Financieel beleid
In 2023 heeft de Hanze het Financieel Beleid geactualiseerd en vastgesteld. Financieel beleid dient duidelijkheid te verschaffen over de grenzen van liquiditeit en solvabiliteit waarbinnen de Hanze kan bewegen zonder dat de financiële continuïteit in het gedrang komt. Het beleid bevat door de Hanze geformuleerde financiële doelstellingen waarbij de Hanze sowieso voldoet aan de signaleringswaarden zoals die door de inspectie van het onderwijs worden toegepast in het externe financieel continuïteitstoezicht.
Het Financieel Beleid beschrijft allereerst de grenzen van liquiditeit en solvabiliteit inclusief de wijze waarop deze grenzen periodiek worden gemonitord. Vervolgens komen in het beleid verschillende aspecten aan de orde die gezamenlijk de grenzen van liquiditeit en solvabiliteit bepalen en die gezamenlijk de kapstok voor het financiële beleid vormen. Het betreft:
- Het financieringsbeleid;
- Het begrotingsbeleid;
- Het investeringsbeleid;
- De organisatie van de treasuryfunctie
Onderdeel van het nieuw vastgestelde Financieel Beleid is de overgang van de planning- en controlcyclus van studiejaar naar kalenderjaar. Ten behoeve van deze overgang is het boekjaar 2022-2023 (september 2022 t/m augustus 2023) éénmalig verlengd met 4 maanden. Met ingang van 2024 is de cyclus op basis van kalenderjaren van toepassing.
In ons begrotingsproces hebben we een flinke stap vooruitgezet door een aanpassing in ons allocatiemodel waardoor beduidend meer transparantie is ontstaan in de gewenste verdeling van onze middelen. Een aanpassing die werd gevolgd door een heldere kaderbrief en daarmee een compacter en duidelijker begrotingsproces voor 2024.
Financiële positie
In de afgelopen jaren heeft de Hanze gewerkt met negatieve begrotingen, voortkomend uit de invoering van het leenstelsel en het beroep op de onderwijsinstellingen om, vooruitlopend op de later vrijkomende middelen, alvast te starten met aanvullende investeringen in onderwijs en onderzoek. De Hanze heeft hieraan gehoor gegeven, met meest recentelijk de begroting over 2023 met een tekort van € 1,6 miljoen. Desondanks blijft het eigen vermogen van de Hanze voldoende om alle ratio’s boven de norm te laten blijven. In de continuïteitsparagraaf is in meer detail weergegeven hoe de resultaten invloed hebben op de financiële positie van de Hanze.
Ons resultaat over 2023 was € 8,3 miljoen euro positief. Het resultaat is daarmee € 9,9 miljoen positiever dan de begroting. Er zijn enkele belangrijke afwijkingen ten opzichte van deze begroting. Er is voor € 40 miljoen aan extra baten gerealiseerd, waarbij de Rijksbijdragen € 26 miljoen hoger waren dan begroot. Hierin zitten met name de looncompensatie en de niet begrote middelen vanuit het bestuursakkoord 2022. De personele lasten zijn ten opzichte van de begroting met een overschrijding van € 25 miljoen fors hoger uitgevallen, met name als gevolg van stijgende lonen en de toename in subsidieprojecten. De overige lasten zijn met € 9 miljoen gestegen. Tenslotte zijn de rentebaten € 4,4 miljoen hoger uitgevallen als gevolg van de gestegen rentes.
Als effect van bovenstaand resultaat over 2023 en gewijzigde balansposities zijn ook de financiële kengetallen over 2023 gewijzigd. De solvabiliteit (inclusief voorzieningen) bedraagt per 31 december 2023 45% ten opzichte van 2022 43%. De solvabiliteit blijft daarmee ruim boven de signaleringsgrens van OCW van 30%. De liquiditeit is per balansdatum ultimo 2023 (licht) gestegen van 123% naar 125% als gevolg van een positieve cashflow. In de jaarrekening wordt verder ingegaan op de cijfers ten opzichte van de begroting 2023.
Financiële risico’s
De Hanze maakt gebruik van uiteenlopende financiële instrumenten die de organisatie blootstelt aan markt-, rente-, kasstroom-, krediet- en liquiditeitsrisico. Om deze risico’s te beheersen heeft de organisatie een beleid inclusief een stelsel van limieten en procedures opgesteld om de risico’s van onvoorspelbare ongunstige ontwikkelingen op de financiële markten en daarmee de financiële prestaties van de organisatie te beperken. De organisatie zet geen afgeleide financiële instrumenten in om risico’s te beheersen en maakt geen gebruik van derivaten.
De vorderingen uit hoofde van debiteuren zijn getoetst op inbaarheid en voor zover nodig geacht voorzien. Voor de kredietrisico’s inzake de overige vorderingen is geen voorzien opgenomen.
Het renterisico is beperkt tot eventuele veranderingen in de marktwaarde van opgenomen en uitgegeven leningen. Bij deze leningen is sprake van een vast rentepercentage over de gehele looptijd. De leningen worden aangehouden tot het einde van de looptijd. De organisatie heeft derhalve als beleid om geen afgeleide financiële instrumenten te gebruiken om (tussentijdse) rentefluctuaties te beheersen. De organisatie loopt geen significante liquiditeits- en kasstroomrisico’s.
Treasury
Ons treasurybeleid is vastgelegd in het Treasurystatuut. De doelstelling van het treasurybeleid is het borgen van de financiële continuïteit van de hogeschool en het minimaliseren van de financieringskosten, met behoud van onze financiële autonomie.
Ons treasurybeleid heeft de volgende uitgangspunten.
- We hanteren een zodanige solvabiliteitsratio dat de toegang tot de kapitaalmarkt gewaarborgd is.
- We houden een zodanige omvang van de liquide middelen en de kredietruimte aan dat we steeds aan onze kortetermijnverplichtingen kunnen voldoen.
- Om de financiële continuïteit te waarborgen, moeten de financiële risico’s beheerst worden. Op het gebied van treasury gaat het om rente-, krediet- en valutarisico’s.
De treasury is als volgt georganiseerd.
- Het College van Bestuur stelt het treasurybeleid vast en voert het uit.
- Het Treasurycomité adviseert over de hoofdlijnen van het treasurybeleid en het vaststellen van de kaders.
- De Raad van Toezicht houdt toezicht op het treasurybeleid en autoriseert uitzonderingen.
De verdere treasuryfunctie is binnen het stafbureau Financieel Economische Zaken ondergebracht.
Vanaf 2005 hebben we leningen afgesloten bij het ministerie van Financiën, het zogenaamde schatkistbankieren. Het doel is uiteindelijk zo efficiënt mogelijk te lenen, zodat er weinig overtollige liquiditeiten aanwezig zijn. Hierdoor blijven de rentekosten zo laag mogelijk.
Gedurende 2023 is er geen lening volledig afgelost en zijn er ook geen nieuwe leningen aangegaan.
Gedurende 2023 hadden we geen beleggingen uitstaan. Het beleid voor beleggen en belenen is vastgelegd in het Treasurystatuut en wordt door het Treasurycomité gevolgd. Het beleid is conform de Regeling beleggen, lenen en derivaten (OCW 2016).
Begroting 2024
Voor 2024 is een negatief resultaat begroot van 3,1 m€. Dit komt door het over de jaargrenzen heen besteden van middelen uit de Rijksbijdrage. In de Rijksbijdrage ontvangen we middelen op basis van het bestuursakkoord voor o.a. tekortsectoren en onderzoek (professional doctorates). We geven deze gelden niet altijd (volledig) uit in het jaar van ontvangst. Ook de ontvangen kwaliteitsgelden worden niet volledig besteed in het jaar dat ze ontvangen worden.
De baten van de Hanze bestaan voor het grootste deel uit baten uit rijksbijdrage en collegegelden. De totale middelen die beschikbaar zijn inclusief NPO specifiek bedragen in de begroting 2024 332,3 m€ en dalen ten opzichte van de gerealiseerde baten in 2023 met 4,9 m€. Bij de verdeling van de middelen zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:
- We hebben middelen vrijgemaakt voor het realiseren van onze strategische ambities, zowel op centraal als op decentraal niveau;
- We hebben een bedrag van 2 m€ gereserveerd voor onvoorziene risico’s, dit is een buffer ter dekking van onvoorziene kosten waar geen beleidskeuze aan ten grondslag ligt;
- De middelen die via het allocatiemodel beschikbaar zijn gesteld, zijn eerst verlaagd met het budget voor onderzoek en centrale middelen. Het restant is verdeeld over de schools en staven. De verdeelsleutel die hierbij is gehanteerd is dezelfde verdeelsleutel zoals die in de begroting van het studiejaar 2022/2023 is toegepast (schools 58% en staven 42%);
- Het budget voor onderzoek is vastgesteld conform de allocatieprincipes onderzoek: De middelen die we geoormerkt krijgen voor onderzoek zijn bestemd voor onderzoek (11,6 m€ in 2024). Het bedrag dat we vanuit de rijksbijdrage onderwijs extra toewijzen aan onderzoek beweegt mee met de ontwikkeling van de totale opbrengsten. Voor 2024 blijft de bijdrage 10 m€ vanuit de rijksbijdrage onderwijs;
- We rekenen géén indexatie van lonen als gevolg van een nieuwe CAO per 1 juli 2024, zowel in de baten als de lasten. Uitgangspunt is dat de we met de looncompensatie uit de rijksbijdrage en de stijging van de collegegeldtarieven de loonstijging kunnen dekken;
- We rekenen géén prijsindexatie, zowel in de baten als de lasten. Uitgangspunt is dat prijsindexatie van grote facilitaire contracten gedekt wordt uit de stijging van de collegegelden. Waar nodig zal een taakstelling op de prijsstelling of het volume van inkoopcontracten worden toegepast;
- Voor de kwaliteitsafspraken ontvangen we in 2024 25,4 m€. Dit bedrag is inclusief voorinvesteringen (7,2 m€). De voorinvesteringen zijn via het allocatiemodel verdeeld. Het bedrag exclusief voorinvesteringen bedraagt 18,2 m€. Daarnaast ontvangen we in 2024 4,6 m€ aan geoormerkte rijksbijdrage. Dit is grotendeels vanuit het bestuursakkoord, en bestemd voor o.a. tekortsectoren, krimpregio’s, studentenwelzijn en sociale veiligheid.
- Voor NPO specifieke maatregelen heeft de Hanze in totaal 16,1 m€ ontvangen. Conform het besluit van de minister van OCW kunnen deze gelden tot en met 31 december 2024 worden besteed. Voor 2024 is nog een bedrag van 4,4 m€ te besteden.
Continuïteit
In deze paragraaf laten we zien hoe onze hogeschool omgaat met de financiële gevolgen van het gevoerde en te voeren beleid. Daarmee geven wij ook inzicht in het verwachte exploitatieresultaat de komende jaren en de ontwikkeling van onze vermogenspositie.
Ontwikkeling studenten en formatie 2023-2026
| 2023 | 2024 | 2025 | 2026 | |
|---|---|---|---|---|
| Studentenaantallen (HO)* | ||||
| Eerste instroom | 6.661 | 6.561 | 6.429 | 6.330 |
| Ingeschreven studenten | 28.722 | 27.651 | 26.745 | 26.139 |
| Personele bezetting (fte) | ||||
| Management/ directie | 25 | 25 | 25 | 25 |
| Onderwijzend personeel | 1.527 | 1.530 | 1.463 | 1.413 |
| Overige medewerkers | 1.164 | 1.166 | 1.115 | 1.076 |
Studentenaantallen
De instroom van studenten is in 2023 gedaald ten opzichte van 2022. Dit is conform verwachting. Eind 2023 is de jaarlijkse studentprognose op basis van herziene inzichten herijkt voor 2024 en verder. Vooruitkijkend naar de komende jaren verwachten we, gebaseerd op de CBS-prognose dat de bevolkingsomvang (met name in de categorie 15- tot 25-jarigen) in Noord-Nederland terugloopt, en dat de bekostigde instroom een dalende trend zal laten zien. Voor de verwachte doorstroom maken we gebruik van de doorstroom coëfficiënten vanuit het verleden. Met effecten als gevolg van landelijke ontwikkelingen op het gebied van studiefinanciering, begrotingsbeleid en dergelijke hebben wij geen rekening gehouden. In 2026 verwachten we op 26.139 ingeschreven studenten uit te komen.
Personele bezetting
De kengetallen van de personele bezetting van 2023 zijn gerealiseerde waarden. Op basis van de meerjarenontwikkeling van de personele lasten hebben we een inschatting gemaakt van de personele bezetting in de jaren daarna. In 2024 verwachten we een gelijkblijvende formatie t.o.v. 2023. We zien dat de formatie vanaf 2025 terug gaat lopen door de verwachte daling in studentenaantallen.
Meerjarenbegroting
Het voorgaande resulteert in onderstaande meerjarenbegroting.
Balans
(in m€)
| 2023 | 2024 | 2025 | 2026 | |
|---|---|---|---|---|
| Activa | ||||
| Vaste activa | ||||
| Immateriële vaste activa | 0,5 | 0,3 | 0,1 | 0,0 |
| Materiële vaste activa | 155,5 | 153,6 | 151,1 | 147,4 |
| Financiële vaste activa | 0,1 | 0,1 | 0,1 | 0,1 |
| 156,0 | 154,0 | 151,3 | 147,5 | |
| Vlottende activa | ||||
| Voorraden | 0,5 | 0,5 | 0,5 | 0,5 |
| Vorderingen | 16,2 | 16,2 | 16,2 | 16,2 |
| Liquide middelen | 120,0 | 115,0 | 109,5 | 94,2 |
| 136,7 | 131,7 | 126,2 | 110,9 | |
| Totaal Activa | 292,7 | 285,7 | 277,5 | 258,4 |
| Passiva | ||||
| Eigen vermogen | ||||
| Eigen vermogen (publiek) | 93,2 | 92,8 | 92,5 | 94,0 |
| Eigen vermogen (privaat) | 3,1 | 3,1 | 3,1 | 3,1 |
| Bestemmingsreserves (publiek) | 16,8 | 14,1 | 10,0 | 5,7 |
| 113,1 | 110,0 | 105,6 | 102,8 | |
| Vreemd vermogen | ||||
| Voorzieningen | 19,0 | 18,4 | 17,8 | 17,8 |
| Langlopende schulden | 50,8 | 47,5 | 31,2 | 27,9 |
| Kortlopende schulden | 109,8 | 109,8 | 122,8 | 109,8 |
| 179,6 | 175,7 | 171,8 | 155,5 | |
| Totaal Passiva | 292,7 | 285,7 | 277,5 | 258,4 |
Het totale eigen vermogen neemt de komende jaren af als gevolg van het begroten van een negatief exploitatieresultaat. Dit wordt uit de (bestemmings)reserve gefinancierd. Volgens het meerjarenperspectief blijft onze liquiditeit, de verhouding tussen de vlottende activa en de kortlopende schulden, de komende jaren boven de ‘hbo-signaleringswaarde’ van 0,75. Onze solvabiliteit, de verhouding tussen het eigen en totaal vermogen, blijft de komende jaren rond de 0,38 – 0,40 liggen. Hiermee blijven we boven de ‘hbo-signaleringswaarde’ die de onderwijsinspectie hanteert van 0,3 voor de solvabiliteit.
We veronderstellen dat de voorzieningen de komende jaren op een stabiel niveau blijven, met uitzondering van de voorziening duurzame inzetbaarheid die in 2024 en 2025 afneemt.
Onder de langlopende schulden zijn de langlopende leningen bij het ministerie van Financiën opgenomen. Dit betreft een lopende lening van 13 miljoen euro, die in december 2025 moet worden afgelost, en de in 2017 nieuw verstrekte lening van (afgerond) 44 miljoen euro voor investeringen in huisvesting. De laatste tranche van deze lening is in 2019 opgenomen en wordt met ingang van 2020 lineair in 15 jaar afgelost. Een derde lening van 10 miljoen euro is in 2020 afgelost en per 2021 opnieuw aangegaan. De Hanze hanteert voor wat betreft de financiering van haar activiteiten het principe van totaalfinanciering.
Staat van baten en lasten
(in m€)
| 2023 | 2024 | 2025 | 2026 | |
|---|---|---|---|---|
| Baten | ||||
| Rijksbijdrage OCW | 277,7 | 270,4 | 254,9 | 245,3 |
| Collegegelden | 59,6 | 61,9 | 64,6 | 64,2 |
| Werk voor derden | 32,2 | 22,2 | 24,3 | 25,9 |
| Overige baten | 6,6 | 9,3 | 9,4 | 9,3 |
| 376,0 | 363,9 | 353,1 | 344,8 | |
| Personele lasten | ||||
| Lonen en salarissen | 255,4 | 263,5 | 252,0 | 243,3 |
| Overige personele lasten | 35,7 | 31,8 | 32,4 | 32,8 |
| 291,0 | 295,3 | 284,4 | 276,0 | |
| Materiële lasten | ||||
| Afschrijvingen | 17,5 | 17,9 | 18,2 | 18,9 |
| Huisvestingslasten | 20,4 | 20,3 | 19,5 | 18,5 |
| Administratie- en beheerslasten | 15,6 | 16,7 | 17,2 | 16,7 |
| Inventaris, apparatuur en leermiddelen | 12,9 | 9,7 | 9,5 | 9,2 |
| Overige lasten | 15,9 | 9,7 | 9,8 | 9,5 |
| 82,2 | 74,3 | 74,3 | 72,7 | |
| Financiele lasten | 5,5 | 2,6 | 1,2 | 1,2 |
| Exploitatieresultaat | 8,3 | -3,1 | -4,4 | -2,8 |
Er ontstaat in de jaren 2024 t/m 2026 per saldo een negatief resultaat. Deze tekorten worden gedekt uit de (bestemmings)reserve.
Bij de baten is de verwachte ontwikkeling van de rijksbijdrage OCW gebaseerd op de nu bekende ontwikkelingen van studentenaantallen en macro-ontwikkelingen van het beschikbare budget voor het hoger onderwijs. De hoogte van de baten met betrekking tot de collegegelden is gebaseerd op de verwachte ontwikkeling van de studentenaantallen. De collegegelden stijgen in 2025 t.o.v. 2024 als gevolg van de afschaffing van de halvering van het collegegeld. Daarna dalen de collegegelden als gevolg van verwachte lagere studentenaantallen.
Bij de baten werk i.o.v. derden is rekening gehouden met een groeiambitie van 5% per jaar. De baten subsidies zijn in 2024 ingeschat op 40% van de interne middelen (rijksbijdrage) die aan onderzoek worden toegekend. In de jaren hierna loopt het percentage verder op op basis van een groeiambitie op externe middelen. De overige baten zijn gelijk gehouden aan de verwachte baten in 2023.
De lasten zijn ingeschat op basis van historie danwel op basis van nu bekende gegevens. De financiële baten dalen de komende jaren als gevolg van een daling van onze liquide middelen en een verwachte daling van het rentepercentage (o.b.v. de rentevisie van ABN AMRO). Ook de financiële lasten dalen als gevolg van het aflossen van een lening.
Kengetallen
| 31-12-2023 | 31-12-2022 | ||
|---|---|---|---|
| Solvabiliteit 1 | 0,39 | 0,37 | |
| Solvabiliteit 2 | 0,45 | 0,43 | |
| Liquiditeit (current ratio) | 1,25 | 1,23 | |
| Liquiditeit (quick ratio) | 1,24 | 1,22 | |
| Huisvestingsratio | 0,10 | 0,10 | |
| Weerstandsvermogen | 0,30 | 0,30 | |
| Rentabiliteit (o.b.v. normale bedrijfsvoering) | 2,2% | 2,2% | |
| Omvang liquide middelen K€ | 119.962 | 121.943 | |
| Signaleringswaarde bovenmatig eigen vermogen K€ | -133.074 | -126.085 |
Risicobeheersing
Risicohouding
De Hanze is, als maatschappelijke organisatie die bijdraagt aan de toekomstige carrière van ongeveer 29.000 studenten, risicoavers. Dit betekent dat (grote) risico’s niet willens en wetens actief worden opgezocht. Risicoavers betekent niet dat onze hogeschool geen enkel risico loopt of dat risico’s nooit bewust worden gelopen, maar dat verstandig met de ter beschikking gestelde middelen wordt omgegaan en dat inzichtelijk wordt gemaakt (vaak door besluitvorming en periodieke informatievoorziening) welke risico’s worden gelopen.
Aanpak risicomanagement
In 2023 hebben we een vervolg gegeven aan het uitvoeren van integraal risicomanagement. Daarbij heeft de jaarlijkse herijking van de strategische risico’s plaatsgevonden, inclusief een inventarisatie van de daarbij behorende beheersmaatregelen. Risicomanagement is opgenomen in de reguliere besturingscyclus, uitrol op tactisch niveau wordt voortgezet in 2024.
Geïnventariseerde risico’s
De strategische risico’s zijn gekoppeld aan de ambities van de Hanze. De belangrijkste risico’s van de Hanze zijn de volgende:
- IT: Als hogeronderwijsinstelling zijn we kwetsbaar met betrekking tot onze IT-security in de hoeveelheid en diversiteit van de werkzaamheden, medewerkers, studenten en systemen. We spelen op deze risico’s in via securitybeleid, informatiebeveiligingsbeleid, ICT-regelingen en persoonsgegevensregistraties, crisismanagement, uitwijklocaties en back-up-voorzieningen. Hierbij wordt specifiek aandacht besteed aan bewustwording van medewerkers en studenten.
- Personeel: De ontwikkeling naar passende leerroutes en onderzoek met impact vraagt om andere competenties van onze medewerkers. Als we door krapte op de arbeidsmarkt en samenstelling van de huidige personele bezetting niet in kunnen spelen op deze veranderende competenties, dan kunnen we geen volledige invulling geven aan onze ambities op het vlak van passende leerroutes en onderzoek met impact. Wij acteren hierop door middel van strategisch (meerjaren) personeelsbeleid, opleidingsplannen, personeelsscans en de reguliere HR-cyclus. Daarnaast is er een leiderschapsprogramma opgestart dat ondersteunend is aan het sturen op competenties van medewerkers;
- Demografische ontwikkelingen: Demografische ontwikkelingen leiden tot afnemende studentaantallen. Dit heeft impact op de financiën, het personeel en de huisvesting. We erkennen dit risico al meerdere jaren en nemen hier de nodige maatregelen voor, met name gericht op het organiseren van een wendbare organisatie. Daarnaast wordt er uitwerking gegeven aan periodieke herijking van het portfolio. De impact van de demografische ontwikkelingen op personeel en huisvesting is opgenomen in het HR-beleid, marketingbeleid en huisvestingsbeleid. Financieel wordt de impact inzichtelijk gemaakt middels een meerjarenbegroting;
- Inspelen op incidenten: Als we niet in staat zijn om in te spelen op maatschappelijke disrupties met de bijbehorende incidenten (bv t.a.v sociale veiligheid, duurzaamheid, hacks, protesten), dan lopen we het risico op imagoschade. Incidentmanagement is ingericht om hierop zo goed mogelijk in te kunnen spelen.
Helderheid
In 2021 is een notitie over helderheid verschenen, en een aanvulling daarop. We onderschrijven onze verantwoordelijkheden zoals beschreven in deze notitie.
In de notitie Helderheid komen negen thema’s voor. Een deel hiervan is elders in dit jaarverslag al besproken. Voor de volledigheid gaan we hier op alle negen thema’s in.
- Thema 1: Uitbesteding
- Thema 2: Investeren van publieke middelen in private activiteiten
- Thema 3: Het verlenen van vrijstellingen
- Thema 4: Bekostiging van buitenlandse studenten
- Thema 5: Collegegeld niet betaald door student zelf
- Thema 6: Studenten volgen modules van opleidingen
- Thema 7: De student volgt een andere opleiding dan waarvoor hij is ingeschreven
- Thema 8: Bekostiging van maatwerktrajecten
- Thema 9: Bekostiging van het kunstonderwijs
Uitbesteding
Binnen het initieel onderwijs worden alle opleidingen door ons zelf verzorgd. Op diverse fronten werken we samen met andere hogescholen, universiteiten en organisaties, maar daarbij is geen sprake van uitbesteding.
Investeren van publieke middelen in private activiteiten
Na de publicatie, en formele inwerkingtreding, van de beleidsregel (april 2019) is op nationaal niveau in eerste instantie gediscussieerd over de datum waarop de verantwoording daadwerkelijk aan de nieuwe eisen zou moeten voldoen. Na twee keer uitstel moet over 2023 in principe conform de beleidsregel worden gerapporteerd. Parallel is gesproken over de betekenis en implicaties van de beleidsregel voor de onderwijsinstellingen. Deze discussie is nog steeds niet afgerond, maar heeft wel geleid tot een brief van de Minister d.d. 3 oktober 2023 met daarin handvatten voor de verantwoording over 2023. Ook met deze brief blijven er vragen open met betrekking tot de uitwerking van beleidsregel in de praktijk en de verslaglegging. Een deel van de vragen focust zich op de fundamentele discussie over de definitie van publieke en private activiteiten, andere over de technische uitwerking van de principes die ten grondslag liggen aan de beleidsregel. In deze onheldere situatie hebben wij als sector besloten gezamenlijk op te trekken, wat geresulteerd heeft in de ‘handreiking verantwoording publiek privaat’ die hogescholen zullen hanteren bij de verantwoording 2023.
Hanze onderscheidt in 2023 de volgende categorieën private activiteiten:
| Categorie private activiteiten | Baten 2023 | Geïnvesteerde publieke middelen* |
|---|---|---|
| Contractonderwijs | € -4.839.884 | - |
| Onderzoek in opdracht van derden | € -495.889 | - |
| Detachering van medewerkers aan private organisaties | € -367.669 | - |
| € -5.703.442 | - |
Meerwaarde voor de bekostigde wettelijke taak
Contractonderwijs
Het contractonderwijs betreft cursorisch aanbod dat in het verlengde ligt van onze bekostigde opleidingen, waarbij de activiteiten worden uitgevoerd door medewerkers die ook het bekostigde onderwijs verzorgen. De cursisten uit het werkveld nemen weer ervaringen en casuïstiek mee die ook weer in het bekostigd onderwijs gebruikt kan worden, wat de kwaliteit van het bekostigd onderwijs weer ten goede komt.
Onderzoek in opdracht van derden
De maatschappij vraagt om nieuwe toepasbare kennis en innovatie. De Hanze wil dat praktijkgericht onderzoek impact heeft op de inhoud van het onderwijs en versnellend werkt op het vinden van oplossingen voor onze maatschappelijke opdrachten. Daarom verrichten we praktijkgericht onderzoek dat ons onderwijs verrijkt, continu actueel houdt en vernieuwt. Het onderzoek in opdracht van derden dat door de Hanze wordt uitgevoerd draagt hier aan bij en heeft daarmee een meerwaarde voor het bekostigde onderwijs.
Detachering van medewerkers aan private organisaties
Het betreffen detacheringen voor specifieke activiteiten voor een bepaalde tijd, veelal voortvloeiend uit samenwerkingsverbanden die zijn aangegaan. De kennis en ervaring die medewerkers mee terugbrengen naar de Hanze worden gebruikt om direct of indirect het onderwijs en onderzoek te verbeteren en heeft daarmee een meerwaarde voor de bekostigde wettelijke taak.
Beleid en beheer
De Hanze heeft geen 100% private activiteiten, maar is een instelling met publieke en publiek-private activiteiten. Dit wil zeggen dat al onze activiteiten vallen onder de bekostigde wettelijke taak of in het verlengde hiervan liggen. Vanuit het strategisch beleidsplan wordt Leven Lang Ontwikkelen een belangrijk thema, waarmee de scheidslijn tussen publiek en privaat steeds dunner zal worden. Dit past echter volledig bij de publieke opdracht die de Hanze heeft.
Ons uitgangspunt bij het onderscheid tussen publieke en private activiteiten is gebaseerd op de ‘handreiking verantwoording publiek privaat’, die door hogescholen gezamenlijk is opgesteld en door de algemene vergadering van de Vereniging Hogescholen is vastgesteld.
Daarnaast is het uitgangspunt bij alle activiteiten die de Hanze ontplooid dat middelen doelmatig worden ingezet en altijd ten doel hebben meerwaarde te creëren voor de bekostigde wettelijke taak.
Er is een werkgroep publiek-privaat die het afgelopen jaar veelvuldig de organisatie heeft geïnformeerd over de beleidsregel, het doel hiervan en de gevolgen die dit kan hebben voor de bedrijfsvoering. Dit heeft geleid tot een brede bewustwording in de organisatie, waarbij publiek-privaat een wezenlijk onderdeel is geworden van het besluitvormingsproces bij nieuwe activiteiten.
Bij nieuwe private activiteiten is de toets, of voldaan wordt aan de beleidsregel, altijd onderdeel van het advies van concerncontrol dat onderdeel is van het besluitvormingsproces.
Juridische en organisatorische inbedding en verantwoordelijkheidstoebedeling
De geïdentificeerde private activiteiten vallen allen onder de stichting Hanzehogeschool Groningen en worden binnen schools, kenniscentra en centers of expertise georganiseerd. Deze schools, kenniscentra en centers of expertise en daarmee ook de geïdentificeerde private activiteiten, vallen altijd onder de verantwoordelijkheid van het College van Bestuur van de Hanzehogeschool. Deze private activiteiten maken integraal onderdeel uit van de rapportage van de schools, kenniscentra en centers of expertise en zijn onderdeel van de resultaatsgesprekken die eens per vier maanden plaatsvinden tussen het betreffende onderdeel en de portefeuillehouder CvB.
Het verlenen van vrijstellingen
In de Onderwijs- en examenregeling hebben we beschreven hoe een student de examencommissie kan verzoeken vrijstelling te verlenen voor het afleggen van een toets. Dat kan op grond van een toets die de student buiten onze opleiding met goed gevolg heeft afgelegd of op grond van kennis, inzicht en vaardigheden die de student buiten de opleiding heeft opgedaan. De examencommissie doet hiernaar een objectief onderzoek en stelt hiervan een verslag op. De examencommissie registreert de vrijstellingen die zij verleent.
Bekostiging van buitenlandse studenten
Dit onderwerp is bij ons niet van toepassing.
Collegegeld niet betaald door student zelf
In 2023 volgden 52 (2022: 43) van onze medewerkers met een vast dienstverband een bekostigde opleiding binnen de eigen organisatie.
Studenten die als gevolg van persoonlijke problemen studievertraging hebben opgelopen, kunnen bij het bestuur van het Profileringsfonds (WHW art 7.51) een aanvraag indienen voor een financiële vergoeding.
Studenten volgen modules van opleidingen
Onze hogeschool neemt deel aan Kies op Maat. Dit is een samenwerkingsplatform van hbo- en wo-instellingen dat studenten de mogelijkheid biedt om delen van hun opleiding bij een andere instelling te volgen. Voor de studenten zijn hieraan geen extra kosten verbonden. Zij nemen hieraan deel op basis van een Bewijs Betaald Collegegeld. De instellingen verrekenen onderling de kosten van deelname op basis van een vastgestelde prijs per EC.
De student volgt een andere opleiding dan waarvoor hij is ingeschreven
Dit onderwerp is bij ons niet van toepassing.
Bekostiging van maatwerktrajecten
Als kennisinstelling worden wij door organisaties ingeschakeld om hun medewerkers verder op te leiden of bij te scholen. In de afgelopen jaren hebben we met een aantal organisaties overeenkomsten afgesloten. Hun medewerkers worden als student ingeschreven, al dan niet met extra faciliteiten. De werkgever voldoet het collegegeld. Met het UMCG en het Martini Ziekenhuis hebben we een overeenkomst gesloten over het aanbieden van de opleidingen hbo-V1 t/m V4. Hieraan namen in 2023/2024 162 studenten deel, waarvoor facturen zijn verstuurd voor het te betalen collegegeld. Aan het UMCG is er voor 128 studenten gefactureerd en aan het Martini Ziekenhuis 34 studenten.
Bekostiging van het kunstonderwijs
Voor het sectorplan Kunsten is op landelijk niveau onderzoek gedaan naar de bekostiging van kunstvakopleidingen. Binnen onze hogeschool worden de landelijke afspraken zo veel mogelijk gevolgd en vertaald in de budgetten van de kunstvakopleidingen.