Spring naar inhoud

Financieel beleid

Financieel beleid

Voor een gezonde financiële positie werkt onze hogeschool met een jaarlijkse planning-en-controlcyclus. Deze cyclus is beleidsmatig opgezet. Alle ondersteunende processen zijn hierop ingericht en worden vanuit deze gedachte bestuurd.

Dankzij deze cyclus kunnen de onderwijsprocessen en de ondersteunende processen elkaar goed ondersteunen. De cyclus geeft voldoende bouwstenen voor de interne beheersing. Dit, aangevuld met goede financiële managementinformatie, zorgt ervoor dat onze financiële positie gezond blijft.

De Hanze heeft het Financieel Beleid formeel vastgesteld. Financieel beleid dient duidelijkheid te verschaffen over de grenzen van liquiditeit en solvabiliteit waarbinnen de Hanze kan bewegen zonder dat de financiële continuïteit in het gedrang komt. Het beleid bevat door de Hanze geformuleerde financiële doelstellingen waarbij de Hanze sowieso voldoet aan de signaleringswaarden zoals die door de inspectie van het onderwijs worden toegepast in het externe financieel continuïteitstoezicht. Het Financieel Beleid beschrijft allereerst de grenzen van liquiditeit en solvabiliteit inclusief de wijze waarop deze grenzen periodiek worden gemonitord. Vervolgens komen in het beleid verschillende aspecten aan de orde die gezamenlijk de grenzen van liquiditeit en solvabiliteit bepalen en die gezamenlijk de kapstok voor het financiële beleid vormen. Het betreft:

  • Het financieringsbeleid;
  • Het begrotingsbeleid;
  • Het investeringsbeleid;
  • De organisatie van de treasuryfunctie.

Financiële positie

In de afgelopen jaren heeft de Hanze gewerkt met negatieve begrotingen, voortkomend uit de invoering van het leenstelsel en het beroep op de onderwijsinstellingen om, vooruitlopend op de later vrijkomende middelen, alvast te starten met aanvullende investeringen in onderwijs en onderzoek. De Hanze heeft hieraan gehoor gegeven, met meest recentelijk de begroting over 2024 met een tekort van € 3,1 miljoen. Deze negatieve begroting kent zijn oorsprong in de in eerdere jaren gevormde bestemmingsreserves. Desondanks blijft het eigen vermogen van de Hanze voldoende om alle ratio’s boven de norm te laten blijven. In de continuïteitsparagraaf is in meer detail weergegeven hoe de resultaten invloed hebben op de financiële positie van de Hanze.

Ons resultaat over 2024 was € 9,2 miljoen euro positief. Het resultaat is daarmee € 12,3 miljoen positiever dan de begroting. Er zijn enkele belangrijke afwijkingen ten opzichte van deze begroting. Er is voor € 24 miljoen aan extra baten gerealiseerd, waarbij de Rijksbijdragen € 12 miljoen hoger waren dan begroot. Hierin zitten met name de looncompensatie en de niet begrote middelen vanuit het bestuursakkoord 2022. De personele lasten zijn ten opzichte van de begroting met een overschrijding van € 9 miljoen hoger uitgevallen, met name als gevolg van stijgende lonen en de toename in subsidieprojecten. De materiele lasten zijn met € 4,1 miljoen gestegen ten opzichte van de begroting. Tenslotte zijn de rentebaten € 1,8 miljoen hoger uitgevallen dan begroot als gevolg van hogere liquiditeiten.

Ten opzichte van het voorgaande jaar 2023 is het resultaat over 2024 met 0,9 miljoen euro gestegen, van € 8,3 miljoen naar € 9,2 miljoen. Aan de batenkant zijn het met name de indexatie van de rijksbijdragen en collegegelden met een stijging van € 6 miljoen, en aan de lastenkant de stijging van de personele lasten met € 6 miljoen die voor de grootste verschillen tussen 2023 en 2024 zorgen.

Als effect van het resultaat over 2024 en de gewijzigde balansposities zijn ook de financiële kengetallen over 2024 gewijzigd. De solvabiliteit (inclusief voorzieningen) bedraagt per 31 december 2024 49% ten opzichte van 2023 45%. De solvabiliteit blijft daarmee ruim boven de signaleringsgrens van OCW van 30%. De liquiditeit is per balansdatum ultimo 2024 (licht) gedaald van 125% naar 122% als gevolg van een positieve cashflow in combinatie met gewijzigde balansposities. In de jaarrekening wordt verder ingegaan op de cijfers ten opzichte van de begroting 2024 en het voorgaande jaar.

Financiële risico’s

De Hanze maakt gebruik van uiteenlopende financiële instrumenten die de organisatie blootstelt aan markt-, rente-, kasstroom-, krediet- en liquiditeitsrisico. Om deze risico’s te beheersen heeft de organisatie een beleid inclusief een stelsel van limieten en procedures opgesteld om de risico’s van onvoorspelbare ongunstige ontwikkelingen op de financiële markten en daarmee de financiële prestaties van de organisatie te beperken. De organisatie zet geen afgeleide financiële instrumenten in om risico’s te beheersen en maakt geen gebruik van derivaten. De vorderingen uit hoofde van debiteuren zijn getoetst op inbaarheid en voor zover nodig geacht voorzien. Voor de kredietrisico’s inzake de overige vorderingen is geen voorziening opgenomen.

Het renterisico is beperkt tot eventuele veranderingen in de marktwaarde van opgenomen en uitgegeven leningen. Bij deze leningen is sprake van een vast rentepercentage over de gehele looptijd. De leningen worden aangehouden tot het einde van de looptijd. De organisatie heeft derhalve als beleid om geen afgeleide financiële instrumenten te gebruiken om (tussentijdse) rentefluctuaties te beheersen.

De organisatie loopt geen significante liquiditeits- en kasstroomrisico’s.

Treasury

Ons treasurybeleid is vastgelegd in de Regeling Treasurystatuut. Dit statuut is in 2024 geactualiseerd.

Het beleid voor beleggen en belenen is vastgelegd in het Treasurystatuut en dit beleid is conform de Regeling beleggen, lenen en derivaten (OCW 2016).

De doelstelling van het treasurybeleid is het borgen van de financiële continuïteit van de Hanze en het minimaliseren van de financieringskosten, met behoud van onze financiële autonomie.

Ons treasurybeleid heeft de volgende uitgangspunten.

  • We hanteren een zodanige solvabiliteitsratio dat de toegang tot de kapitaalmarkt gewaarborgd is. 
  • We houden een zodanige omvang van de liquide middelen en de kredietruimte aan dat we steeds aan onze korte termijn verplichtingen kunnen voldoen.

Om de financiële continuïteit te waarborgen, moeten de financiële risico’s beheerst worden. Op het gebied van treasury gaat het om renterisico, tegenpartijrisico, liquiditeitsrisico en beschikbaarheidsrisico.

De treasury is als volgt georganiseerd. Het College van Bestuur stelt het treasurybeleid vast en de treasurycommissie voert het uit. De kaders waarbinnen de treasurycommissie kan uitvoeren worden jaarlijks vastgelegd in het Treasuryjaarplan. Dit jaarplan wordt aan het begin van elk kalenderjaar ter vaststelling aan het College van Bestuur aangeboden en kent een terugblik op het afgelopen jaar en een beeld over het komende jaar gebaseerd op de meerjaren prognosemodellen. De Raad van Toezicht houdt toezicht op het treasurybeleid en autoriseert uitzonderingen.

Vanaf 2005 hebben we langlopende leningen afgesloten bij het ministerie van Financiën, het zogenaamde schatkistbankieren. Het doel is uiteindelijk zo efficiënt mogelijk te lenen, zodat er weinig overtollige liquiditeiten aanwezig zijn. Hierdoor blijven de rentekosten zo laag mogelijk.

Gedurende 2024 is er geen lening volledig afgelost en zijn er ook geen nieuwe leningen aangegaan (2023: idem). Gedurende 2024 hadden we geen beleggingen uitstaan (2023: idem).

Begroting 2025

Voor 2025 is een negatief resultaat begroot van 6,4 m€. Dit komt door het over de jaargrenzen heen besteden van middelen uit de Rijksbijdrage. In de Rijksbijdrage ontvangen we middelen op basis van het bestuursakkoord voor o.a. tekortsectoren en onderzoek (professional doctorates). We geven deze gelden niet altijd (volledig) uit in het jaar van ontvangst. Ook de ontvangen kwaliteitsgelden worden niet volledig besteed in het jaar dat ze ontvangen worden. De baten van de Hanze bestaan voor het grootste deel uit baten uit rijksbijdrage en collegegelden (eerste geldstroom). De totale middelen in de begroting 2025 bedragen 336 m€. Als gevolg van dalende studentenaantallen zien we de komende jaren een daling van de eerste geldstroom. Bij de verdeling van de middelen zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:

  • We hebben middelen vrijgemaakt voor het realiseren van onze strategische ambities, zowel op centraal als op decentraal niveau;
  • We hebben een bedrag van 2 m€ gereserveerd voor onvoorziene risico’s, dit is een buffer ter dekking van onvoorziene kosten waar geen beleidskeuze aan ten grondslag ligt;
  • De kapitaallasten (afschrijvingen en rente) zijn op basis van een investeringsbegroting, waarbij voor de afschrijvingen rekening is gehouden met de nog vast te stellen huisvestingsratio;
  • Het budget voor onderzoek is vastgesteld conform de allocatieprincipes onderzoek: De middelen die we geoormerkt krijgen voor onderzoek zijn bestemd voor onderzoek (11,6 m€ in 2025). Het bedrag dat we vanuit de rijksbijdrage onderwijs extra toewijzen aan onderzoek beweegt mee met de ontwikkeling van de totale opbrengsten. Voor 2025 bedraagt de bijdrage 9,1 m€ vanuit de rijksbijdrage onderwijs;
  • De middelen die via het allocatiemodel beschikbaar zijn gesteld, zijn eerst verlaagd met het budget voor onderzoek en centrale middelen (incl. kapitaallasten). Het restant is verdeeld over de schools en staven. De verdeelsleutel die hierbij is gehanteerd is dezelfde verdeelsleutel zoals die in de begroting van het jaar 2024 is toegepast (schools 61% en staven 39%);
  • Vanaf 1 januari 2025 eindigen de kwaliteitsafspraken. De middelen die tot en met 2024 beschikbaar waren, zijn met ingang van 1 januari 2025 toegevoegd aan de lump sum van de hogescholen. De Hanze ontvangt in de lumpsum in 2025 25,5 m€ voor de “oude” kwaliteitsafspraken. Dit bedrag is inclusief voorinvesteringen (7,2 m€). De voorinvesteringen worden via het allocatiemodel verdeeld. Het bedrag exclusief voorinvesteringen bedraagt 18,2 m€. In maart 2024 is door het College van Bestuur besloten dat van dit bedrag 13,2 m€ wordt verdeeld onder diensten, schools en onderzoek. Bij het opstellen van de begroting en Kaderbrief is besloten dat van het restant bedrag van 5 m€, 3 m€ wordt toegevoegd aan de centrale middelen om de organisatie toekomstbestendig te maken en 2 m€ wordt toegevoegd aan het budget van de schools;
  • We ontvangen in 2025 een geoormerkte rijksbijdrage van 5,2 m€. Dit is grotendeels vanuit het bestuursakkoord 2022, en bestemd voor o.a. tekortsectoren, krimpregio’s, studentenwelzijn en sociale veiligheid.

Continuïteit

In deze paragraaf laten we zien hoe de Hanze omgaat met de financiële gevolgen van het gevoerde en te voeren beleid. Daarmee geven wij ook inzicht in het verwachte exploitatieresultaat  de komende jaren en de ontwikkeling van onze vermogenspositie.

Ontwikkeling studenten en formatie 2024-2027

  2024 2025 2026 2027
Studentenaantallen (HO)*        
Eerste instroom 6.304 6.249 6.101 6.086
Ingeschreven studenten 27.484 26.618 25.965 25.548
Personele bezetting (fte)        
Management/ directie 25 25 21 15
Onderwijzend personeel 1.536 1.510 1.428 1.376
Overige medewerkers 1.147 1.127 1.065 1.025

Studentenaantallen

De instroom van studenten is in 2024 gedaald ten opzichte van 2023. Dit is conform verwachting. Eind 2024 is de jaarlijkse studentprognose op basis van herziene inzichten herijkt voor 2025 en verder. Vooruitkijkend naar de komende jaren verwachten we, gebaseerd op de CBS-prognose dat de bevolkingsomvang (met name in de categorie 15- tot 25-jarigen) in Noord-Nederland terugloopt, en dat de bekostigde instroom een dalende trend zal laten zien. Voor de verwachte doorstroom maken we gebruik van de doorstroom coëfficiënten vanuit het verleden. Met effecten als gevolg van landelijke ontwikkelingen op het gebied van studiefinanciering, begrotingsbeleid en dergelijke hebben wij geen rekening gehouden. In 2027 verwachten we op 25.548 ingeschreven studenten uit te komen.

Personele bezetting

De kengetallen van de personele bezetting van 2024 zijn gerealiseerde waarden. Op basis van de meerjarenontwikkeling van de personele lasten hebben we een inschatting gemaakt van de personele bezetting in de jaren daarna. In 2025 e.v. verwachten we een dalende formatie t.o.v. 2024. door de verwachte daling in studentenaantallen. 

Meerjarenbegroting

Het voorgaande resulteert in onderstaande meerjarenbegroting.

Balans

(in m€)
  2024 2025 2026 2027
Activa        
Vaste activa        
Immateriële vaste activa 0,3 0,1 0,0 0,0
Materiële vaste activa 153,5 172,4 177,8 175,9
Financiële vaste activa 0,1 0,1 0,1 0,1
  153,9 172,6 177,9 175,9
Vlottende activa        
Voorraden 0,5 0,5 0,5 0,5
Vorderingen 16,6 16,6 16,6 16,6
Liquide middelen 127,9 85,8 71,1 68,5
  145,0 102,9 88,1 85,6
         
Totaal Activa 298,8 275,5 266,0 261,5
         
Passiva        
Eigen vermogen        
Eigen vermogen (publiek) 100,0 99,7 99,7 99,7
Eigen vermogen (privaat) 3,1 3,1 3,1 3,1
Bestemmingsreserves (publiek) 19,2 13,1 7,0 1,1
  122,3 115,9 109,8 103,9
Vreemd vermogen        
Voorzieningen 22,9 22,3 22,2 22,1
Langlopende schulden 34,5 31,2 27,7 29,2
Kortlopende schulden 119,1 106,1 106,3 106,3
  176,6 159,6 156,3 157,7
         
Totaal Passiva 298,8 275,5 266,0 261,5

Het totale eigen vermogen neemt de komende jaren af als gevolg van het begroten van een negatief exploitatieresultaat. Dit wordt uit de (bestemmings)reserve gefinancierd. Volgens het meerjarenperspectief blijft onze liquiditeit, de verhouding tussen de vlottende activa en de kortlopende schulden, de komende jaren boven de ‘hbo-signaleringswaarde’ van 0,5. Onze solvabiliteit, de verhouding tussen het eigen en totaal vermogen, blijft de komende jaren rond de 0,41 – 0,42 liggen. Hiermee blijven we boven de ‘hbo-signaleringswaarde’ die de onderwijsinspectie hanteert van 0,3 voor de solvabiliteit.

We veronderstellen dat de voorzieningen de komende jaren op een stabiel niveau blijven, met uitzondering van de voorziening duurzame inzetbaarheid die in 2025 e.v. afneemt.

In 2025 lossen we een (langlopende) lening van 13 m€ af, deze is eind 2024 onder kortlopende schulden opgenomen. Onder de langlopende schulden zijn de overige langlopende leningen bij het ministerie van Financiën opgenomen. Op deze langlopende leningen lossen we tot en met 2029 3,3 m€ af. Om de investeringen in de komende jaren te kunnen financieren en aan de liquiditeitsratio te kunnen voldoen, is in de meerjarenbegroting uitgegaan van een nieuwe lening van 5 m€ in 2027. Samen met het bureau Thésor wordt momenteel gekeken naar de invulling van ons treasurybeleid. Dit is mede afhankelijk van ons huisvestingsportefeuilleplan. De Hanze hanteert voor wat betreft de financiering van haar activiteiten het principe van totaalfinanciering.

Ten aanzien van onze vastgoedportefeuille worden momenteel plannen uitgewerkt (“huisvestingsportefeuilleplan”) om de komende jaren terug te gaan in m2 gezien de daling van de studentenaantallen. Het afgelopen jaar zijn de huurpanden Meerwold en De Deimten afgestoten en zijn investeringen gedaan in De VanDoorenVeste, U-gebouw en Blockhouse. Ook is gestart met de nieuwbouw van het Sportcentrum in samenwerking met de RUG. Zie hiervoor hoofdstuk 6 van het jaarverslag. Het huisvestingsportefeuilleplan kan leiden tot het afstoten van huurpanden en/of panden in eigendom. Ook zal in dit plan bekeken worden welke panden of delen daarvan ge-upgrade moeten worden. Het plan zal naar verwachting rond de zomer/najaar van 2025 gereed zijn. In de meerjarenbegroting is voor de investeringen voorlopig gerekend met een inschatting van noodzakelijk onderhoud en een stelpost vooruitlopend op het huisvestingsportefeuilleplan.

Staat van baten en lasten

(in m€)
  2024 2025 2026 2027
Baten        
Rijksbijdrage OCW 279,9 256,8 243,4 234,9
Collegegelden 63,2 66,6 65,0 63,9
Baten werk i.o.v. derden 32,2 34,6 35,3 37,8
Overige baten 7,2 6,0 6,0 6,0
Totaal baten 382,5 364,0 349,8 342,5
         
Lasten        
Personele lasten -296,9 -298,6 -284,0 -276,4
Afschrijvingen -17,1 -18,2 -20,2 -20,0
Huisvestingslasten -20,1 -19,7 -19,2 -19,2
Overige lasten -43,6 -36,7 -34,8 -34,2
Totaal lasten -377,6 -373,2 -358,2 -349,8
         
Saldo baten en lasten 4,8 -9,2 -8,4 -7,2
         
Financiële baten en lasten        
Financiële baten 5,1 3,0 2,5 1,7
Financiële lasten 0,8 0,2 0,2 0,3
Totaal financiële baten en lasten 4,3 2,8 2,3 1,3
         
Exploitatieresultaat 9,2 -6,4 -6,1 -5,9

Er ontstaat in de jaren 2025 t/m 2027 per saldo een negatief resultaat. Deze tekorten worden gedekt uit de (bestemmings)reserve. 

Bij de baten is de verwachte ontwikkeling van de rijksbijdrage OCW gebaseerd op de nu bekende ontwikkelingen van studentenaantallen en macro-ontwikkelingen van het beschikbare budget voor het hoger onderwijs. De hoogte van de baten met betrekking tot de collegegelden is gebaseerd op de verwachte ontwikkeling van de studentenaantallen. De collegegelden stijgen in 2025 ten opzichte van 2024 naar verwachting met 3,6 m€ als gevolg van hogere tarieven en de afschaffing van de halvering van het collegegeld voor 1e-jaars studenten. Bij de baten werk i.o.v. derden is rekening gehouden met een groeiambitie van 5% per jaar. De baten subsidies van de onderzoekseenheden zijn in 2025 ingeschat op 50% van de interne middelen (rijksbijdrage) die aan onderzoek worden toegekend. In de jaren hierna loopt het percentage op basis van de groeiambitie op externe middelen verder op tot 60% (dit is neutraal verwerkt in de begroting, tegenover de baten staan personele lasten).

De overige baten zijn de komende jaren gelijk gehouden.

De lasten zijn ingeschat op basis van historie danwel op basis van nu bekende gegevens. De financiële lasten dalen in 2025 en 2026 als gevolg van het aflossen van een lening. Vanaf 2027 stijgen de lasten vanwege de verwachting van een nieuwe lening. De financiële baten dalen de komende jaren als gevolg van een daling van onze liquide middelen en een verwachte daling van het rentepercentage (o.b.v. de rentevisie van Thésor).

Zoals hierboven toegelicht worden momenteel plannen uitgewerkt ten aanzien van onze vastgoedportefeuille. De afschrijvingen stijgen de komende jaren op basis van de ingeschatte investeringen vooruitlopend op het huisvestingsportefeuilleplan. Na 2027 zullen de afschrijvingslasten naar verwachting nog verder toenemen. De huisvestingslasten nemen af de komende jaren als gevolg van het afstoten van m2.

Kengetallen

    31-12-2024 31-12-2023
Solvabiliteit 1   0,41 0,39
Solvabiliteit 2   0,49 0,45
Liquiditeit (current ratio)   1,22 1,25
Liquiditeit (quick ratio)   1,21 1,24
Huisvestingsratio   0,10 0,10
Weerstandsvermogen   0,32 0,30
       
Omvang liquide middelen K€    127.897   119.962 
Signaleringswaarde bovenmatig eigen vermogen K€    127.607-  133.513-

Risicobeheersing

Risicomanagement

In 2024 hebben we het kader voor risicomanagement geactualiseerd en aangevuld, waarna deze is vastgesteld door het CvB. Met risicomanagement richten we ons op het identificeren, analyseren, beheersen en monitoren van risico’s. Dat doen we integraal, doorlopend en op gestructureerde wijze. Risicomanagement maakt daarom deel uit van de PDCA-cyclus (Plan, Do, Check, Act). Deze werkwijze geeft ons inzicht in de risico’s die wij als organisatie lopen en in de effectiviteit van de beheersmaatregelen om de risico’s te mitigeren tot een aanvaardbaar niveau. Dit draagt bij aan de zekerheid dat de Hanze haar ambities en doelstellingen kan realiseren. Naast het verder ontwikkelen en formaliseren van het kader voor risicomanagement hebben we de strategische risicoanalyse herijkt. Voor het uitvoeren van risicomanagement maken we onder andere gebruik van de ‘Handreiking Risicobeheersing’ van de Vereniging Hogescholen. 

Risicobereidheid

We zijn, als maatschappelijke organisatie die publieke middelen inzet voor het realiseren van passende leerroutes en praktijkgericht onderzoek, in algemene zin afkerig van risico’s (risico-avers). Dat wil zeggen dat we (grote) risico’s niet doelbewust actief opzoeken en dat we de omvang van bestaande risico’s waar nodig verminderen. Hier past een risicomijdende houding en integer en ethisch handelen bij. Dit betekent niet dat we geen enkel risico lopen of dat we risico’s nooit bewust nemen, maar dat we verstandig met de ter beschikking gestelde middelen omgaan en dat de risico’s die we lopen inzichtelijk maken en dat we beheersmaatregelen treffen waar nodig. 

Risico’s en onzekerheden

De belangrijkste geïdentificeerde strategische risico’s die gerelateerd zijn aan de ambities van de Hanze zijn als volgt: 

  • Cyberveiligheid: als onderwijsinstelling zijn we kwetsbaar met betrekking tot onze informatiebeveiliging. Volgens het in 2023 door SURF gepubliceerde Cyberdreigingsbeeld blijft het aantal cyberincindenten in het hoger onderwijs stijgen. DDos-aanvallen, phishing-mails en ransomware-aanvallen vormen permanente dreigingen in het hoger onderwijs. We spelen op deze risico’s in via securitybeleid, informatiebeveiligingsbeleid, ICT-regelingen en persoonsgegevensregistraties, crisismanagement, uitwijklocaties en back-up-voorzieningen. Hierbij wordt specifiek aandacht besteed aan bewustwording van medewerkers en studenten. We werken aan het verhogen van het volwassenheidsniveau voor informatiebeveiliging met behulp van het SURF-raamwerk waarbij we streven naar volwassenheidsniveau 3. 
  • Personeel: de ontwikkeling naar passende leerroutes en onderzoek met impact vraagt om andere competenties van onze medewerkers. Als we door krapte op de arbeidsmarkt en samenstelling van de huidige personele bezetting niet in kunnen spelen op deze veranderende competenties, dan kunnen we geen volledige invulling geven aan onze ambities op het vlak van passende leerroutes en onderzoek met impact. Wij acteren hierop door middel van strategisch (meerjaren) personeelsbeleid, opleidingsplannen, personeelsscans en de reguliere HR-cyclus. Daarnaast is er een leiderschapsprogramma opgestart dat ondersteunend is aan het sturen op competenties van medewerkers. 
  • Demografische ontwikkelingen leiden tot afnemende studentaantallen. Dit heeft impact op de financiën, het personeel en de huisvesting. We erkennen dit risico al meerdere jaren en nemen hier de nodige maatregelen voor, met name gericht op het organiseren van een wendbare organisatie. Daarnaast wordt er uitwerking gegeven aan periodieke herijking van het portfolio. De impact van de demografische ontwikkelingen op personeel en huisvesting is opgenomen in het HR-beleid, marketingbeleid en huisvestingsbeleid. Financieel wordt de impact inzichtelijk gemaakt middels een meerjarenbegroting. 

Helderheid

In 2021 is een notitie over helderheid verschenen, en een aanvulling daarop. We onderschrijven onze verantwoordelijkheden zoals beschreven in deze notitie.

In de notitie Helderheid komen negen thema’s voor. Een deel hiervan is elders in dit jaarverslag al besproken. Voor de volledigheid gaan we hier op alle negen thema’s in.

  • Thema 1: Uitbesteding
  • Thema 2: Investeren van publieke middelen in private activiteiten
  • Thema 3: Het verlenen van vrijstellingen
  • Thema 4: Bekostiging van buitenlandse studenten
  • Thema 5: Collegegeld niet betaald door student zelf
  • Thema 6: Studenten volgen modules van opleidingen
  • Thema 7: De student volgt een andere opleiding dan waarvoor hij is ingeschreven
  • Thema 8: Bekostiging van maatwerktrajecten
  • Thema 9: Bekostiging van het kunstonderwijs

Thema 1: Uitbesteding

Binnen het initieel onderwijs worden alle opleidingen door ons zelf verzorgd. Op diverse fronten werken we samen met andere hogescholen, universiteiten en organisaties, maar daarbij is geen sprake van uitbesteding.

Thema 2: Investeren van publieke middelen in private activiteiten

Algemeen 

Vanaf 15 april 2021 is de nieuwe beleidsregel ‘Investeren met publieke middelen in private activiteiten’ van kracht. Deze beleidsregel vervangt thema 2 uit de helderheidsnotities uit 2003, 2004 en de latere publicaties van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) hieromtrent. Met deze nieuwe beleidsregel wil OCW voorkomen dat publiek geld weglekt naar private activiteiten en dat de marktwerking wordt verstoord.  

Het uitgangspunt is dat private activiteiten niet ten koste mogen gaan van de bekostigde wettelijke taak. Onder voorwaarden mogen we als hoger onderwijsinstelling publieke middelen investeren in private activiteiten, zoals contractonderwijs en – onderzoek, omdat het wenselijk is dat private activiteiten kunnen worden verricht die een meerwaarde hebben voor de kwaliteit van het bekostigde onderwijs en onderzoek. Sinds de publicatie van de nieuwe beleidsregel zijn koepelorganisaties, accountants, inspectie, onderwijsinstellingen en OCW met elkaar in gesprek over de interpretatie, toepassing en uitvoerbaarheid van deze beleidsregel alsmede de verantwoording en controle hierop.  

We hebben een inventarisatie uitgevoerd van de activiteiten die privaat van aard zijn. We herzien hierbij de zienswijze zoals verantwoord over 2023, waarbij een deel van de detacheringen en verhuur nog werd aangemerkt als publieke activiteit. We classificeren de totale opbrengsten van detachering en verhuur als private activiteiten op basis van de toelichting op de beleidsregel. Vervolgens is beoordeeld of de als privaat geclassificeerde activiteiten voldoen aan de voorwaarden van de nieuwe beleidsregel.  Op deze manier waarborgen we dat we handelen conform de beleidsregel. In onderstaande tabel staan de verschillende private activiteiten die we hebben geïdentificeerd met bijbehorende baten en geïnvesteerde publieke middelen.

(x € 1.000)
Soort private activiteit Totale baten 2024 i.r.t. private activiteiten Totale baten 2023 en 2024 i.r.t. private activiteiten Geïnvesteerde publieke middelen 2024 Geïnvesteerde publieke middelen 2023 en 2024
Contractonderwijs en -onderzoek 7.079 12.414 7.301 12.636
Verhuur onroerende zaken 1.904 3.712 1.904 3.712
Detachering 1.728 3.023 1.728 3.023
Sportcentrum - - 1.280 2.620
Diversen 96 96 96 96
Eindtotaal 10.807 19.245 12.309 22.087

Meerwaarde voor de bekostigde wettelijke taak 

Contractonderwijs en -onderzoek 

Het contractonderwijs betreft cursorisch aanbod dat in het verlengde ligt van onze bekostigde opleidingen, waarbij de activiteiten worden georganiseerd, ontwikkeld en/of uitgevoerd door medewerkers die ook het bekostigde onderwijs verzorgen. De cursisten uit het werkveld nemen ervaringen en casuïstiek mee die ook in het bekostigde onderwijs gebruikt kunnen worden. Dit komt de deskundigheid van docenten en de kwaliteit van het bekostigd onderwijs ten goede. 

Het contractonderzoek dat we uitvoeren ligt altijd in het verlengde van ons bekostigd onderwijs en onderzoek, waarbij de activiteiten worden uitgevoerd door medewerkers die ook het bekostigde onderzoek verzorgen. Er worden geen activiteiten aan derden aangeboden waarvan wij de kennis en kunde vanuit onze bekostigde wettelijke taak niet in huis hebben. De maatschappij vraagt om nieuwe toepasbare kennis en innovatie. De Hanze wil dat praktijkgericht onderzoek impact heeft op de inhoud van het onderwijs en versnellend werkt op het vinden van oplossingen voor onze maatschappelijke opdrachten. Daarom verrichten we praktijkgericht onderzoek dat ons onderwijs verrijkt, continu actueel houdt en vernieuwt. Het contractonderzoek dat wij uitvoeren draagt hieraan bij en heeft daarmee een meerwaarde voor het bekostigde onderwijs en onderzoek. 

Verhuur onroerende zaken aan private organisaties 

We verhuren een deel van haar gebouwen aan private organisaties. Een aantal van deze private organisaties verlenen diensten die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van de bekostigde wettelijke taak, zoals catering en print- en kopieervoorzieningen. Daarnaast worden ruimtes verhuurd aan organisaties die samen met de Hanze een leergemeenschap vormen. Er is ook sprake van verhuur dat gerelateerd is aan het uitvoeren van het onderwijs of betrekking heeft op diensten die geleverd worden aan studenten.  

Detachering van medewerkers aan private organisaties 

Het betreffen detacheringen voor specifieke activiteiten voor een bepaalde tijd, veelal voortvloeiend uit samenwerkingsverbanden die zijn aangegaan. De kennis en ervaring die medewerkers mee terugbrengen naar de Hanze worden gebruikt om direct of indirect het onderwijs en onderzoek te verbeteren en hebben daarmee een meerwaarde voor de bekostigde wettelijke taak. 

Sportcentrum 

De Hanze biedt in samenwerking met de RUG een sportvoorziening aan voor studenten in de vorm van een sportcentrum. De RUG en Hanze zien dit als onderdeel van de bekostigde wettelijke taak, omdat het gaat om welzijn en persoonlijke ontwikkeling van studenten en medewerkers. Studenten kunnen er praktijkervaring opdoen (bestuur) en het bevordert fysieke en mentale fitheid, en sociale impact en diversiteit. Het heeft hiermee invloed op levensgeluk van het individu, maar kan ook positieve gevolgen hebben voor de studievoortgang en het studierendement. Uit de beleidsregel, die sinds 2021 van kracht is, en de daaruit voorvloeiende correspondentie valt echter op te maken dat OCW een dergelijke sportvoorziening ziet als een private activiteit. Hierbij dient rekening te gehouden te worden met het feit dat het sportcentrum al lang in gebruik was, voordat de beleidsregel in werking is getreden.  

Beleid en beheer

We voeren private activiteiten uit waarin met publieke middelen wordt geïnvesteerd. De beleidsregel ‘Investeren met publieke middelen in private activiteiten’ en de latere publicaties van OCW hieromtrent zijn altijd leidend bij het beoordelen van deze activiteiten. Dit betekent bijvoorbeeld dat al onze activiteiten vallen onder de bekostigde wettelijke taak of in het verlengde hiervan liggen. Daarnaast is het uitgangspunt bij alle activiteiten die we ontplooien dat middelen doelmatig worden ingezet en altijd tot doel hebben meerwaarde te creëren voor de bekostigde wettelijke taak. Een groot deel van de private activiteiten worden verricht in het kader van Leven Lang Ontwikkelen (LLO). Vanwege het belang hiervan is een financieel kader opgesteld voor LLO. Verder is er een werkgroep publiek-privaat actief, die zich bezighoudt met de toepassing van de regelgeving binnen de organisatie. Deze werkgroep heeft op basis van de financiële administratie een analyse gemaakt van de activiteiten en deze gecategoriseerd naar publieke en private activiteiten. 

Juridische en organisatorische inbedding en verantwoordelijkheidstoebedeling 

De geïdentificeerde private activiteiten vallen allen onder de stichting Hanze en worden binnen schools, kenniscentra en centres of expertise georganiseerd. Deze schools, kenniscentra en centres of expertise en daarmee ook de geïdentificeerde private activiteiten, vallen altijd onder de verantwoordelijkheid van het College van Bestuur van de Hanze. De private activiteiten maken integraal onderdeel uit van de rapportage van de schools, kenniscentra en centres of expertise en zijn onderdeel van de resultaatsgesprekken die eens per vier maanden plaatsvinden tussen het betreffende onderdeel en de portefeuillehouder van het CvB. 

Thema 3: Het verlenen van vrijstellingen

In de Onderwijs- en examenregeling hebben we beschreven hoe een student de examencommissie kan verzoeken vrijstelling te verlenen voor het afleggen van een toets. Dat kan op grond van een toets die de student buiten onze opleiding met goed gevolg heeft afgelegd of op grond van kennis, inzicht en vaardigheden die de student buiten de opleiding heeft opgedaan. De examencommissie doet hiernaar een objectief onderzoek en stelt hiervan een verslag op. De examencommissie registreert de vrijstellingen die zij verleent.

Thema 4: Bekostiging van buitenlandse studenten

Dit onderwerp is bij ons niet van toepassing.

Thema 5: Collegegeld niet betaald door student zelf

In 2024 volgden 51 van onze medewerkers met een vast dienstverband een bekostigde opleiding binnen de eigen organisatie (2023: 52) .

Studenten die als gevolg van persoonlijke problemen studievertraging hebben opgelopen, kunnen bij het bestuur van het Studentenondersteuningsfonds (WHW art 7.51) een aanvraag indienen voor een financiële vergoeding.

Thema 6: Studenten volgen modules van opleidingen

Onze hogeschool neemt deel aan Kies op Maat. Dit is een samenwerkingsplatform van hbo- en wo-instellingen dat studenten de mogelijkheid biedt om delen van hun opleiding bij een andere instelling te volgen. Voor de studenten zijn hieraan geen extra kosten verbonden. Zij nemen hieraan deel op basis van een Bewijs Betaald Collegegeld. De instellingen verrekenen onderling de kosten van deelname op basis van een vastgestelde prijs per EC.

Thema 7: De student volgt een andere opleiding dan waarvoor hij is ingeschreven

Dit onderwerp is bij ons niet van toepassing.

Thema 8: Bekostiging van maatwerktrajecten

Als kennisinstelling worden wij door organisaties ingeschakeld om hun medewerkers verder op te leiden of bij te scholen. In de afgelopen jaren hebben we met een aantal organisaties overeenkomsten afgesloten. Hun medewerkers worden als student ingeschreven, al dan niet met extra faciliteiten. De werkgever voldoet het collegegeld. Met het UMCG en het Martini Ziekenhuis hebben we een overeenkomst gesloten over het aanbieden van de opleidingen hbo-V1 t/m V4. Aan deze opleidingen nemen in het studiejaar 2024-2025 164 studenten deel (2023-2024: 162).

Thema 9: Bekostiging van het kunstonderwijs

Voor het sectorplan Kunsten is op landelijk niveau onderzoek gedaan naar de bekostiging van kunstvakopleidingen. Binnen onze hogeschool worden de landelijke afspraken zo veel mogelijk gevolgd en vertaald in de budgetten van de kunstvakopleidingen.