Spring naar inhoud

Jaarrekening

Balans

Balans per 31 december 2023

Activa

(na resultaatbestemming, bedragen x € 1.000,-)

Ref.       31-12-2023     31-12-2022  
                 
  Vaste activa              
1.1 Immateriële vaste activa      458       651   
1.2 Materiële vaste activa      155.451       150.790   
1.3 Financiële vaste activa      76       76   
                 
                 
  Totaal vaste activa        155.984       151.517 
                 
                 
  Vlottende activa              
1.4 Voorraden      527       533   
1.5 Vorderingen      16.202       9.115   
1.6 Liquide middelen      119.962       121.943   
                 
                 
  Totaal vlottende activa        136.690       131.591 
                 
                 
  Totaal activa        292.674       283.107 

Passiva

        31-12-2023     31-12-2022  
                 
2.1 Eigen vermogen        113.097       104.839 
                 
2.2 Voorzieningen        18.982       16.834 
2.3 Langlopende schulden        50.833       54.137 
2.4 Kortlopende schulden        109.762       107.298 
                 
                 
                 
  Totaal passiva        292.674       283.107 
                 

Staat van baten en lasten

1 januari 2023 - 31 december 2023

(bedragen x €1000,-)

Ref.       2023     Begroting 2023     2022
                     
3 Baten                  
3.1 Rijksbijdragen OCW      277.654      251.585     278.583
3.2 Overige overheidsbijdragen en -subsidies     -     -     -
3.3 Collegegelden      59.591      60.950     41.332
3.4 Baten werk i.o.v. derden      32.187      15.264     20.884
3.5 Overige baten      6.594      8.416     7.296
  Totaal baten      376.026       336.215       348.095 
                     
4 Lasten                  
4.1 Personele lasten      291.066-      263.631-      267.300-
4.2 Afschrijvingen      17.517-      18.649-      18.108-
4.3 Huisvestingslasten      20.367-      19.847-      17.729-
4.4 Overige lasten      44.365-      34.915-      36.952-
  Totaal lasten      373.315-      337.042-      340.089-
                     
  Saldo baten en lasten      2.711       827-      8.005 
                     
5 Financiële baten en lasten                  
5.1 Financiële baten      6.366       5       428 
5.2 Financiële lasten      819-      819-      850-
  Totaal financiële baten en lasten      5.547       814-      422-
                     
  Netto resultaat      8.258      -1.641     7.583

Kasstroomoverzicht

(bedragen x € 1.000,-)

      2023     2022  
Kasstroom uit operationele activiteiten ref.            
Resultaat        8.258       7.583 
Aanpassingen voor:              
- Afschrijvingen 4.2    17.517       18.108   
- Boekresultaat desinvestering MVA 4.2    7-      92-  
- Mutatie EV 2.1    -       -   
- Mutaties voorzieningen 2.2    2.148       1.429   
         19.658       19.445 
Veranderingen in werkkapitaal:              
- Voorraden 1.4    6       80-  
- Vorderingen 1.5    4.086-      2.480   
- Kortlopende schulden (excl.intrest) 2.4    2.173       22.848   
         1.908-      25.247 
Totaal kasstroom uit bedrijfsoperaties        26.007       52.275 
Betaalde interest 5.1   293     428  
Ontvangen interest 5.1   -3.001     -850  
Totaal kasstroom uit operationele activiteiten        23.299       52.703 
Kasstroom uit investeringsactiviteiten              
Investeringen in immateriële vaste activa 1.1    38-      -   
Investeringen in materiële vaste activa 1.2    21.955-      15.905-  
Desinvesteringen in materiële vaste activa 1.2    15       135   
Totaal kasstroom uit investeringsactiviteiten        21.977-      15.770-
Kasstroom uit financieringsactiviteiten              
Aangegane langlopende leningen 2.3    -       -   
Aflossing langlopende schulden 2.4.5    3.303-      3.303-  
Totaal kasstroom uit financieringsactiviteiten        3.303-      3.303-
Mutatie geldmiddelen       -1.981     33.630
Aansluiting liquide middelen              
Beginstand liquide middelen      121.943       89.163   
Mutatie boekjaar      1.981-      32.779   
Eindstand liquide middelen        119.962       121.943 

Toelichting algemeen

De instelling, gevestigd te Groningen, Zernikeplein 1, is een stichting en is ingeschreven in het handelsregister onder nummer 41012703. Deze jaarrekening heeft betrekking op het kalenderjaar 2023, dat is geëindigd op balansdatum 31 december 2023.
Deze jaarrekening is opgesteld uitgaande van de continuïteitsveronderstelling. De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de wettelijke bepalingen van Titel 9 Boek 2 BW en de stellige uitspraken van de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving, die uitgegeven is door de Raad voor de Jaarverslaggeving.
Deze bepalingen zijn van toepassing op grond van de Regeling Jaarverslaggeving Onderwijs (WJZ/2007/50507) (RJ660)

Activiteiten
De activiteiten van de instelling bestaan voornamelijk uit dienstverlening op het gebied van onderwijs. De instelling verricht geen activiteiten in het buitenland.

Toelichting op het kasstroomoverzicht
Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode. De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit de liquide middelen. Ontvangsten en uitgaven uit hoofde van interest zijn opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten. Kasstromen in vreemde valuta worden omgerekend tegen de op dat moment geldende wisselkoersen. Onder de investeringen in immateriële- en materiële vaste activa zijn alleen opgenomen de investeringen waarvoor geldmiddelen zijn opgeofferd.

Schattingen
Om de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening te kunnen toepassen, is het nodig dat het bestuur van de Hanze zich over verschillende zaken een oordeel vormt, en dat het bestuur schattingen maakt die essentieel kunnen zijn voor de in de jaarrekening opgenomen bedragen.

De daadwerkelijke uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen. De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld. Herzieningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien en in toekomstige perioden waarvoor de herziening gevolgen heeft.
De waarderingsgrondslagen rondom de personeelsvoorzieningen zijn naar de mening van het management het meest kritisch voor het weergeven van de financiële positie en vereisen schattingen en veronderstellingen.

Rapporteringsvaluta
Alle in dit financiële verslag vermelde bedragen zijn genoteerd in euro’s. De euro is de functionele valuta van de instelling. Daar waar afkortingen gebruikt worden van K€ en M€ wordt bedoeld € x 1.000 respectievelijk € x 1.000.000.

Vergelijkende cijfers
De cijfers over het vorig kalenderjaar zijn, indien en voor zover dat uit hoofde van transparantie wenselijk en noodzakelijk werd geacht, opnieuw gerubriceerd om vergelijkbaarheid mogelijk te maken.

Gebeurtenissen na balansdatum
Gebeurtenissen die nadere informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum en die blijken tot aan de datum van het opmaken van de jaarrekening worden verwerkt in de jaarrekening.

Gebeurtenissen die geen nadere informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum worden niet in de jaarrekening verwerkt. Als dergelijke gebeurtenissen van belang zijn voor de oordeelsvorming van de gebruikers van de jaarrekening, worden de aard en de geschatte financiële gevolgen ervan toegelicht in de jaarrekening.

Transacties in vreemde valuta’s
Transacties luidend in vreemde valuta’s worden in euro's omgerekend tegen de geldende wisselkoers op de transactiedatum. Valutakoersverschillen worden verwerkt in de staat van baten en lasten in de periode dat zij zich voordoen.

Transacties met verbonden partijen
Van transacties met verbonden partijen is sprake wanneer een relatie bestaat tussen de stichting en een natuurlijk persoon of entiteit die verbonden is met de stichting. Dit betreffen onder meer de relaties tussen de stichting en haar bestuurders, functionarissen op sleutelposities en leden RvT en de stichtingen zoals opgenomen in het overzicht verbonden partijen, zoals opgenomen onder de toelichting op de balans, waarbij sprake is van enige vorm van zeggenschap. Onder transacties wordt verstaan een overdracht van middelen, diensten of verplichtingen, ongeacht of er een bedrag in rekening is gebracht.

Transacties met verbonden partijen worden toegelicht voor zover deze niet onder normale marktvoorwaarden zijn aangegaan. Van deze transacties wordt de aard en de omvang van de transactie en andere informatie die nodig is voor het verschaffen van het inzicht toegelicht.
Er hebben zich geen transacties met verbonden partijen voorgedaan op niet-zakelijke grondslag.

Belastingen
Vennootschapsbelasting (Vpb)
De ‘Wet modernisering vennootschapsbelastingplicht overheidsondernemingen’ is in werking getreden op 1 januari 2016. Deze wet bepaalt dat onderwijsinstellingen in beginsel Vpb-plichtig zijn. In de Wet is echter een specifieke vrijstelling opgenomen voor onderwijsinstellingen die bekostigd onderwijs verrichten en voldoen aan de in de wet opgenomen voorwaarden. De Hanze heeft vastgesteld dat zij voldoet aan de voorwaarden (het geven van onderwijs en daaraan nauwverwante activiteiten) om een beroep te kunnen doen op de onderwijsvrijstelling en is derhalve vrijgesteld van het doen van aangifte voor de Vpb.

Omzetbelasting (BTW)
Op grond van artikel 11 van de Wet Omzetbelasting is de Hanze vrijgesteld van het heffen van BTW over het onderwijs. In dit artikel zijn de volgende vrijstellingen beschreven:

- Onderwijsvrijstelling (art. 11, lid 1, onderdeel o Wet OB);
- Koepelvrijstelling (art. 11, lid 1, onderdeel u Wet OB);
- Fondswervingsvrijstelling (art. 11, lid 1, onderdeel v Wet OB);

De onderwijsvrijstelling zorgt ervoor dat diverse soorten van onderwijs ‘en nauw daarmee samenhangende leveringen en diensten’ zonder btw kunnen worden verstrekt. Hierbij zijn drie categorieën te onderscheiden:

- het wettelijk geregeld onderwijs;
- het niet-wettelijk geregeld onderwijs (aangewezen onderwijs, zoals beroepsopleidingen);
- nauw met het (niet-)wettelijk geregeld onderwijs samenhangende leveringen en diensten.

Van wettelijk geregeld onderwijs is sprake indien het onderwijs is opgenomen in één van de onderwijswetten en onder toezicht staat van de inspectie of is onderworpen aan een ander toezicht door de minister die met zorg voor het onderwijs is belast. Van de activiteiten die zijn vrijgesteld van BTW kan de Hanze de BTW op de kosten niet terugvragen. Van de niet-vrijgestelde activiteiten is het wel mogelijk om de BTW op de kosten terug te vragen wanneer deze activiteiten met BTW in rekening worden gebracht.

Grondslagen voor waardering van activa en passiva

Algemeen

De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de wettelijke bepalingen van Titel 9 Boek 2 BW en de stellige uitspraken van de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving, die uitgegeven is door de Raad voor de Jaarverslaggeving. Deze bepalingen zijn van toepassing op grond van de Regeling Jaarverslaggeving Onderwijs (WJZ/2007/50507) (RJ660). De jaarrekening wordt gepresenteerd in euro’s, wat tevens de functionele valuta is van de onderneming. Alle financiële informatie in euro’s is afgerond op het dichtstbijzijnde duizendtal.

De grondslagen die worden toegepast voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling zijn gebaseerd op historische kosten, tenzij anders vermeld in de verdere grondslagen. Een actief wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen naar de stichting zullen toevloeien en de waarde daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld. Activa die hier niet aan voldoen worden niet in de balans verwerkt, maar worden aangemerkt als niet in de balans opgenomen activa. Een verplichting wordt in de balans verwerkt wanneer het waarschijnlijk is dat de afwikkeling daarvan gepaard zal gaan met een uitstroom van middelen die economische voordelen in zich bergen en de omvang van het bedrag daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld. Onder verplichtingen worden mede voorzieningen begrepen. Verplichtingen die hier niet aan voldoen worden niet in de balans opgenomen, maar worden verantwoord als niet in de balans opgenomen verplichtingen.

Een in de balans opgenomen actief of verplichting blijft op de balans als een transactie (met betrekking tot het actief of de verplichting) niet leidt tot een belangrijke verandering in de economische realiteit met betrekking tot het actief of de verplichting. Dergelijke transacties geven evenmin aanleiding tot het verantwoorden van resultaten. Bij de beoordeling of er sprake is van een belangrijke verandering in de economische realiteit wordt uitgegaan van de economische voordelen en risico's waarvan redelijkerwijze niet te verwachten is dat zij zich zullen voordoen. Een actief of verplichting wordt niet langer in de balans opgenomen indien een transactie ertoe leidt dat alle of nagenoeg alle rechten op economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico's met betrekking tot het actief of de verplichting aan een derde zijn overgedragen. De resultaten van de transactie worden in dat geval direct in de staat van baten en lasten opgenomen, rekening houdend met eventuele voorzieingen die dienen te worden getroffen in samenhang met de transactie.

Indien de weergave van de economische realiteit leidt tot het opnemen van activa waarvan de rechtspersoon niet het juridisch eigendom bezit, wordt dit feit vermeld.

Baten worden in de staat van baten en lasten opgenomen wanneer een vermeerdering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermeerdering van een actief of een vermindering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld. Lasten worden verwerkt wanneer een vermindering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermindering van een actief of een vermeerdering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld. De opbrengsten en kosten worden toegerekend aan de periode waarop zij betrekking hebben.

In de balans, de staat van baten en lasten en het kasstroomoverzicht zijn referenties opgenomen. Met deze referenties wordt verwezen naar de toelichting.

Vergelijking met voorgaand jaar
De gehanteerde grondslagen van waardering en van resultaatbepaling zijn ongewijzigd ten opzichte van het voorgaande jaar en volgen de per 1 januari 2008 ingevoerde Regeling Jaarverslaggeving onderwijs.

Financiële instrumenten
Financiële instrumenten omvatten investeringen in handels- en overige vorderingen, geldmiddelen, leningen en overige financieringsverplichtingen, handelsschulden en overige te betalen posten. In de jaarrekening zijn de volgende categorieën financiële instrumenten opgenomen: verstrekte leningen en overige vorderingen en overige financiële verplichtingen.

Financiële activa en financiële verplichtingen worden in de balans opgenomen op het moment dat contractuele rechten of verplichtingen ten aanzien van dat instrument ontstaan. Een financieel instrument wordt niet langer in de balans opgenomen indien een transactie ertoe leidt dat alle of nagenoeg alle rechten op economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico’s met betrekking tot de positie aan een derde zijn overgedragen.
Financiële instrumenten (en afzonderlijke componenten van financiële instrumenten) worden in de jaarrekening gepresenteerd in overeenstemming met de juridische realiteit van de contractuele bepalingen. Presentatie vindt plaats op basis van afzonderlijke componenten van financiële instrumenten als financieel actief, financiële verplichting of als eigen vermogen. Financiële instrumenten worden bij de eerste waardering verwerkt tegen reële waarde, waarbij (dis)agio en de direct toerekenbare transactiekosten in de eerste opname worden meegenomen. De reële waarde van een financieel instrument is het bedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een passief kan worden afgewikkeld tussen ter zake goed geïnformeerde partijen, die tot een transactie bereid en van elkaar onafhankelijk zijn.

Saldering van financiële instrumenten: Een financieel actief en een financiële verplichting worden gesaldeerd als de stichting beschikt over een deugdelijk juridisch instrument om het financiële actief en de financiële verplichting gesaldeerd af te wikkelen en de stichting het stellige voornemen heeft om het saldo als zodanig netto of simultaan af te wikkelen.

Immateriële vaste activa
Immateriële vaste activa worden in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige voordelen die dat actief in zich bergt, zullen toekomen aan de Hanze en de kosten van dat actief betrouwbaar kunnen worden vastgesteld.

De immateriële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs, verminderd met cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. De uitgaven na eerste verwerking van een gekocht of zelf vervaardigd immaterieel vast actief worden toegevoegd aan de verkrijgings- of vervaardigingsprijs als het waarschijnlijk is dat de uitgaven zullen leiden tot een toename van de verwachte toekomstige economische voordelen en de uitgaven en de toerekening aan het actief op betrouwbare wijze kan worden vastgesteld. Als niet wordt voldaan aan de voorwaarden voor activering worden de uitgaven verantwoord als kosten in de staat van baten en lasten. Voor het nog niet afgeschreven deel van de geactiveerde ontwikkelingskosten wordt een wettelijke reserve gevormd.

De grondslagen voor de vaststelling en verwerking van bijzondere waardeverminderingen zijn opgenomen onder Materiële Vaste Activa.

Ontwikkelingskosten
Ontwikkelingskosten worden geactiveerd voor zover deze betrekking hebben op commercieel haalbaar geachte projecten. De ontwikkeling van een immaterieel vast actief wordt commercieel haalbaar geacht als het technisch uitvoerbaar is om het actief te voltooien, de instelling de intentie heeft om het actief te voltooien en het vervolgens te gebruiken of te verkopen is (inclusief het beschikbaar zijn van adequate technische, financiële en andere middelen om dit te bewerkstelligen), de instelling het vermogen heeft om het actief te gebruiken of te verkopen, het waarschijnlijk toekomstige economische voordelen zal genereren en de uitgaven gedurende de ontwikkeling betrouwbaar zijn vast te stellen.

Ontwikkelingskosten worden gewaardeerd tegen vervaardigingsprijs, verminderd met cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. De vervaardigingsprijs omvat voornamelijk de salariskosten van het betrokken personeel; de geactiveerde kosten worden na beëindiging van de ontwikkelingsfase (actief gereed voor ingebruikname) afgeschreven over de verwachte gebruiksduur.
De afschrijving vindt plaats volgens de lineaire methode. De kosten voor onderzoek en de overige kosten voor ontwikkeling worden ten laste van het resultaat gebracht in de periode waarin deze zijn gemaakt.
De gehanteerde categorieën zijn (samen met de afschrijvingstermijnen en –percentages): 

  • Ontwikkelingskosten (website)  3-5 jaar (33,3% - 20%)
  • Software                                      3-5 jaar (33,3% - 20%)

Materiële vaste activa
De materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs plus bijkomende kosten (om de activa op hun plaats of in de staat te krijgen noodzakelijk voor het beoogde gebruik) of vervaardigingsprijs verminderd met de afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. Op terreinen wordt niet afgeschreven. De afschrijvingen worden berekend als een percentage over de aanschaffingsprijs volgens de lineaire methode op basis van de economische levensduur, rekening houdend met de eventuele restwaarde. Afschrijving start op het moment dat een actief beschikbaar is voor het beoogde gebruik en wordt beëindigd bij buitengebruikstelling of bij desinvestering. Afboekingen door verkoop, buitengebruikstelling of tenietgaan worden afzonderlijk vermeld. Onderstaande afschrijvingstermijnen worden als uitgangspunt gehanteerd, op basis van incidentele afwijkende inschatting van levensduur kan deze worden aangepast.

Onderhoudsuitgaven worden slechts geactiveerd als zij de gebruiksduur van het object verlengen en/of leiden tot toekomstige prestatie-eenheden met betrekking tot het object.

Buiten gebruik gestelde activa worden gewaardeerd tegen boekwaarde of lagere opbrengstwaarde.

Bijzondere waardevermindering van vaste activa
Voor materiële vaste activa wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat deze activa onderhevig zijn aan bijzondere waardeverminderingen. Als dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat. De realiseerbare waarde is de hoogste van de bedrijfswaarde en de opbrengstwaarde.

De opbrengstwaarde wordt in eerste instantie ontleend aan een bindende verkoopovereenkomst. Als deze er niet is, wordt de opbrengstwaarde bepaald met behulp van de actieve markt waarbij normaliter de gangbare biedprijs geldt als marktprijs. De in aftrek te brengen kosten bij het bepalen van de opbrengstwaarde zijn gebaseerd op de geschatte kosten die rechtstreeks kunnen worden toegerekend aan de verkoop en nodig zijn om de verkoop te realiseren.
Voor de bepaling van de bedrijfswaarde wordt een inschatting gemaakt van de toekomstige netto kasstromen bij voortgezet gebruik van het actief. Vervolgens worden deze contant gemaakt tegen de disconteringsvoet zoals van toepassing op balansdatum.

Wanneer de boekwaarde van een actief hoger is dan de realiseerbare waarde, wordt een bijzonder waardeverminderingsverlies verantwoord voor het verschil tussen de boekwaarde en de realiseerbare waarde. Verder wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er enige indicatie is dat een in eerdere jaren verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies is verminderd. Als een dergelijke indicatie aanwezig is, wordt de realiseerbare waarde van het betreffende actief geschat. Terugneming van een eerder verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies vindt alleen plaats als sprake is van een wijziging van de gehanteerde schattingen bij het bepalen van de realiseerbare waarde sinds de verantwoording van het laatste bijzonder waardeverminderingsverlies. In dat geval wordt de boekwaarde van het actief opgehoogd tot de geschatte realiseerbare waarde, maar niet hoger dan de boekwaarde die bepaald zou zijn (na afschrijvingen) als in voorgaande jaren geen bijzonder waardeverminderingsverlies voor het actief zou zijn verantwoord.

Ontvangen subsidies die betrekking hebben op investeringen (materiële vaste activa) worden in mindering gebracht op de materiële vaste activa. Bij desinvesteringen worden deze ontvangen subsidies naar rato gedesinvesteerd.

De gehanteerde categorieën zijn (samen met de afschrijvingstermijnen en –percentages): 

Gebouwen casco/afbouw 30 jaar 3,3%
Gebouwen inbouw 15 jaar 6,7%
Gebouwen investering in huurpanden 10 jaar 10%
Sportterreinvoorzieningen 10 jaar 10%
Overige terreinvoorzieningen 15-30 jaar 3,3%-6,7%
Bouwkundige voorzieningen en installaties 15 jaar 6,7%
Meubilair (inventaris) 7-12 jaar 8,3%-14,3%
Computerapparatuur 3-4 jaar 33,3%-25%
Audiovisuele apparatuur 4 jaar 25%
Medische apparatuur 10 jaar 10%
Industriële apparatuur 15 jaar 6,7%
Overige apparatuur 7 jaar 14,3%
Technische installaties ICT 7 jaar 14,3%
Technische installaties overig 15 jaar 6,7%
Transportmiddelen 7 jaar 14,3%

Financiële vaste activa

Leningen u/g
Leningen worden verstrekt op basis van overeenkomsten waarin is vastgelegd op welke termijn de lening wordt afgelost, tegen welk rentepercentage geleend wordt en indien van toepassing, welke zekerheden er zijn verstrekt.
De onder financiële vaste activa opgenomen vorderingen worden initieel gewaardeerd tegen de reële waarde onder aftrek van transactiekosten (indien materieel). Vervolgens worden deze vorderingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs.

Een financieel actief dat niet wordt gewaardeerd tegen (1) reële waarde met waardewijzigingen in de staat van baten en lasten of (2) geamortiseerde kostprijs of lagere marktwaarde, wordt op iedere verslagdatum beoordeeld om te bepalen of er objectieve aanwijzingen bestaan dat het actief een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. Een financieel actief wordt geacht onderhevig te zijn aan een bijzondere waardevermindering indien er objectieve aanwijzingen zijn dat na de eerste opname van het actief zich een gebeurtenis heeft voorgedaan die een negatief effect heeft op de verwachte toekomstige kasstromen van dat actief en waarvan een betrouwbare schatting kan worden gemaakt. Objectieve aanwijzingen dat financiële activa onderhevig zijn aan een bijzondere waardevermindering omvatten bijvoorbeeld het niet nakomen van betalingsverplichtingen en achterstallige betalingen door een debiteur en aanwijzingen dat een debiteur failliet zal gaan.

Voorraden
Voorraden worden gewaardeerd tegen kostprijs of lagere opbrengstwaarde. De kostprijs bestaat uit de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, vermeerderd met overige kosten om de voorraden op hun huidige plaats en in hun huidige staat te brengen. De opbrengstwaarde is gebaseerd op de meest betrouwbare schatting van het bedrag dat de voorraden maximaal zullen opbrengen, onder aftrek van nog te maken kosten.
Voorraden worden gewaardeerd met toepassing van de ‘first-in, first-out’ (Fifo)-methode.

Onderhanden projecten
De post Onderhanden projecten bestaat uit het saldo van gerealiseerde projectkosten en reeds gedeclareerde termijnen en/of ontvangen subsidies. Onderhanden projecten worden zowel onder de vorderingen als kortlopende schulden opgenomen. Dit is per lopend project bepalend vanuit het saldo tussen reeds ontvangen subsidies en reeds gemaakte projectkosten. Projecten welke worden opgenomen onder de vorderingen hebben per saldo gedurende de looptijd van het project meer kosten gemaakt dan er aan subsidies zijn ontvangen.

In de waardering van onderhanden projecten worden de kosten die direct betrekking hebben op het project, zoals personeelskosten voor werknemers direct werkzaam aan het project, de kosten die toerekenbaar zijn aan projectactiviteiten in het algemeen en toewijsbaar zijn aan het project en andere kosten die vanuit de (subsidie-) overeenkomst aan de opdrachtgever kunnen worden toegerekend, begrepen.

Verwerking van de projectkosten in de staat van baten en lasten vindt plaats als de prestaties in het project worden geleverd en zijn gerealiseerd. Verwachte verliezen op onderhanden projecten worden onmiddellijk in de staat van baten en lasten verwerkt. Het bedrag van het verlies wordt bepaald ongeacht of het project reeds is aangevangen, het stadium van realisatie van het project of het bedrag aan bate dat wordt verwacht op andere, niet gerelateerde projecten.

Vorderingen
Vorderingen worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve-rentemethode, verminderd met bijzondere waardeverminderingsverliezen. Voorzieningen wegens oninbaarheid worden in mindering gebracht op de boekwaarde van de vordering.
De looptijd van de vorderingen is < 1 jaar.

Vorderingen waartegenover ook een schuld staat in de vorm van vooruitontvangen bedragen, zijn gesaldeerd opgenomen in de balans voor zover toegestaan.

Liquide middelen
Liquide middelen bestaan uit kas, banktegoeden en direct opeisbare deposito’s met een looptijd korter dan twaalf maanden. Liquide middelen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Indien liquide middelen niet ter vrije beschikking staan, wordt hiermee rekening gehouden bij de waardering.

Eigen vermogen
Het eigen vermogen van de Hanze is opgebouwd uit de in het verleden behaalde resultaten. Andere mutaties in het eigen vermogen komen tot stand door stelselwijzigingen of door het opnemen van verbonden partijen. Het eigen vermogen bestaat uit algemene reserves en bestemmingsreserves en/of -fondsen. Hierin is tevens een segmentatie opgenomen naar publieke en private middelen.

De bestemmingsreserves zijn reserves met een beperktere bestedingsmogelijkheid, welke door het bestuur is aangebracht. De bestemmingsfondsen zijn reserves met een beperktere bestedingsmogelijkheid, welke door derden zijn aangebracht.

Het resultaat van het verslagjaar op het initieel onderwijs wordt toegevoegd aan de algemene reserve. Is een deel van het resultaat tot stand gekomen door activiteiten in projectvorm die nog niet zijn afgerond, dan wordt dat deel overgeheveld naar de bestemde reserve Projecten.

Voor een verdere toelichting op het vermogen wordt verwezen naar de toelichting op de balans.

Voorzieningen
Algemeen
Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen die op de balansdatum bestaan als gevolg van een gebeurtenis uit het verleden, waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de omvang op betrouwbare wijze is te schatten. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen af te wikkelen en verdisconteerd per balansdatum tenzij anders vermeld.

Voorzieningen wachtgeld
Voor zowel het wettelijke als het bovenwettelijke deel van de wachtgeldregeling is per balansdatum een voorziening getroffen. Deze voorzieningen zijn bepaald op basis van opgaven van de uitvoeringsinstellingen, rekening houdend met deelnamekans en verdiscontering.

Voorziening jubilea
De voorziening jubilea wordt opgenomen voor verwachte lasten gedurende het dienstverband van de werknemers. Hierbij is rekening gehouden met deelnamekans en verdiscontering.

Voorziening WGA-WIA
Ter dekking van toekomstige lasten ingevolge de wet integratie gedeeltelijk arbeidsgeschikten is een voorziening opgenomen. De voorziening is bepaald op basis van het ziekenbestand, deelnamekans en verdiscontering.

Voorziening Duurzame Inzetbaarheid
Ter dekking van toekomstige lasten ingevolge de vanuit de cao toepasbare regeling rondom duurzame inzetbaarheid is een voorziening opgenomen. De voorziening is bepaald op basis van beste schatting, gebaseerd op historische deelname aan de regeling, deelnamekans en verdiscontering.

Voorziening Werktijdenvermindering Senioren
Ter dekking van toekomstige lasten ingevolge de vanuit de cao toepasbare regeling rondom werktijdvermindering senioren is een voorziening opgenomen. De voorziening is bepaald op basis van beste schatting, gebaseerd op historische deelname, verwachte aanmeldingen voor de regeling, leeftijd, deelnamekans en verdiscontering.
Aan de voorziening WS is in 2023 een extra categorie medewerkers toegevoegd, nl de medewerkers die binnen 5 jaar aan de regeling mee mogen doen (categorie D). Deze categorie vertegenwoordigt een eenmalige additionele waarde van ca M€ 5 in deze voorziening en is daarmee een schattingswijziging in 2023.

Overige voorzieningen
Onder de overige voorzieningen is een voorziening getroffen voor personele regelingen, welke op moment van resultaatbepaling nog niet zijn vastgelegd middels een getekende vaststellingsovereenkomst.

Langlopende schulden
Langlopende schulden worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde. Transactiekosten die direct zijn toe te rekenen aan de verwerving van de langlopende schulden worden in de waardering bij eerste verwerking opgenomen. Langlopende schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, zijnde het ontvangen bedrag rekening houdend met agio of disagio en onder aftrek van transactiekosten.

Het verschil tussen de bepaalde boekwaarde en de uiteindelijke aflossingswaarde wordt op basis van de effectieve rente gedurende de geschatte looptijd van de schulden in de staat van baten en lasten als interestlast verwerkt.

Kortlopende schulden
Onder kortlopende schulden zijn de bedragen ondergebracht die nog betrekking hebben op het verslagjaar maar op balansdatum nog niet zijn betaald en bedragen die zijn ontvangen in of voor het verslagjaar en aan opvolgende jaren moeten worden toegekend.
Kortlopende schulden worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde. Kortlopende schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, zijnde het ontvangen bedrag rekening houdend met agio of disagio en onder aftrek van transactiekosten. Dit is meestal de nominale waarde.

Grondslagen voor bepaling van het resultaat

Algemeen
Het saldo van de baten en lasten is tot stand gekomen met inachtneming van de volgende beginselen:

  • Toerekeningsbeginsel: baten en lasten worden toegerekend aan dat jaar waar ze betrekking op hebben, hierbij wordt ervan uitgegaan dat onderwijstaken gelijkmatig over het jaar zijn verdeeld.
  • Realisatiebeginsel: winsten worden genomen voor zover zij in het verslagjaar zijn gerealiseerd.
  • Voorzichtigheidsbeginsel: verliezen of risico’s worden opgenomen voor zover zij bekend zijn geworden vóór het opmaken van de jaarrekening.

Begroting
De Hanze werkt tot en met 2023 met een planning- en controlcyclus op studiejaar en daarmee ook met een begroting op studiejaar. Met ingang van 2024 stapt de Hanze over op een cyclus gelijk aan kalenderjaren. Een studiejaar loopt van september t/m augustus. De begroting zoals opgenomen in de jaarrekening 2023 is een rekenkundige telling van 12 maanden uit het (eenmalig verlengde) boekjaar 2022/2023.

Baten
Rijksbijdragen OCW
De baten die in een verslagjaar zijn ontvangen van het ministerie van OCW worden in totaliteit verantwoord en zijn gebaseerd op de meest recent verschenen rijksbijdragebrieven. De rijksbijdragebrief van december is feitelijk de definitieve toekenning over een kalenderjaar.

Collegegelden
De collegegelden worden toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben.

Werk i.o.v. derden
Opbrengsten uit het verlenen van diensten worden verantwoord naar rato van de geleverde prestaties, gebaseerd op de verrichte diensten tot aan de balansdatum in verhouding tot de in totaal te verrichten diensten. Zie tevens de grondslagen met betrekking tot Onderhanden projecten.

Overige baten
Overige baten bestaan uit baten uit verhuur, detachering en overige. De baten worden verantwoord als het waarschijnlijk is dat deze worden ontvangen en de instelling de condities voor ontvangst kan aantonen. Indien het resultaat van een bepaalde opdracht tot dienstverlening niet op betrouwbare wijze kan worden bepaald, worden de opbrengsten verwerkt tot het bedrag van de kosten van de dienstverlening die worden gedekt door de opbrengsten.

Exploitatiesubsidies worden als bate verantwoord in de staat van baten en lasten in het jaar waarin de gesubsidieerde kosten zijn gemaakt of opbrengsten zijn gederfd, of wanneer een gesubsidieerd exploitatietekort zich heeft voorgedaan.

Huuropbrengsten uit vastgoedbeleggingen worden lineair in de staat van baten en lasten opgenomen op basis van de duur van de huurovereenkomst. Vergoedingen ter stimulering van het sluiten van huurovereenkomsten worden als integraal deel van de totale huuropbrengsten verwerkt.

Personeelsbeloningen
Periodiek betaalbare beloningen
Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de staat van baten en lasten verantwoord in de periode waarin de arbeidsprestatie wordt verricht en, voor zover nog niet uitbetaald, als verplichting op de balans opgenomen. Als de reeds betaalde bedragen de verschuldigde beloningen overtreffen, wordt het meerdere opgenomen als een overlopend actief voor zover er sprake zal zijn van terugbetaling door het personeel of van verrekening met toekomstige betalingen door de stichting.

Voor de beloningen met opbouw van rechten (bijvoorbeeld sabbatical leave) worden de verwachte lasten gedurende het dienstverband in aanmerking genomen. Een verwachte vergoeding wordt verantwoord indien de verplichting tot betaling van die vergoeding is ontstaan op of vóór balansdatum en een betrouwbare schatting van de verplichtingen kan worden gemaakt. Ontvangen bijdragen voortvloeiend uit levensloopregelingen worden in aanmerking genomen in de periode waarover deze bijdragen zijn verschuldigd. Toevoegingen aan en vrijval van verplichtingen worden ten laste respectievelijk ten gunste van de staat van baten en lasten gebracht.

Indien een beloning wordt betaald, waarbij geen rechten worden opgebouwd (bijvoorbeeld doorbetaling in geval van ziekte of arbeidsongeschiktheid) worden de verwachte lasten verantwoord in de periode waarover deze beloning is verschuldigd. Voor op balansdatum bestaande verplichtingen tot het in de toekomst doorbetalen van beloningen (inclusief ontslag aan personeelsleden die op balansdatum naar verwachting blijvend geheel of gedeeltelijk niet in staat zijn om werkzaamheden te verrichten door ziekte of arbeidsongeschiktheid) wordt een voorziening opgenomen.

De verantwoorde verplichting betreft de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de desbetreffende verplichting op balansdatum af te wikkelen. De beste schatting is gebaseerd op contractuele afspraken met personeelsleden (CAO en individuele arbeidsovereenkomsten). Toevoegingen aan en vrijval van verplichtingen worden ten laste respectievelijk ten gunste van de staat van baten en lasten gebracht.

Ontslagvergoedingen
Ontslagvergoedingen zijn vergoedingen die worden toegekend in ruil voor de beëindiging van het dienstverband. Een uitkering als gevolg van ontslag wordt als verplichting en als last verwerkt als de instelling zich aantoonbaar onvoorwaardelijk heeft verbonden tot betaling van een ontslagvergoeding. Ontslagvergoedingen worden gewaardeerd op basis van de beste schatting van de bedragen welke noodzakelijk zijn om de verplichting af te wikkelen.

Pensioenen
De pensioenregeling van de Hanze is ondergebracht bij ABP, als uitvoerder voor alle organisaties actief in de sectoren overheid en onderwijs. Het pensioenreglement is online op de website van ABP beschikbaar.
Uitgangspunt is dat de in de verslagperiode te verwerken pensioenlast gelijk is aan de over die periode aan de pensioenuitvoerder verschuldigde pensioenpremies. Voor zover de verschuldigde premies op balansdatum nog niet zijn voldaan, wordt hiervoor een verplichting opgenomen.
Indien op basis van de uitvoeringsovereenkomst met betrekking tot een pensioenregeling per balansdatum een verplichting bestaat, wordt een voorziening gevormd als het waarschijnlijk is dat de aanwending van een maatregelenpakket, dat nodig is voor het herstel van de per balansdatum bestaande dekkingsgraad, zal leiden tot een uitstroom van middelen en de omvang daarvan betrouwbaar kan worden geschat.

Verder wordt op balansdatum een voorziening opgenomen voor bestaande additionele verplichtingen ten opzichte van het fonds en de werknemers, indien het waarschijnlijk is dat voor de afwikkeling van die verplichtingen een uitstroom van middelen zal plaatsvinden en de omvang van de verplichtingen betrouwbaar kan worden geschat. Het al dan niet bestaan van additionele verplichtingen wordt beoordeeld aan de hand van de uitvoeringsovereenkomst met het fonds, de pensioenovereenkomst met de werknemers en andere (expliciete of impliciete) toezeggingen aan de werknemers. De voorziening wordt gewaardeerd tegen de beste schatting van de contante waarde van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen op balansdatum af te wikkelen.

Financiële baten en lasten
Rentebaten worden verantwoord in de periode waartoe zij behoren, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de desbetreffende actiefpost. Rentelasten en soortgelijke lasten worden verantwoord in de periode waartoe zij behoren.

Toelichting op de balans

1. Activa

Vaste activa

1.1 Immateriële vaste activa

De mutaties in de immateriële vaste activa worden als volgt weergegeven:

(bedragen x € 1.000,-)

    Totaal IMVA   Ontwikkeling en software
stand per 31-12-2022        
verkrijgingen    7.397     7.397 
cum.afschrijvingen    6.746     6.746 
boekwaarde    651     651 
         
mutaties 2023        
investeringen    38     38 
desinvesteringen    -     - 
afschrijvingen    230     230 
afschr desinvesteringen    -     - 
     193-    193-
         
stand per 31-12-2023        
verkrijgingen    7.434     7.434 
afschrijvingen    6.977     6.977 
boekwaarde    458     458 

Toelichting:
De immateriële vaste activa heeft betrekking op diverse aangekochte softwaresystemen (waaronder Osiris, AFAS, PowerBI, VMware) en ontwikkeling van de Nieuwe Leer-Werkplek. De investering in 2023 betreft de ontwikkeling van de website Hanze.nl

1.2 Materiële vaste activa

De mutaties in de materiële vaste activa worden als volgt weergegeven:

(bedragen x € 1.000,-)

        1.2.1.1 1.2.1.2 1.2.2.1 1.2.2.2 1.2.3 1.2.4
    Totaal MVA   Gebouwen Terreinen Inventaris Apparatuur Vervoer- middelen MVA in uitvoering
stand per 31-12-2022                  
verkrijgingen    379.746     263.121   22.588   28.727   60.963   296   4.051 
cum.afschrijvingen (-/-)    228.955     156.029   5.357   20.290   47.046   234   - 
boekwaarde    150.790     107.091   17.231   8.438   13.917   62   4.051 
                   
mutaties 2023                  
investeringen    21.955     -   -   -   -   -   21.955 
desinvesteringen (-/-)    159     7   -   9   116   27   
activering    -     5.271   160   2.175   5.182   12   12.800-
afschrijvingen (-/-)    17.279     10.764   454   1.356   4.690   17   
cum.afschr desinvesteringen    144     0   -   9   108   27   
     4.660     5.500-  294-  819   485   4-  9.155 
                   
stand per 31-12-2023                  
verkrijgingen    401.542     268.384   22.747   30.893   66.029   282   13.206 
Cum. afschrijvingen (-/-)    246.091     166.793   5.811   21.636   51.627   224   - 
boekwaarde    155.451     101.591   16.937   9.257   14.402   58   13.206 

Toelichting:
Door de Hanze wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat een vast actief aan een bijzondere waardevermindering onderhevig kan zijn. Indien dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief vastgesteld. Een bijzonder- waardeverminderingsverlies wordt direct als last verwerkt in de staat van baten en lasten onder gelijktijdige verlaging van de boekwaarde van het betreffende actief. Over het verslagjaar is bijzondere waardevermindering niet van toepassing.

De WOZ-waarde van alle onder de MVA opgenomen gebouwen is in totaal M€ 145,5. De hiervoor gehanteerde WOZ-opgaven hebben een waardepeildatum van 1-1-2022.

De investeringen in gebouwen en terreinen hebben over het boekjaar met name betrekking op de realisatie van de nieuw- en verbouw van Zp7, dit betreft de laatste fase.

Investeringen in inventaris hebben voornamelijk betrekking op aanschaf van meubilair.

Investeringen in apparatuur hebben voornamelijk betrekking op computerapparatuur ICT en infrastructuur ICT.

Voor de toekomstige kosten van groot onderhoud aan de bedrijfsgebouwen is geen voorziening voor groot onderhoud gevormd. De kosten van groot onderhoud worden conform de componentenmethode geactiveerd onder de materiele vaste activa.

Het saldo op 'MVA in uitvoering' heeft betrekking op lopende investeringsprojecten en omvat met name het project ZP11 Van Doorenveste.

De panden aan het Zernikeplein (hoofdgebouw met Van Olsborg, Van Doorenveste, Willem-Alexander Sportcentrum, Marie Kamphuisborg) en aan de Petrus Driessenstraat (Wiebengacomplex) zijn hypothecair bezwaard. Het recht op eerste hypotheek is verleend aan de Staat der Nederlanden (Ministerie van Financiën).

1.3 Financiële vaste activa

De mutaties in de financiële vaste activa worden als volgt weergegeven:

(bedragen x € 1.000,-)

          Boekwaarde
31-12-2022
Investeringen en verstrekte leningen Desinvest. en afgeloste leningen Vord. kortlopend Boekwaarde 31-12-2023
                   
1.3.1 Waarborgsommen en bankgaranties        76   -   -   -   76 
                   
                   
                   
  Totaal financiële vaste activa        76   -   -   -   76 

Toelichting:
De vermeldde bankgaranties hebben betrekking op garanties verstrekt bij het aangaan van huurovereenkomsten.

Vlottende Activa

1.4 Voorraden

(bedragen x € 1.000,-)

          31-12-2023     31-12-2022
1.4.1 Gebruiksgoederen              
  Magazijngoederen/kantoorbenodigdheden       527     533
                 
                 
  Totaal voorraden       527     533

Toelichting:
Onder de voorraden zijn tevens opgenomen de geregistreerde verbruiksmiddelen chemicalien.

1.5 Vorderingen

(bedragen x € 1.000,-)

          31-12-2023     31-12-2022
                 
1.5.1 Debiteuren       1.500     997
1.5.2 Studenten       111     97
                 
1.5.3 Onderhanden projecten              
  Subsidieprojecten       6.233     3.596
                 
1.5.4 Overige vorderingen       3.776     1.762
                 
1.5.5 Overlopende activa       4.582     2.662
                 
                 
  Totaal vorderingen       16.202     9.115
                 

Toelichting:
In de vorderingen op debiteuren en studenten zijn voorzieningen voor oninbaarheid opgenomen van respectievelijk K€ 2 en K€ 93 (ultimo 2022 respectievelijk K€ 7 en K€ 87). Deze bedragen hebben betrekking op vorderingen met een looptijd langer dan 1 jaar.

Onderhanden projecten worden zowel onder de vorderingen als kortlopende schulden opgenomen. Dit is per lopend project bepalend vanuit het saldo tussen reeds ontvangen subsidies en reeds gemaakte projectkosten. Projecten welke worden opgenomen onder de vorderingen hebben per saldo gedurende de looptijd van het project meer kosten gemaakt dan er al subsidies zijn ontvangen.

Onder de overige vorderingen is per ultimo 2023 een vordering opgenomen voor nog te ontvangen rente over het 4e kwartaal 2023.Ultimo 2022 was er door de lagere rentestand geen te ontvangen rente.

De saldi vermeld onder de overlopende activa hebben met name betrekking op transitorische posten, kosten betaald in het huidige boekjaar en betrekking hebbend op het komende boekjaar.

1.6 Liquide middelen

(bedragen x € 1.000,-)

          31-12-2023     31-12-2022
                 
1.6.1 Banken       119.936     121.927
                 
1.6.2 Kasmiddelen       26     16
                 
                 
  Totaal liquide middelen       119.962     121.943

Toelichting:
Een nadere toelichting op de mutaties binnen de Liquide middelen is te vinden in het kasstroomoverzicht. De liquide middelen staan ter vrije beschikking van de instelling.

De Hanze beschikt over een aantal bankrekeningen die worden gebruikt voor onderwijsdoeleinden. Deze rekeningen worden tijdelijk beschikbaar gesteld aan studenten ten behoeve van projecten. Op deze rekeningen kan geen negatief saldo, en daarmee een financieel risico voor de Hanze ontstaan. Het saldo van deze rekeningen bedraagt per ultimo 2023 K€ 45, vanwege het karakter van deze rekeningen zijn deze niet onder de liquide middelen van de Hanze opgenomen.

2. Passiva

2.1 Eigen vermogen

2.1.1 Voorstel resultaatbestemming

Het resultaat van de Hanze over het jaar 2023 bedraagt  K€ 8.258. Voorgesteld wordt om het resultaat als volgt te bestemmen:

(bedragen x € 1.000,-)

Onttrekking algemene reserve (publiek)     -8.939
Dotatie algemene reserve (privaat)     347
Dotatie bestemmingsreserves (publiek)     16.850
       
Resultaat     8.258

2.1.2. Verloopoverzicht

(bedragen x € 1.000,-)

    Saldo 1-1-2022 Bestemming resultaat 2022 Saldo 31-12-2022 Bestemming resultaat 2023 Overige mutaties Saldo
31-12-2023
               
Algemene reserve (publiek)    92.571   9.529   102.100   8.939-  -   93.162 
Algemene reserve (privaat)    4.685   1.946-  2.739   347   -   3.086 
Subtotaal algemene reserve    97.256   7.583   104.839   8.592-  -   96.247 
               
Bestemmingsreserves (publiek)              
Bestemmingsreserve Professional Doctorate    -   -   -   5.615   -   5.615 
Bestemmingsreserve arbeidsmarkt tekort sectoren    -   -   -   2.021   -   2.021 
Bestemmingsreserve kwaliteitsafspraken    -   -   -   9.214   -   9.214 
Subtotaal bestemmingsreserves (publiek)    -   -   -   16.850   -   16.850 
               
               
Totaal eigen vermogen    97.256   7.583   104.839   8.258   -   113.097 
Toelichting: 
De algemene reserve privaat heeft betrekking op de cumulatieve resultaten op contractonderwijs en overige private activiteiten van de Stichting Hanzehogeschool waarbij private middelen zijn betrokken. Als gevolg van de beleidsregel Publiek-Privaat zijn definities aangescherpt. Vanuit consistentie met voorgaande jaren heeft de Hanze ervoor gekozen om ook over 2023 het behaalde resultaat op contractonderwijs te doteren aan de algemene reserve privaat.Recentelijk komen er steeds meer middelen via de rijksbijdrage beschikbaar met een specifiek bestedingsdoel. Het is vaak niet haalbaar om deze middelen direct in te zetten voor het bestemde doel. Gevolg is dat deze middelen dan ook niet volledig tot besteding komen in het betreffende kalenderjaar.In 2023 is besloten om voor deze middelen, onder specifieke voorwaarden, een bestemmingsreserve te vormen. Het betreft specifiek de volgende onderwerpen:
  1. Kwaliteitsafspraken
  2. Bestuursakkoord 2022: Praktijkgericht onderzoek (Professional Doctorate)
  3. Bestuursakkoord 2022: Onderwijs-arbeid

2.2 Voorzieningen

(bedragen x € 1.000,-)

        Mutaties        
      saldo
31-12-2022
Dotaties 2023 Onttrekkingen 2023 Vrijval 2023 Rente 2023 saldo
31-12-2023
2.2.1 Personeelsvoorzieningen              
  Wachtgelden wettelijk    443   696   343-  161-  7-  628 
  Wachtgelden bovenwettelijk    1.103   281   526-  183-  17-  658 
  Voorziening jubilea    1.759   951   157-  483-  352-  1.718 
  Voorziening WGA-WIA    2.689   966   443-  861-  168-  2.183 
  Voorziening DI    2.100   12   -   1.013-  12-  1.087 
  Voorziening WS    8.740   7.750   2.449-  532-  1.392-  12.117 
  Overige personeelsvoorziening    -   591   -   -   -   591 
  Subtotaal personeelsvoorzieningen    16.834   11.247   3.918-  3.232-  1.948-  18.982 
                 
  Totaal voorzieningen    16.834   11.247   3.918-  3.232-  1.948-  18.982 

(bedragen x € 1.000,-)

    Kortlopend deel
<1 jaar
Langlopend deel
1-5 jaar
Langlopend deel
>5 jaar
  saldo
31-12-2023
Personeelsvoorzieningen            
Wachtgelden wettelijk   252 375 0   628
Wachtgelden bovenwettelijk   147 511 0   658
Voorziening jubilea   105 878 735   1.718
Voorziening WGA-WIA   368 1.327 487   2.182
Voorziening DI   549 538 0   1.087
Voorziening WS   2.487 6.778 2.852   12.117
Overige personeelsvoorziening   591 0 0   591
Subtotaal personeelsvoorzieningen   4.500 10.408 4.074   18.982

Toelichting:
De voorzieningen Wachtgelden wettelijk en bovenwettelijk alsmede WGA-WIA zijn opgenomen conform opgaaf van uitvoerders.

De voorziening DI is per ultimo 2022 herzien op basis van nieuwe regelgeving, voortkomend uit de nieuwe cao per 2023. Deze voorziening kent enkel onttrekkingen vanuit historisch opgebouwde rechten.

Aan de voorziening WS is in 2023 een extra categorie medewerkers toegevoegd, nl de medewerkers die binnen 5 jaar aan de regeling mee mogen doen (categorie D). Deze categorie vertegenwoordigt een additionele waarde van ca M€ 5 in deze voorziening en is daarmee een schattingswijziging per 2023.

Daar waar individuele onttrekkingen aan voorzieningen niet specificeerbaar zijn, is het saldo van dotaties en onttrekkingen vermeld onder Dotaties. Alle personeelsvoorzieningen zijn in 2023 herzien en geactualiseerd qua methodiek en onderbouwing. Tevens is integraal de contante-waarde systematiek vastgesteld.

De looptijd van een groot deel van de personeelsvoorzieningen is langer dan een jaar. Hierdoor is het effect van de tijdswaarde van geld materieel en zijn de voorzieningen gewaardeerd tegen de contante waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen en verliezen af te wikkelen. De gehanteerde verdisconteringsvoet per ultimo 2023 bedraagt 2,08 tot 2,39% afhankelijk van de looptijd. Deze rentes zijn afkomstig van het Ministerie van Financiën, Rentestanden RWT, onderwijsinstellingen en agentschappen.

Onder de overige voorzieningen is per ultimo kalenderjaar 2023 een voorziening opgenomen ten behoeve van individuele dossiers waarvan de verwachting is dat deze komen tot een regeling. Dossiers die al zijn opgenomen in een vaststellingsovereenkomst , zijn opgenomen onder de kortlopende schulden.

2.3 Langlopende schulden

(bedragen x € 1.000,-)

      Bedrag 31-12-22 Aangegane leningen o/g Aflossingen
2023
Stand
31-12-2023
2.3.1 Kredietinstellingen (bouwleningen)          
  Lening 1 ministerie van Financiën    13.000   -   -   13.000 
  Lening 2 ministerie van Financiën    31.937   -   2.903   29.033 
  Lening 3 ministerie van Financiën    9.200   -   400   8.800 
             
             
  Totaal langlopende schulden   54.137   -   3.303   50.833 

(bedragen x € 1.000,-)

    Stand
31-12-2023
Looptijd < 1 jaar Looptijd > 1 jaar Looptijd > 5 jaar Rentevoet
Kredietinstellingen (bouwleningen)            
Lening 1 ministerie van Financiën    13.000   -   13.000   -  4,05%
Lening 2 ministerie van Financiën    31.937   2.903   29.033   17.422  0,68%
Lening 3 ministerie van Financiën    9.200   400   8.800   7.200  0,10%
             
             
Totaal langlopende schulden    54.137   3.303   50.833   24.622   

Toelichting:
In april 2005 zijn nieuwe leningen aangegaan bij het ministerie van Financiën. Zekerheden zijn destijds verstrekt in de vorm van een eerste hypotheekrecht op enkele panden. Ook is vanaf 2005 een start gemaakt met het 'schatkistbankieren' waarbij er een rekening courant verhouding is tussen de Hanze en het ministerie. Dagelijks worden de saldi van de bankrekeningen vereffend. Looptijd lening 1 is tot 2025, met aflossing van de resterende M€ 13. De oorspronkelijke lening was groot M€ 39,5.

In december 2017 is lening 2 verstrekt door het ministerie van Financiën. De hoofdsom van deze lening bedraagt M€ 43,5 en kent een looptijd tot december 2034. Aflossing op deze lening vindt met ingang van december 2020 jaarlijks plaats voor een bedrag van M€ 2,9. Dit deel van de lening wordt derhalve in dit overzicht geplaatst onder Looptijd < 1 jaar.

In maart 2021 is lening 3 verstrekt door het ministerie van Financiën. De hoofdsom van deze lening bedraagt M€ 10 en kent een looptijd van 25 jaar. Aflossing op deze lening vindt met ingang van februari 2022 jaarlijks plaats voor een bedrag van M€ 0,4. Dit deel van de lening wordt derhalve in dit overzicht geplaatst onder Looptijd < 1 jaar. Deze lening 3 betreft een herfinanciering van een eerdere lening van M€ 10, welke in december 2020 is afgelost.

Middels een hypothecaire akte in februari 2021 is een eerste hypotheekrecht verstrekt aan de Staat der Nederlanden, waarin tevens opgenomen het eerder verstrekte recht vanuit zowel 2005 als 2017.

2.4 Kortlopende schulden

(bedragen x € 1.000,-)

        31-12-2023     31-12-2022  
2.4.1 Onderhanden projecten              
  Subsidieprojecten      19.536       17.108   
  Projecten contractonderwijs en contractonderzoek      477       444   
           20.013       17.551 
                 
2.4.2 Crediteuren        7.253       6.192 
                 
2.4.3 Belastingen en premies sociale verzekeringen              
  Loonheffingen      12.135       11.259   
  Omzetbelasting      119       164   
           12.254       11.423 
                 
2.4.4 Schulden inzake pensioenen        3.354       3.409 
                 
2.4.5 Kredietinstellingen        3.303       3.303 
                 
2.4.6 Overige kortlopende schulden        5.909       3.915 
                 
2.4.7 Overlopende passiva              
  Vooruitontvangen collegegelden      28.558       27.984   
  Subsidies OCW      551       1.383   
  Vooruitontvangen OCW      6.548       14.629   
  Vakantiegeld      8.595       7.713   
  Vakantiedagen      9.556       6.961   
  Salarissen      77       36   
  Vooruitontvangen bedragen      3.790       2.797   
           57.676       61.503 
                 
  Totaal kortlopende schulden        109.762       107.298 
                 

Toelichting:
De onderhanden projecten is per balansdatum opgenomen onder de kortlopende schulden voor het saldo van de projecten waarbij de waarde van het verricht werk kleiner is dan de ontvangen subsidies. Daar waar het verricht werk groter is dan de ontvangen subsidies zijn deze projecten gesaldeerd opgenomen onder de overige vorderingen. De projectopbrengsten worden verantwoord bij ontvangst van de gelden. Middels de onderhanden projecten boekingen worden opbrengsten en kosten binnen de projectperiode aan elkaar toegerekend.

Onder 2.4.5 Kredietinstellingen zijn de aflossingsverplichting opgenomen van de langlopende leningen, welke een looptijd hebben korter dan 1 jaar.

Onder de Overige kortlopende schulden is een diversiteit aan kosten opgenomen welke betrekking hebben op het afgelopen jaar echter nog niet zijn gefactureerd door de betreffende leveranciers.

De hoogte van de rijksbijdrage sluit aan en is gebaseerd op de betreffende rijksbijdragebrieven. Het saldo vooruit ontvangen OCW betreft het verschil tussen de op balansdatum ontvangen en als niet normatief aangemerkte rijksbijdragen en de aan de afgesloten kalenderjaren toegerekende baten. Dit saldo bestaat voor 4,3 m€ uit NPO-middelen voor specifieke maatregelen en voor 2,2 m€ uit middelen voor vitale opleidingen in krimpregio’s.

Zowel de reserveringen vakantiegeld als vakantiedagen zijn fors gestegen ten opzichte van vorig jaar. De cao-stijging van de salarissen in 2023 heeft hierop een verhogend effect. Daarnaast is er een stijging is het gemiddelde verlofsaldo per medewerker ultimo 2023 waar te nemen.

Verloop subsidieprojecten

(bedragen x € 1.000,-)

      2023   2022
Gerealiseerde projectbestedingen     -63.135   -82.973
Toegerekende baten     -   -
Af: Ontvangen bedragen     76.438   96.484
Voorziening te verwachten verliezen     -   -
           
Totaal onderhanden projecten     13.303   13.511
           
           
Waarde van verricht werk < ontvangen bedragen     19.536   17.108
Waarde van verricht werk > ontvangen bedragen     -6.233   -3.596
      13.303   13.511

Toelichting:
De positie van onderhanden projecten contractonderwijs en contractonderzoek is beperkt ten opzichte van de positie van subsidieprojecten. Hierdoor is geen aanvullend verloopoverzicht voor deze contractactiviteiten opgenomen.

De in het boekjaar in de staat van baten en lasten verwerkte opbrengsten uit onderhanden projecten bedragen K€ 31.574. (2022: K€ 22.264)

Van de op balansdatum openstaande onderhanden projecten bedraagt het cumulatief totaal van tot dan toe verantwoorde opbrengsten K€ 76.438. (2022: K€ 96.484) Er is geen sprake van ingehouden bedragen op betalingen van termijnfacturen.

Overzicht verbonden partijen

Beslissende zeggenschap (stichting of vereniging)

  Jur.
Vorm
Statutaire
zetel
Code
activiteiten
Eigen vermogen
31-12-23
Resultaat 2023 Verklaring art. 2:403 BW Consolidatie ja/nee
               
Stichting de Groot Brugmans stichting Groningen 4 nnb nnb N N
Stichting Hanze University Foundation stichting Groningen 4 nnb nnb N N
Totaal        -   -     

Als verbonden partij worden aangemerkt alle rechtspersonen waarover overheersende zeggenschap, gezamenlijke zeggenschap of invloed van betekenis kan worden uitgeoefend. Ook rechtspersonen die overwegende zeggenschap kunnen uitoefenen worden aangemerkt als verbonden partij. 

    Juridische
vorm
Statutaire
zetel
Code
activiteiten
         
Stichting Aurora Festival (vh. Peter de Grote Festival)   stichting Groningen 4
Stichting Groningen Confucius Institute   stichting Groningen 4
Stichting New Energy Coalition   stichting Groningen 4
Stichting Health Hub Roden   stichting Noordenveld 4
Stichting IT Hub Hoogeveen   stichting Hoogeveen 4

Overzicht geoormerkte doelsubsidies OCW (2.4.7)

Model G1 Verantwoording van subsidies zonder verrekeningsclausule

G1. Subsidies waarbij het eventueel niet aangewende deel van de subsidie, mits de activiteiten volledig zijn uitgevoerd, kan worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt

(bedragen x €1.000,-)

Omschrijving Kenmerk datum   De activiteiten zijn ultimo verslagjaar conform de subsidiebeschikking geheel uitgevoerd en afgerond
VIS Amsterdam VIS21013 16-nov-21   ja
VIS Groningen VIS21014 16-nov-21   ja
SAGZ100 VIS subsidie COIL IHS VIS21025 16-nov-21   ja
VIS Beroepsorientatie met Leuven VIS22012  3-mei-22   ja
VIS Intercultural communication in Sports VIS22036  3-mei-22   ja
VIS Subsidie SCMI VIS229055  8-nov-22   ja
VIS Circular economy VIS229039  8-nov-22   ja
VIS subsidie 2 (Amsterdam) VIS23012 20-apr-23   onderhanden
VIS subsidie 2 (Groningen) VIS23013 20-apr-23   onderhanden
VIS SIEN VIS23010 20-apr-23   onderhanden
SCMI 170 VIS subsidie Windmolenproject met Mons VIS23016 20-apr-23   onderhanden
VIS subsidie ECON VIS229028  8-nov-22   onderhanden
SPEA RAP STAD 2022-2023 RAP220009 28-jul-22   ja
SPEA RAP2 OMMELAND 2022-2023 RAP220008 28-jul-22   ja
RAP 4 STAD 2023-2024 RAP23027  2-aug-23   onderhanden
RAP 4 OMMELANDEN 2023-2024 RAP23029  2-aug-23   onderhanden
Studieverlof 2022 1278664-01 22-aug-22   ja
Studieverlof 2022 1279874-01 20-sep-22   ja
Studieverlof 2023 1350048-1 22-aug-23   onderhanden
Studieverlof 2023 1321127-1 21-feb-23   ja
Studieverlof 2023 1353363-1 20-okt-23   ja
Studieverlof 2023 1366959-2 21-nov-23   ja

Model G2 Verantwoording van subsidies met verrekeningsclausule

G2A. Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, aflopend per ultimo verslagjaar 

(Bedragen x € 1,-)

Omschrijving Toewijzing   Bedrag van de toewijzing Ontvangen t/m vorige verslagjaar Totale subsidiabele kosten t/m vorig verslagjaar Saldo per 1 januari verslag jaar Ontvangen in verslag jaar Subsidiabele kosten in verslagjaar Te verrekenen per 31 december verslagjaar
  Kenmerk Datum              
                   
Doorstroom mbo-hbo 2018 DHBO18013 15-mrt-18 199.223 199.223 188.073 11.150 0 0 11.150
Totaal     199.223 199.223 188.073 11.150 0 0 11.150

G2B. Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, doorlopend tot in een volgend verslagjaar

(Bedragen x € 1,-)

Omschrijving Toewijzing   Bedrag van de toewijzing Ontvangen t/m vorige verslagjaar Totale subsidiabele kosten t/m vorig verslagjaar Saldo per 1 januari verslag jaar Ontvangen in verslagjaar Subsidiabele kosten in verslagjaar Saldo per 31 december verslag jaar
  Kenmerk Datum              
                   
Totaal     0 0 0 0 0 0 0

Kengetallen

    31-12-2023 31-12-2022
Solvabiliteit 1   0,39 0,37
Solvabiliteit 2   0,45 0,43
Liquiditeit (current ratio)   1,25 1,23
Liquiditeit (quick ratio)   1,24 1,22
Huisvestingsratio   0,10 0,10
Weerstandsvermogen   0,30 0,30
Rentabiliteit (o.b.v. normale bedrijfsvoering)   2,2% 2,2%
Omvang liquide middelen K€    119.962   121.943 
Signaleringswaarde bovenmatig eigen vermogen K€   -133.074 -126.085

Toelichting:
De signaleringswaarde bovenmatig eigen vermogen vermeldt de ruimte tussen het berekende normatief publiek eigen vermogen en het werkelijk eigen vermogen.Voor een nadere toelichting op de kengetallen verwijzen we naar het hoofdstuk Financieel beleid van het jaarverslag. 

Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen

Hypotheekverklaring

Met ingang van februari 2021 is als gevolg van herfinanciering de reeds lopende hypotheek verstrekt aan de Staat de Nederlanden herzien en geactualiseerd. In de notariële akte is het recht op eerste hypotheek verleend tot een bedrag groot € 82.740.710, op een aantal panden aan het Zernikeplein (Hoofdgebouw met Van Olsttoren, de Van Doorenveste, het Willem-Alexander Sportcentrum) en aan de Petrus Driessenstraat (het Wiebengacomplex).

Vordering op het ministerie van OCW

In 2001 is de vordering op OCW betreffende IZK, vakantie-uitkering en sociale lasten uit 1986/1987 afgeboekt. Deze vordering (K€ 2.719) blijft echter wel bestaan en zal worden verrekend bij liquidatie van de hogeschool. In december 2005 is een bedrag aan de hogeschool uitgekeerd in verband met het afschaffen van de ZKOO-regeling dat in mindering is gebracht op deze vordering.

Kredietfaciliteiten

De Hanze heeft bij het Ministerie van Financiën een rekening-courant faciliteit met een debetlimiet van M€ 10,0. Aan deze rekening-courant zijn een tweetal werkrekeningen gekoppeld die worden aangehouden bij de Rabobank. Van deze werkrekeningen wordt dagelijks het saldo van de debet- en creditmutaties overgeboekt naar de rekening-courant bij het Ministerie.
Ten behoeve van het dagelijks betalingsverkeer wordt een intradag debetfaciliteit beschikbaar gesteld door de Rabobank welke wordt gegarandeerd door de Staat der Nederlanden, in totaal groot M€ 20,1.

Garantstellingen

Op het voormalig Suikerunieterrein in Groningen is door een derde partij in 2018 tijdelijke huisvesting gerealiseerd ten behoeve van primair internationale studenten. Om de investering en exploitatie te garanderen, is door de Hanze en de Rijksuniversiteit Groningen een gezamenlijke garantstelling afgegeven ter dekking van een gegarandeerde huuropbrengst. De garantie is groot in totaal M€ 1,0 per jaar. De verdeling tussen de Hanze en Rijksuniversiteit zal jaarlijks op basis van weging van daadwerkelijke studentenaantallen worden vastgesteld. Looptijd van de garantstelling is 10 jaar.
Met SSH, Student Housing, is in 2020 een samenwerkingsovereenkomst afgesloten om buitenlandse studenten te kunnen voorzien in betaalbare tijdelijke huisvesting. De SSH reserveert gedurende de looptijd van de overeenkomst (1 januari 2020 tot en met 31 december 2024) per academisch jaar voor studenten van de contigenthouders woonruimten. Jaarlijks wordt de grootte van het contigent met de Hanze afgesproken. Mocht een woning uit het contigent niet worden verhuurd aan studenten dan huurt de Hanze de woning tot aan het academisch jaar of eerder indien SSH de woning alsnog verhuurd. Er is dus sprake van een leegstandsrisico voor de Hanze. De SSH heeft een inspanningsverplichting om woonruimten uit het contigent actief aan te bieden aan buitenlandse studenten. Mocht de aanwas van buitenlandse studenten onvoldoende zijn dan kan de SSH in overleg de woonruimte verhuren aan andere studenten. De leegstand over deze eenheden is zeer beperkt gezien de krapte op de woningmarkt. Mochten de omstandigheden wijzigen dan kan in overleg met de SSH worden getreden.

Langlopende contracten

De Hanze heeft meerdere contracten afgesloten waarin langlopende verplichtingen zijn aangegaan. Deze verplichtingen zijn niet op de balans opgenomen. Voor de huur van diverse panden en locaties bestaat over 2024 een verplichting van M€ 1,7. Over de jaren 2025-2028 bedraagt deze verplichting in totaal M€ 3,1, na 2028 resteert een verplichting van M€ 0,3 per jaar. Voor het jaar 2024 loopt nog een verplichting aangegaan voor grootschalige bouwprojecten, M€ 1,6 ten behoeve van de verbouwing van Doorenveste. Voor het onderhoud is voor 2024 alsmede de jaren 2025 tm 2028 een jaarlijkse verplichting van M€ 1,9 aangegaan. Tot slot is in december 2019 is een operational lease verplichting aangegaan voor een auto. Voor 2024 resteert een verplichting van K€ 13.

Overige verplichtingen en claims

In ieder verslagjaar lopen verschillende juridische procedures. Deze zijn te onderscheiden naar beroepen die zijn ingesteld door studenten of personeelsleden, vorderingen van derden, en eventuele procedures tegen of vanwege bestuursorganen waaronder het ministerie van OCW.

Bij de procedures van de Hanze tegen personeelsleden kan het voorkomen dat, hetzij in het kader van een minnelijke schikking, hetzij op basis van de uitspraak van de kantonrechter, een vergoeding wordt toegekend. In het afgelopen boekjaar heeft de Hanze geen uitzonderlijke claims opgelopen.

In het afgelopen verslagjaar zijn ook voor het overige geen geschillen met derden gerezen die naar huidig inzicht zullen resulteren in vorderingen tot schadevergoeding waaruit substantiële financiële aanspraken zullen voortvloeien.

Financiële instrumenten

De Hanze maakt gebruik van uiteenlopende financiële instrumenten die de organisatie blootstelt aan markt-, rente-, kasstroom-, krediet- en liquiditeitsrisico. Om deze risico’s te beheersen heeft de organisatie een beleid inclusief een stelsel van limieten en procedures opgesteld om de risico’s van onvoorspelbare ongunstige ontwikkelingen op de financiële markten en daarmee de financiële prestaties van de organisatie te beperken.

De organisatie zet geen afgeleide financiële instrumenten in om risico’s te beheersen en maakt geen gebruik van derivaten.

Kredietrisico
De vorderingen uit hoofde van debiteuren zijn getoetst op inbaarheid en voor zover nodig geacht voorzien. Voor de kredietrisico’s inzake de overige vorderingen wordt verwezen naar financiële vaste activa en vorderingen.

Het renterisico is beperkt tot eventuele veranderingen in de marktwaarde van opgenomen en uitgegeven leningen. Bij deze leningen is sprake van een vast rentepercentage over de gehele looptijd. De leningen worden aangehouden tot het einde van de looptijd. De organisatie heeft derhalve als beleid om geen afgeleide financiële instrumenten te gebruiken om (tussentijdse) rentefluctuaties te beheersen.

De instelling loopt geen significante liquiditeitsrisico’s. De voorziene aflossing van langlopende leningen is onderdeel van de meerjarenliquiditeitsprognose van de instelling.

Toelichting op de staat van baten en lasten

3. Baten

3.1 Rijksbijdragen OCW

(bedragen x €1.000.-)

        2023   begroting 2023   2022
                 
3.1.1 Rijksbijdrage OCW (HBO)      276.844     251.383     277.177 
                 
3.1.2 Subsidies OCW      810     202     1.406 
                 
                 
                 
  Totaal rijksbijdragen OCW      277.654     251.585     278.583 

Toelichting:
De hoogte van de rijksbijdrage sluit aan en is gebaseerd op de betreffende rijksbijdragebrieven.
Van het saldo niet normatieve rijksbijdrage NPO middelen voor specifieke maatregelen ad 9,1 m€ is in 2023 4,7 m€ besteed.
Van het als voorschot ontvangen saldo niet normatieve rijksbijdrage inzake impuls voor vitalisering van krimpregio’s ad 5,5 m€ is in 2023 3,3 m€ verrekend.

3.2 Overige overheidsbaten en -subsidies

(bedragen € 1.000,-)

          2023   begroting 2023   2022
                   
3.2.1 Overheidsbijdragen en subsidies       -   -   -
                   
                   
  Totaal overige overheidsbaten en -subsidies       -   -   -

Toelichting:
Onder de Overige overheidsbaten en -subsidies zijn t/m 2022 alle door de Hanzehogeschool ontvangen subsidies voor onderzoeksprojecten verantwoord. Om aan te sluiten bij de RJO, waarin de modellen voor onderwijsinstellingen zijn voorgeschreven, is met ingang van 2023 deze subsidiestroom verantwoord onder 3.4 Baten werk in opdracht van derden - 3.4.2 Contractonderzoek. De vergelijkende cijfers over 2022 zijn op dezelfde wijze geherrubriceerd. 

3.3 Collegegelden

(bedragen x € 1.000,-)

        2023   begroting 2023   2022
                 
3.3.1 Collegegelden (bekostigde studenten)      64.968     65.501     44.736 
3.3.2 Collegegelden (niet bekostigde studenten)      500     249     567-
3.3.3 Restitutie collegegelden      5.877-    4.800-    2.837-
                 
                 
  Totaal collegegelden      59.591     60.950     41.332 

Toelichting:
Voor het studiejaar 2021-2022 is het het wettelijk collegegeld verlaagd, dit komt overeen met een halvering van het wettelijk collegegeld. Dit geldt voor alle studenten die het wettelijk collegegeld moeten betalen. Voor het collegejaar 2022-2023 en verder is deze verlaging niet meer van toepassing.

3.4 Baten werk in opdracht van derden

(bedragen x €1.000,-)

        2023   begroting 2023   2022
3.4.1. Contractonderwijs      4.629     4.429     3.992 
                 
3.4.2 Contractonderzoek      27.759     8.239     19.206 
                 
  Subtotaal      32.388     12.668     23.198 
                 
3.4.3 Mutaties onderhanden projecten i.o.v. derden      201-    2.596     2.314-
                 
  Totaal baten werk i.o.v. derden      32.187     15.264     20.884 

Toelichting:
Middels een bepaling van de onderhanden projecten positie per balansdatum worden enkel de projecten welke gereed zijn per balansdatum als bate verantwoord. Afhankelijk van de voortgang van de diverse projecten kan de totale bate per balansdatum afwijken ten opzichte van de begroting en voorgaand jaar.

  Herkomst baten Contractonderzoek 2023
3.4.2.1 Internationale organisaties 7.296
3.4.2.2 Nationale overheden 12.066
3.4.2.3 NWO 6.081
3.4.2.4 KNAW 318
3.4.2.5 Overige non-profit organisatie 1.792
3.4.2.6 Bedrijven 206
     
  Totaal 27.759

3.5 Overige baten

(bedragen x € 1.000,-)

          2023   begroting 2023   2022
                   
3.5.1 Verhuur onroerende zaken        1.378     1.024     1.066 
3.5.2 Detachering personeel        751     1.089     1.162 
                   
3.5.3 Overige baten                
  Overige bijdragen van studenten        1.698     1.443     1.523 
  Overige        2.766     4.860     3.544 
  Subtotaal        4.464     6.303     5.067 
                   
                   
  Totaal overige baten        6.594     8.416     7.296 
                   
                   

4. Lasten

4.1 Personele lasten

(bedragen x € 1.000,-)

      2023   begroting 2023   2022
4.1.1 Lonen en salarissen            
4.1.1.1 Brutolonen en salarissen    200.958     187.837     185.437 
4.1.1.2 Sociale lasten    25.982     23.756     23.415 
4.1.1.3 Pensioenpremies    28.420     29.619     29.962 
  Subtotaal lonen en salarissen    255.360     241.212     238.815 
               
4.1.2 Overige personele lasten            
4.1.2.1 Mutatie voorzieningen wachtgeld    637     938     557 
4.1.2.2 Mutatie overige personele voorzieningen    4.184     344     2.917 
4.1.2.3 Ingehuurd personeel niet in loondienst    20.840     10.254     18.889 
4.1.2.4 Overige    11.936     10.967     7.365 
  Subtotaal overige personele lasten    37.597     22.503     29.727 
               
4.1.3 Uitkeringen (-/-)    1.891-    84-    1.242-
               
               
  Totaal personele lasten    291.066     263.631     267.300 

Toelichting:
De stijging van de lonen en salarissen is een gevolg van de effecten van de nieuw afgesloten cao.
Het pensioen van alle medewerkers van de Hanze is ondergebracht bij het ABP, pensioenuitvoerder voor alle organisaties die actief zijn in de sectoren overheid en onderwijs. De dekkingsgraad van het ABP bedraagt ultimo 2023 110,5%.

4.1.4 Personele bezetting (fte)

        31-12-2023   31-12-2022
             
Management / directie        25     26 
Onderwijzend personeel        1.527     1.643 
Overige medewerkers        1.164     1.056 
Totaal aantal fte's        2.716     2.725 
             
Aantal werknemers werkzaam in het buitenland       x   x

4.2 Afschrijvingen

(bedragen € 1.000,-)

      2023   begroting 2023   2022
               
4.2.1 Immateriële vaste activa    230     538     437 
4.2.2 Materiële vaste activa    17.279     18.111     17.578 
4.2.3 Boekresultaat desinvestering MVA    7     -     92 
               
  Totaal afschrijvingen    17.517     18.649     18.108 

4.3 Huisvestingslasten

(bedragen € 1.000,-)

      2023   begroting 2023   2022
               
4.3.1 Huur    4.369     3.628     3.911 
4.3.2 Onderhoud    3.877     3.753     3.120 
4.3.3 Schoonmaakkosten    4.636     4.925     4.562 
4.3.4 Heffingen    1.830     1.236     1.553 
4.3.5 Energie en water    4.801     3.241     3.465 
4.3.6 Overige    855     3.064     1.119 
               
  Totaal huisvestingslasten    20.367     19.847     17.729 

Toelichting:
De stijging van huisvestingslasten in het algemeen is een effect van prijsindexaties en inflatie. De stijging van de kosten van Energie en water is met name het effect van de forse stijging van energieprijzen als gevolg van de oorlog in de Ukraïne.

4.4 Overige lasten

(bedragen x € 1.000,-)

        2023   begroting 2023   2022
                 
4.4.1 Administratie en beheer      15.558     16.260     13.548 
4.4.2 Inventaris en apparatuur      12.905     13.145     13.252 
4.4.3 Reis- en verblijfkosten      2.738     1.839     2.325 
4.4.4 Tegemoetkoming studerenden      13.165     3.671     7.828 
                 
                 
  Totaal overige lasten      44.365     34.915     36.952 

Toelichting:
De Administratie- en beheerkosten zijn hoger als gevolg van een stijging van de advies- en accountantskosten (+ M€ 1,1) en van de cateringkosten (+ M€ 0,6).
Onder de tegemoetkoming studerenden is een forse toename van M€ 4 vanuit Subsidiegelden doorbetaald. Dit betreft doorbetaalde subsidie vanuit het project Stars-EU waarbij de Hanze penvoerder is.

Accountantshonoraria

(bedragen x € 1.000,-)

  2023 PWC     2022
Controle van de jaarrekening  194   194      156
Andere controlewerkzaamheden  -   -      22
Fiscale advisering  -   -      45
Andere niet-controlediensten  -   -      0

Toelichting:
De bovenstaande accountantshonoraria zijn ten laste gebracht van het resultaat en betreffen uitsluitend de werkzaamheden uitgevoerd door accountantsorganisaties en externe accountants zoals bedoeld in artikel 2:382a lid 1 en 2 BW. 
De vermelde honoraria over 2023 hebben betrekking op het onderzoek van de jaarrekening over het boekjaar 2023, ongeacht of de werkzaamheden reeds gedurende het boekjaar zijn verricht.

5. Financiële baten en lasten

(bedragen € 1.000,-)

        2023   begroting 2023   2022
                 
5.1 Rentebaten      6.366     5     428 
5.2 Rentelasten      819-    819-    850-
                 
                 
  Saldo financiële baten en lasten      5.547     814-    422-

Toelichting:
De rentelasten hebben met name betrekking op interest verschuldigd over de langlopende leningen.
In de tweede helft 2022 is er weer een rente vergoed op uitstaande liquide middelen, dit heeft met name een effect op de rentebaten over 2023. Daarnaast is als effect van de verdiscontering van de personele voorzieningen een rentemutatie van M€ 1,9 onder de rentebaten verantwoord.

Gebeurtenissen na balansdatum

Er hebben in de periode tussen de balansdatum en de datum verklaring van de controlerend accountant geen gebeurtenissen plaatsgevonden die nadere informatie geven over de feitelijke situatie op balansdatum.

Bezoldiging van bestuurders en toezichthouders

Verantwoording uit hoofde van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT)

1. Bezoldiging leden College van Bestuur

Bedragen worden opgenomen conform de WNT (Wet Normering Topinkomens). De bezoldiging bestaat uit de optelling van alle brutolooncomponenten, bruto kostenvergoedingen (niet van toepassing binnen de Hanze) en werkgeverslasten pensioenpremies.

Over 2023 is voor de sector HO het algemene wettelijke maximum van € 223.000 vastgesteld, toegepast naar rato van de omvang en de duur van het dienstverband gedurende het kalenderjaar.

Voor de sector onderwijs is een klasse-indeling van toepassing. Aan drie criteria zijn zogenaamde complexiteitspunten toegewezen. Het totaal aantal complexiteitspunten voor een onderwijsinstelling bepaalt de klasse (A t/m G) en het hieraan gekoppelde wettelijke maximum. Voor de Stichting Hanzehogeschool Groningen zijn de complexiteitspunten (Totale baten:10, Aantal studenten: 5, Aantal onderwijssoorten: 5) maximaal er daarmee vallend in de klasse G (18-20 pnt). Aan deze klasse is het algemene wettelijke maximum gekoppeld.

Tabel 1a: Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking

  D.J. Pouwels P.H.J. Smeets A.H. Hannink
       
Gegevens 2023      
Functie voorz. CvB lid CvB lid CvB
Duur dienstverband in 2023 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12
Omvang dienstverband (fte) 1,0 1,0 1,0
Dienstbetrekking ja ja ja
       
Bezoldiging      
Beloning en belastbare onkostenvergoedingen  199.261   188.458   188.129 
Beloningen betaalbaar op termijn  22.544   22.513   22.531 
       
Subtotaal bezoldiging  221.805   210.971   210.660 
       
Individueel WNT-maximum  223.000   223.000   223.000 
       
Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag n.v.t. n.v.t. n.v.t.
       
       
Totaal bezoldiging  221.805   210.971   210.660 
       
Het bedrag van de overschrijding n.v.t n.v.t n.v.t
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan n.v.t n.v.t n.v.t
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling n.v.t n.v.t n.v.t
  D.J. Pouwels P.H.J. Smeets A.H. Hannink
       
Gegevens 2022      
Functie voorz. CvB lid CvB lid CvB
Duur dienstverband in 2021 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12
Omvang dienstverband (fte) 1,0 1,0 1,0
Dienstbetrekking ja ja ja
       
Bezoldiging      
Beloning en belastbare onkostenvergoedingen  191.463   181.190   181.179 
Beloningen betaalbaar op termijn  24.375   23.838   23.853 
       
Subtotaal bezoldiging  215.838   205.028   205.032 
       
Individueel WNT-maximum  216.000   216.000   216.000 
       
Totaal bezoldiging  215.838   205.028   205.032 
       

Tabel 1b: Leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking

  H. Jansen
   
Gegevens 2023  
Functie lid CvB a.i.
   
Periode functievervulling 1/12 - 31/12
Aantal kalendermaanden functievervulling 1,0
Omvang dienstverband in uren per kalenderjaar 108
   
Maximum uurtarief in het kalenderjaar 212
Maximum op basis van de normbedragen pe rmaand  29.500 
Individueel toepasselijk maximum gehele periode  22.896 
   
Bezoldiging  
Werkelijk uurtarief lager dan maximum uurtarief? ja
Bezoldiging in de betreffende periode  21.600 
Bezoldiging gehele periode kalendermaand 1 tm 12  21.600 
   
totaal bezoldiging  21.600 
   
Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag n.v.t.
   
Het bedrag van de overschrijding n.v.t
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan n.v.t
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling n.v.t

2. Vergoeding leden Raad van Toezicht

Als gevolg van de invoering van de Wet Normering topinkomens (WNT) is ook voor de Raad van Toezicht een maximum bezoldiging van toepassing. Dit maximum is bepaald op 15% van het sectorale WNT-maximum voor de voorzitter van de Raad van Toezicht en 10% voor de leden van de Raad van Toezicht.

De vergoedingen aan leden van de Raad van Toezicht worden jaarlijks in december uitgekeerd en hebben betrekking op het afgelopen kalenderjaar. De leden van de RvT krijgen over 2023 een vergoeding toegekend van € 16.725,-, aan de voorzitter wordt € 22.300 toegekend. Deze vergoedingen zijn gebaseerd op 10% en 7,5% van de sectorale WNT-norm voor respectievelijk de voorzitter en de leden. Alle leden hebben zitting in een commissie: de auditcommissie, de remuneratiecommissie of de commissie O&O. 

Toezichthoudende topfunctionarissen

  D. Boonstra J.J. Fennema S.G.L. Schruijer Y. Tewelde R.B. Reekers T.M. Wijmega B.N. Petkova
               
Gegevens 2023              
Functie voorzitter lid RvT lid RvT lid RvT lid RvT lid RvT lid RvT
Duur dienstverband in 2023 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/9 - 31/12 1/9 - 31/12
               
Bezoldiging              
Bezoldiging  22.300   16.725   16.725   16.725   16.725   5.575   5.575 
               
Individueel WNT-maximum  33.450   22.300   22.300   22.300   22.300   7.454   7.454 
               
Onverschuldigd betaald en nog
niet terugontvangen bedrag
n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
               
               
Totaal bezoldiging  22.300   16.725   16.725   16.725   16.725   5.575   5.575 
               
               
Het bedrag van de overschrijding n.v.t n.v.t n.v.t n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan n.v.t n.v.t n.v.t n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling n.v.t n.v.t n.v.t n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
  D. Boonstra J.J. Fennema S.G.L. Schruijer Y. Tewelde R.B. Reekers
           
Gegevens 2022          
Functie voorzitter lid RvT lid RvT lid RvT lid RvT
Duur dienstverband in 2022 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12
           
Bezoldiging          
Beloning  21.600   16.200   16.200   16.200   16.200 
Individueel WNT-maximum  32.400   21.600   21.600   21.600   21.600 
           
           
Totaal bezoldiging  21.600   16.200   16.200   16.200   16.200 
           

3. Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT

Naast de vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen die in 2023 een bezoldiging boven het individuele WNT-maximum hebben ontvangen. Er zijn in 2023 geen ontslaguitkeringen betaald aan overige functionarissen die op grond van de WNT dienen te worden vermeld, of die in eerdere jaren op grond van de WOPT of de WNT vermeld zijn of hadden moeten worden.

Overige gegevens

1. Gegevens over de rechtspersoon

Bestuursnummer   40169
Naam instelling   Hanzehogeschool Groningen
Adres   Zernikeplein 7
Postadres   Postbus 30030
Postcode / Plaats   9700 RM Groningen
Telefoon   050 - 595 5555
Fax   050 - 595 5678
E-mail   info@org.hanze.nl
Internet-site   www.hanze.nl
BRIN-nummer   25BE Hanzehogeschool Groningen

2. Statutaire winstbestemming

In de statuten van de Stichting Hanzehogeschool Groningen is niet specifiek opgenomen hoe het jaarlijks resultaat te bestemmen. Jaarlijks wordt in de jaarrekening onder 2.1.1 Voorstel Resultaatbestemming de verdeling bepaald.

3. Vaststelling van de jaarrekening

De jaarrekening is vastgesteld op 16 april 2024.

Naam: D.J. Pouwels   Naam: P.H.J. Smeets
Functie: Voorzitter   Functie: Lid CvB
         
         
         
Naam: A.H. Hannink   Naam: H. Jansen
Functie: Lid CvB   Functie: Interim bestuurslid
         
         

De jaarrekening is goedgekeurd door voltallige Raad van Toezicht op 13 mei 2024.

Naam: D. Boonstra  
Functie: Voorzitter  
     
     
     

4. Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

Download hieronder de controleverklaring van de onafhankelijke accountant.

Versie:
v6.2.34

Met iWink Report maak je professionele online publicaties. Publicaties die je online, in print en als PDF-download kunt aanbieden.

En daarmee voldoe je direct aan de WCAG-wetgeving rond digitale toegankelijkheid.

Eenvoudig, veilig en efficiënt.

Meer over iWink Report