € 1.000,-)

        2022   begroting 2022   2021
                 
3.2.1 Collegegelden (bekostigde studenten)     44.736   42.235   53.732
3.2.2 Collegegelden (niet bekostigde studenten)     -567   326   142
3.2.3 Restitutie collegegelden     -2.837   -3.133   -4.602
                 
  Totaal collegegelden     41.332   39.428   49.272

Toelichting:
Voor het studiejaar 2021-2022 is het het wettelijk collegegeld verlaagd, dit komt overeen met een halvering van het wettelijk collegegeld. Dit geldt voor alle studenten die het wettelijk collegegeld moeten betalen. De collegegelden (niet bekostigde studenten) is door de voorziening coulanceregeling IPP k€ 509 lager.

3.3 Baten werk in opdracht van derden

(bedragen x € 1.000,-)

        2022   begroting 2022   2021
                 
3.3.1 Opbrengst werk i.o.v. derden              
3.3.1.1 Contractonderwijs              
  CA / P-HBO cursussen     3.992   4.679   2.822
3.3.1.2 Contractonderzoek              
  Overige contractactiviteiten     78   188   68
                 
  Totaal opbrengst werk i.o.v. derden     4.070   4.867   2.889
                 
3.3.2 Mutaties onderhanden projecten i.o.v. derden     -172   110   83
                 
  Totaal baten werk i.o.v. derden     3.897   4.977   2.972

Toelichting:
Middels een bepaling van de onderhanden projecten positie per balansdatum worden enkel de projecten welke gereed zijn per balansdatum als bate verantwoord. Afhankelijk van de voortgang van de diverse projecten kan de totale bate per balansdatum afwijken ten opzichte van de begroting en voorgaand jaar.
Een deel van de omzet Contractonderwijs werd in voorgaande jaren niet volledig aan de juiste maanden in een studiejaar toegerekend, waardoor een in verhouding te hoge omzet over de periode september t/m december plaatsvond. Deze aanpassing resulteert in een eenmalig lagere omzet over 2021.

3.4 Baten subsidies

(bedragen x €1.000,-)

          2022   2022   2021
                   
3.4.1 Overheidsbijdragen en -subsidies       19.129   9.544   12.896
3.4.2 Mutaties onderhanden projecten       -2.142   3.935   341
                   
                   
  Totaal baten subsidies       16.987   13.479   13.237

Toelichting:
Onder Subsidies worden alle subsidies verantwoord welke betrekking hebben op gerealiseerde subsidieprojecten. Voor zover subsidieprojecten nog lopend zijn, worden de reeds ontvangen subsidies middels Onderhanden projecten op de balans opgenomen als Vooruitontvangen subsidies. Hierdoor kan het vergelijk met de begroting en voorgaand jaar afwijken.

3.5 Overige baten

          2022   2022   2021
                   
3.5.1 Verhuur onroerende zaken       1.066   954   696
3.5.2 Detachering personeel       1.162   738   1.126
                   
3.5.3 Overige baten                
  Overige bijdragen van studenten       1.523   1.123   796
  Overige       4.126   4.507   5.003
  Subtotaal       5.650   5.630   5.799
                   
                   
  Totaal overige baten       7.878   7.322   7.621

4. Lasten

4.1 Personele lasten

(bedragen x € 1.000,-)

      2022   begroting 2022   2021
               
4.1.1 Lonen en salarissen            
4.1.1.1 Brutolonen en salarissen   185.437   192.201   166.286
4.1.1.2 Sociale lasten   23.415   22.642   21.284
4.1.1.3 Pensioenpremies   29.962   30.600   28.257
  Subtotaal lonen en salarissen   238.815   245.443   215.827
               
4.1.2 Overige personele lasten            
4.1.2.1 Mutatie voorzieningen wachtgeld   557   928   871
4.1.2.2 Mutatie overige personele voorzieningen   2.917   637   3.196
4.1.2.3 Ingehuurd personeel niet in loondienst   18.889   8.502   16.853
4.1.2.4 Overige   7.365   13.086   6.888
  Subtotaal overige personele lasten   29.727   23.153   27.808
               
4.1.3 Uitkeringen (-/-)   -1.242   -116   -1.632
               
  Totaal personele lasten   267.300   268.480   242.002

Toelichting:
De stijging van de lonen en salarissen is een gevolg van de toename van het gemiddeld aantal medewerkers over 2022 ten opzichte van 2021 en de effecten van cao-aanpassingen. De toename in fte en inhuur wordt voor een groot deel verklaard uit het inzetten van beschikbaar gestelde NPO-middelen.

Gedurende het jaar vinden uitbetalingen plaats aan personeelsleden, waarvoor in eerdere jaren een voorziening is getroffen. Deze uitbetalingen vinden plaats via het salaris en zijn daardoor opgenomen onder 4.1.1.1. Brutolonen en salarissen. De overige mutaties op de betreffende voorzieningen, met name de jaarlijkse dotatie en vrijval, zijn vermeld onder Mutaties voorzieningen. Voor een volledig beeld op het verloop van de diverse personeelsvoorzieningen wordt verwezen naar 2.2.

4.1.4 Personele bezetting (fte)

    Gemiddeld 2022   31-12-2022   31-12-2021
             
  Management / directie 26    26     26 
  Onderwijzend personeel 1612    1.643     1.580 
  Overige medewerkers 1035    1.056     1.014 
             
  Totaal aantal fte's 2672    2.725     2.620 

4.2 Afschrijvingen

(bedragen € 1.000,-)

      2022   begroting 2022   2021
               
4.2.1 Immateriële vaste activa   437   480   599
4.2.2 Materiële vaste activa   17.578   18.565   16.670
4.2.3 Boekresultaat desinvestering MVA   92   0   0
               
  Totaal afschrijvingen   18.108   19.045   17.268

4.3 Huisvestingslasten

(bedragen € 1.000,-)

      2022   begroting 2022   2021
               
4.3.1 Huur   3.911   4.232   4.405
4.3.2 Onderhoud   3.120   4.458   4.056
4.3.3 Schoonmaakkosten   4.562   4.624   4.221
4.3.4 Heffingen   1.553   1.186   1.146
4.3.5 Energie en water   3.465   2.596   2.794
4.3.6 Overige   1.119   1.609   1.313
               
  Totaal huisvestingslasten   17.729   18.705   17.936

Toelichting:
De lagere kosten voor onderhoud ten opzichte van de begroting zijn een gevolg van de vertraging van de aanlevering van materialen. De hogere energielasten zijn een gevolg van hogere tarieven door de energiecrisis.

4.4 Overige lasten

(bedragen x € 1.000,-)

        2022   begroting 2022   2021
                 
4.4.1 Administratie en beheer     14.131   16.037   12.523
4.4.2 Inventaris en apparatuur     13.252   10.962   11.407
4.4.3 Reis- en verblijfkosten     2.325   1.850   615
4.4.4 Tegemoetkoming studerenden     7.828   3.700   7.164
                 
  Totaal overige lasten     37.535   32.549   31.709

Toelichting:
Veel kosten zijn in 2021 lager geweest als gevolg van COVID-19. Dit effect heeft zich in 2022 hersteld.  

Accountantshonoraria   2022   2021
         
Controle van de jaarrekening   156   113
Andere controlewerkzaamheden   22   21
Fiscale advisering   45   26
Andere niet-controlediensten   0   0

Toelichting:
De bovenstaande accountantshonoraria zijn ten laste gebracht van het resultaat en betreffen uitsluitend de werkzaamheden uitgevoerd door accountantsorganisaties en externe accountants zoals bedoeld in artikel 2:382a lid 1 en 2 BW.   

5. Financiële baten en lasten

(bedragen € 1.000,-)

        2022   begroting 2022   2021
                 
5.1 Rentebaten     428   5   4
5.2 Rentelasten     -850   -832   -845
                 
  Saldo financiële baten en lasten     -422   -827   -841

Toelichting:
De rentelasten hebben met name betrekking op intrest verschuldigd over de langlopende leningen. In de tweede helft 2022 is er weer een rente vergoed op uitstaande liquide middelen.

Gebeurtenissen na balansdatum

N.V.T.

Bezoldiging van bestuurders en toezichthouders

Verantwoording uit hoofde van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT)
 

1. Bezoldiging leden College van Bestuur
Bedragen worden opgenomen conform de WNT (Wet Normering Topinkomens). De bezoldiging bestaat uit de optelling van alle brutolooncomponenten, bruto kostenvergoedingen (niet van toepassing binnen de Hanzehogeschool) en werkgeverslasten pensioenpremies. 

Over 2022 is voor de sector hbo het algemene wettelijke maximum van € 216.000 vastgesteld, toegepast naar rato van de omvang en de duur van het dienstverband.

Voor de sector onderwijs is een klasse-indeling van toepassing. Aan drie criteria zijn zogenaamde complexiteitspunten toegewezen. Het totaal aantal complexiteitspunten voor een onderwijsinstelling bepaalt de klasse (A t/m G) en het hieraan gekoppelde wettelijke maximum. Voor de Stichting Hanzehogeschool Groningen zijn de complexiteitspunten (Totale baten:5, Aantal studenten:5, Aantal onderwijssoorten:10) maximaal er daarmee vallend in de klasse G (18-20 pnt). Aan deze klasse is het algemene wettelijke maximum gekoppeld.

Leidinggevende topfunctionarissen

    D.J. Pouwels P.H.J. Smeets A.H. Hannink  
           
  Gegevens 2022        
  Functie voorz. CvB lid CvB lid CvB  
  Duur dienstverband in 2022 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12  
  Omvang dienstverband (fte) 1,0 1,0 1,0  
  Dienstbetrekking ja ja ja  
           
  Bezoldiging        
  Beloning en belastbare onkostenvergoedingen  191.463   181.190   181.179   
  Beloningen betaalbaar op termijn  24.375   23.838   23.853   
           
  Subtotaal bezoldiging  215.838   205.028   205.032   
           
  Individueel WNT-maximum  216.000   216.000   216.000   
           
  Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag n.v.t. n.v.t. n.v.t.  
           
           
  Totaal bezoldiging  215.838   205.028   205.032   
           
  Het bedrag van de overschrijding n.v.t n.v.t n.v.t  
  Motivering indien overschrijding n.v.t n.v.t n.v.t  
    D.J. Pouwels P.H.J. Smeets A.H. Hannink
         
  Gegevens 2021      
  Functie voorz. CvB lid CvB lid CvB
  Duur dienstverband in 2021 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12
  Omvang dienstverband (fte) 1,0 1,0 1,0
  Dienstbetrekking ja ja ja
         
  Bezoldiging      
  Beloning en belastbare onkostenvergoedingen  185.269   174.735   175.070 
  Beloningen betaalbaar op termijn  23.464   23.277   23.232 
         
  Subtotaal bezoldiging  208.733   198.012   198.302 
         
  Individueel WNT-maximum  209.000   209.000   209.000 
         
  Totaal bezoldiging  208.733   198.012   198.302 
         

2. Vergoeding leden Raad van Toezicht
De vergoedingen aan leden van de Raad van Toezicht worden jaarlijks in december uitgekeerd en hebben betrekking op het afgelopen kalenderjaar. De leden van de RvT krijgen over 2022 een vergoeding toegekend van € 13.700,-, aan de voorzitter wordt € 19.100 toegekend. Bij zitting in de auditcommissie, de remuneratiecommissie of de commissie O&O wordt een toeslag van € 2.500 toegekend. 

Als gevolg van de invoering van de Wet Normering topinkomens (WNT) is ook voor de Raad van Toezicht een maximum bezoldiging van toepassing. Dit maximum is voor zowel 2021 als 2022 bepaald op 15% van het sectorale WNT-maximum voor de voorzitter van de Raad van Toezicht en 10% voor de leden van de Raad van Toezicht. 

Toezichthoudende topfunctionarissen

    D. Boonstra J.J. Fennema J.M. Imhof M.L. El Hamdaoui R.B. Reekers S.G.L. Schruijer Y. Tewelde
                 
  Gegevens 2022              
  Functie voorzitter lid RvT lid RvT lid RvT lid RvT lid RvT lid RvT
  Duur dienstverband in 2022 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12
                 
  Bezoldiging              
  Bezoldiging  21.600   16.200   16.200   16.200   16.200   16.200   16.200 
                 
  Individueel WNT-maximum  32.400   21.600   21.600   21.600   21.600   21.600   21.600 
                 
  Onverschuldigd betaald en nog
niet terugontvangen bedrag
n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
                 
                 
  Totaal bezoldiging  21.600   16.200   16.200   16.200   16.200   16.200   16.200 
                 
                 
  Motivering indien overschrijding n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
  Het bedrag van de overschrijding n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
    D. Boonstra J.J. Fennema J.M. Imhof M.L. El Hamdaoui R.B. Reekers S.G.L. Schruijer Y. Tewelde
                 
  Gegevens 2021              
  Functie voorzitter lid RvT lid RvT lid RvT lid RvT lid RvT lid RvT
  Duur dienstverband in 2021 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12
                 
  Bezoldiging              
  Beloning  20.900   15.675   15.675   15.675   15.675   15.675   15.675 
  Individueel WNT-maximum  31.350   20.900   20.900   20.900   20.900   20.900   20.900 
                 
                 
  Totaal bezoldiging  20.900   15.675   15.675   15.675   15.675   15.675   15.675 
                 

3. Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT
Naast de vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen die in 2022 een bezoldiging boven het individuele WNT-maximum hebben ontvangen. Er zijn in 2022 geen ontslaguitkeringen betaald aan overige functionarissen die op grond van de WNT dienen te worden vermeld, of die in eerdere jaren op grond van de WOPT of de WNT vermeld zijn of hadden moeten worden.

Versie:
v6.1.1

Met iWink Report maak je professionele online publicaties. Publicaties die je online, in print en als PDF-download kunt aanbieden.

En daarmee voldoe je direct aan de WCAG-wetgeving rond digitale toegankelijkheid.

Eenvoudig, veilig en efficiënt.

Meer over iWink Report